www.sikoss.info

Samenwerkend Internationaal Kennis centrum Openbaar vervoer Stad & Streek.

 

Lichamelijke belasting; Trillingen en schokken.

  1. Het werk is lichamelijk inspannend, rug, nek, arm- en schouderbelasting.
  2. Statische belasting; - tijdens het sturen (rug, arm en schouder).
  3. Statische belasting door het ontbreken van bewegingstijd.
  4. Aandoeningen van het bewegingsapparaat zijn de belangrijkste verzuimoorzaak.
  5. Aandoeningen handen, polsen, en lage rugklachten, hernia's, hartklachten.
  6. Dynamische belasting bij schokken, trillingen. 
  7. Meer klachten door toename van de gemiddelde leeftijd, meer vrouwen op de bus, weinig aandacht voor belasting/belastbaarheid.
  8. Lichaamstrillingen, zware schokken door rijden met bus op oneffen ondergrond/ bouwterrein en slechte busbanen is 50% boven de wettelijke norm.
  9. Veel last van motortrillingen door hoog stationair toerental. 
  10. Versleten schokdempers, te korte harde vering, niet geveerde stoelen.
  11. Te hard opgepompte banden om brandstof te besparen.

Geluid.

  1. Motor en andere draaiende onderdelen.
  2. Veel geluid weg contact door (slechte) banden
  3. Luchtgeruis van niet sluitende deuren en luiken.
  4. Veel met stemverheffing spreken.
  5. Verkeerslawaai en lawaai van passagiers.

Binnenklimaat.

  1. Onvoldoende aandacht voor binnenklimaatomstandigheden
  2. Blootstelling aan tocht en wisselende temperaturen (in- en uitstappen passagiers)
  3. Werken in omgeving met verlaagde zuurstofconcentratie
  4. Hinder van koude en tocht
  5. Gebrek aan frisse lucht,
  6. Last van veel stof, een slecht binnenklimaat

Toxische stoffen.

  1. Dieseluitlaatgassen
  2. Koelvloeistofdampen   jaren 1960 tot 1990

Hygiëne.

  1. Onvoldoende hygiënisch werken door vervuilde omgeving,
  2. Onvoldoende hygiënisch werken door onvoldoende santiare ruimtes,
  3. Door de vele stoel wisselingen op één dag overdracht van Lichamelijk Overdraagbare Aandoeningen zoals smetplekken.

 

Psychische belasting en welzijn. 

  1. Werkdruk; lange werkdagen en hoge tijdsdruk.
  2. Tijdsdruk door vertraging (files), Combinatie tijdsdruk (stress) en emoties.
  3. Verantwoordelijkheidsdruk.
  4. Hoog arbeidsrisico dat continue aanwezig is.
  5. Personeelsgebrek en voertuigenstoringen.
  6. Weinig gelegenheid om het werk even te onderbreken.
  7. Weinig gelegenheid voor de sanitaire behoefte.
  8. Armoede aan sociale contacten door onregelmatig werk.
  9. Gevoel van lage waardering (afnemende motivatie).
  10. Frustraties op diverse terreinen; materiaaldefecten, reorganisaties en/of fusies, ontbreken toekomstperspectief
  11. Avond-, nacht- en weekenddiensten in dubbele onregelmatigheid
  12. Onregelmatig werk en roosters; Rust versus actie,
  13. Slaapverstoring bij slaap- of piketdiensten, snelle opvolging van meldingen, scholing tussen het werk door.
  14. Slaapr
  15. Verschuiving biologische klok, gevolg diabetes en obesitas.

Veiligheid.

  1. Deelname aan verkeer (persoonlijk risico, ongevalrisico, schade aan voertuig en klanten).
  2. Ongevallen, (bijna)-ongevallen, bedrijfsongevallen; te weinig aandacht voor ongevallenpreventie.
  3. Werk langs de weg (ongevalrisico).
  4. Agressie en onveiligheid is een toenemend arbeidsrisico.
  5. Agressie en onveiligheid in het omgaan met klanten.
  6. Agressie kan bestaan uit fysiek, psychisch of verbaal geweld; (uitschelden, bedreigd of vernederd of gepest worden, seksuele intimidatie, geslagen of geschopt of overvallen worden).
  7. Onveilige werksituaties; bij uitgaansgelegenheden, bij situaties waarbij omstanders veel drank op hebben, soms ook diabetici met verstoorde suikerspiegel.
  8. Onveilige werksituatie door weggebruikers.
  9. Verbale agressie; 100% van de medewerkers heeft hier ervaringen mee.
  10. Fysieke agressie; 20% van de medewerkers heeft hier ervaring mee.

Preventie:

Minder lichamelijke belasting door minder blootstelling aan lawaai en trillingen.

  1. Geluids- en trillingsarme bussen, Goed afgeveerde stoel.
  2. Goede afgeveerde stoelen.
  3. Goede schokdemping en voldoende vering.
  4. Tegengaan van rammelende glazen separatie ruiten.
  5. Banden op advies luchtdruk dus geen bar hoger!.
  6. Goede cabine ergonomie, goede instelbare stoel en stuur, pedalen goed, makkelijk bedienbaar.
  7. Stoel voorzien van goede zijdelingse steun en/of steun in de onderrug.
  8. Betere inzet van juiste hulpmiddelen voor laden en lossen.
  9. Instructie (afstelling van de stoel, voorkomen van rugklachten).
  10. Preventieve rug training, interventie-programma bij chronische nek- en/of rugklachten.
  11. Door meer lichaamsbeweging, sportbeoefening (in de vrije tijd of hoort dat bij het werk).
  12. Gezond roosteren, met pauzes rekening houdend met alle facetten zoals hitte en koude stress.
  13. Werken met meer mensen.
  14. Regelmatige fysieke check up (PAGO).
  15. Goede rustpauzes met voldoende beweging voor de benen.
  16. Regelmatig goed onderhoud van de voertuigen.

Veiligheid bevorderen door.

  1. Goede beveiliging van werkplek door veiligheidsruit in in de cabinedeur.
  2. Juiste verlichting abri.
  3. Camera toezicht op risico plekken .
  4. Gerichte opleiding, training, voorlichting en instructie.
  5. Preventie en maatregelen ter voorkoming van rampen/ ongelukken.
  6. Traumabegeleiding na ongevallen, overvallen, molest via BGZ Wegvervoer.
  7. Meer aandacht voor agressie en onveiligheid in werkoverleg, Teambuilding.
  8. Meer aandacht in de opleiding voor agressie en onveiligheid.
  9. Gebruik maken van het Bedrijfs Opvang Team (BOT) bij agressie en onveiligheid.
  10. Gedragscodes en training “Agressie en onveiligheid”.
  11. Cursus “Omgaan met agressie en verbaal geweld” (SOVAM cursus).
  12. Meldingsprocedure ongewenste discriminatie.

Klimaat.

  1. Voldoende ventilatie en klimaatbeheersing in de cabine.

Welzijn bevorderen door.

  1. Werkdruk; goede planning en organisatie
  2. Goede, frequente afstemming en (beveiligde) communicatie met Planning (werkopdrachten, uitvoering, bijzonderheden onderweg)
  3. Werktijden conform arbeidstijdenbesluit, voldoende rusttijden tussen opeenvolgende diensten
  4. Invloed op het bepalen van route
  5. Houden van functioneringsgesprekken
  6. Werkdruk; goede planning en organisatie
  7. Aandacht voor overleg op het werk, Invoeren van werkoverleg, Scholing clusteren
  8. Cyclisch werkrooster (voor langere tijd zekerheid over roosteropbouw)
  9. Een aangepast rooster draaien; gezond roosteren, Toepassen van de arbeidstijdenwet
  10. Inroepen van ondersteuning bij hoge werklast of bijzondere omstandigheden
  11. Specifieke trainingen om psychische belasting beter bespreekbaar te maken
  12. Cultuur; afspraak = afspraak; einde dienst = einde dienst, open sfeer creëren, versterken van teams, uit de wind houden van collega's, opleiding management

Traumaverwerking door.

  1. Intern gebruik van Opvangprotocol (Er is een Landelijk Protocol Ambulancehulp)
  2. Evaluaties van ritten, Meer werkoverleg, teambuilding
  3. Opleiding; Meer aandacht in de opleiding voor traumaverwerking, opleiding SOSA (Stichting Opleiding en Scholing Ambulancehulpverlening), voorlichting, Opvang door collega's
  4. Meer gebruik maken van het Bedrijfs Opvang Team (BOT), vertrouwenspersonen inzetten
  5. Inschakeling externe deskundigen (bedrijfs)maatschappelijk werker of psycholoog.

Onderzoek wijst uit dat goede preventie veel ziektekosten voorkomt.

Er werd altijd vanuit gegaan dat het krijgen van diabetes erfelijk bepaald is. Er zijn echter steeds meer aanwijzingen dat omgevingsfactoren een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van diabetes. Mensen met overgewicht ontwikkelen vaker diabetes dan mensen zonder overgewicht; tenminste 80% van de mensen bij wie de diagnose diabetes is gesteld, lijdt aan overgewicht. Overgewicht is in deze moderne tijd een groeiend volksgezondheidsprobleem. Verkeerde voeding, te weinig bewegen en aanleg zijn hedendaagse factoren die tot overgewicht leiden.Het ontstaan van diabetes door overgewicht wordt waarschijnlijk mede veroorzaakt door het verhoogde vetgehalte rond de spieren. Door de aanwezigheid van vetcellen worden de spiercellen ongevoelig voor insuline. Daardoor wordt glucose minder goed opgenomen waardoor er te veel glucose in het bloed aanwezig blijft. Naarmate er meer gesnoept wordt, komt er extra glucose bij. De alvleesklier blijft maar insuline maken omdat er te veel glucose in het bloed zit en raakt uiteindelijk overbelast: zo kan diabetes ontstaan.

Leefstijl is belangrijk.

Overgewicht en diabetes zijn typische leefstijlaandoeningen die vooral de laatste decennia in de westerse wereld enorm zijn toegenomen. Niet alleen volwassenen maar ook steeds meer kinderen krijgen diabetes. Diabetes is dus niet alleen een gevolg van de vergrijzing maar vooral een gevolg van een veranderende leefstijl. Op zich zou dat gunstig zijn, want als men zelf debet is aan de toename van diabetes, kan men er ook iets aan doen. Uit onderzoek blijkt dat diabetes type 2 in 60-95% van de gevallen te voorkómen is. Tevens blijkt dat een alvleesklier, die op hoge toeren insuline maakt, kwetsbaarder is voor beschadiging en dus voor het ontstaan van diabetes. Ook de overconsumptie van suiker en koolhydraten tast de functie van de alvleesklier aan. In alle gezonde culturen waar mensen lang leven, is men echter zeer zuinig met voeding, vooral waar het koolhydraten betreft. Overgewicht komt daar niet of nauwelijks voor. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de Okinawa’s in Japan. Verder zijn er in het verleden rapportages verschenen over de Hunza’s, de Abkhasiërs en Andesdorpen in Equador. In deze gemeenschappen worden zeer hoge leeftijden bereikt. Behalve matig met voedsel bleven deze mensen tot op hoge leeftijd fysiek actief waardoor de insulinegevoeligheid verhoogd wordt en tegelijkertijd de insulinespiegel wordt verlaagd.

 

Biologische agentia.

 
De arbeidsomstandigheden in de bus cabine zijn een goede omgeving voor het oplopen van schimmels en bacteriën, zoals Erythrasma, (ook wel lieskring genoemd) een hoge luchtvochtigheid, gebrek aan beweging en een hoge temparmatuur zowel in de cabine als onder de kont. De vele wisselingen van chauffeurs op een cabinestoel die over het algemeen smerig is en vaak nog nat van de vorige bestuurder, werkt besmetting in de hand.  
Infectieziekten zijn aandoeningen die worden veroorzaakt door parasieten, schimmels, bacteriën, virussen of prionen (al dan niet genetisch gemodificeerd). Als een infectieziekte het gevolg is van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden plaatsvindt, spreekt men van een beroepsinfectieziekte. Ook bepaalde vormen van werkbelasting kunnen het ontstaan van infectieziekten bevorderen, bijvoorbeeld verwondingen (Ziekte van Weil bij rioolwerkers), uitputting (influenza) en huidverweking door vocht (voetschimmels in slecht ventilerende werkschoenen)  Bepaalde groepen personeel kunnen extra kwetsbaar zijn door oorzaken buiten het werk (jongeren, ouderen, mensen met een gestoord immuunsysteem of zwangeren). Met deze groepen moet rekening gehouden worden in een werkomgeving met biologische agentia. Doordat in een arbeidsorganisatie vaak veel mensen dicht op elkaar werken, kan sprake zijn van een verhoogd risico op besmetting door in de algemene bevolking voorkomende ziekteverwekkers. Ook collega’s die (te) snel met een besmettelijke infectie het werk hervatten, kunnen een risicofactor vormen. Ten slotte is er de mogelijkheid van besmetting van derden (publiek, patiënten) door werknemers die ziekteverwekkers bij zich dragen (tuberculose,hepatitis B, Influenza). Bron:hier

 

Longkanker.
 
De belangrijkste oorzaak van longkanker is het roken van sigaretten. Oorzakelijke factoren in het beroep worden hierdoor minder snel herkend. Het roken van sigaretten en blootstelling aan asbest hebben een elkaar versterkend (synergistisch) effect op het ontstaan van longkanker. Naast asbest kan ook blootstelling aan chroom, nikkel, straling en dieseluitlaatgassen een oorzaak zijn van werkgebonden longkanker Omdat de tijd die verloopt tussen de blootstelling aan een kankerverwekkende stof en het manifest worden van de kanker vaak tientallen jaren bedraagt, onttrekken veel gevallen van beroepskanker zich aan het oog van de bedrijfsarts. Op het moment van de diagnose is meestal geen sprake78NEDERLANDS CENTRUM VOOR BEROEPSZIEKTEN meer van een dienstverband met de werkgever waar de blootstelling heeft plaatsgevonden. Dit kan een verklaring zijn voor de discrepantie tussen het aantal door Arbo-diensten gemelde gevallen en het verwachte werkelijke aantal gebaseerd op cijfers van de PALGA-registratie (registratie van patho-loog anatomen in ziekenhuizen) Bron blz 79.

 

Borstkanker en ploegendienst.
 
De invloed van werken in de nacht(dienst) op het ontstaan van borstkanker heeft geleid tot een evaluatie van de verschillende studies door Health and Safety Executive in het Verenigd Koninkrijk (Swerdlow, 2003). Hoewel er bij onderdelen kritische kanttekeningen geplaatst kunnen worden, wijzen alle studies in dezelfde richting: er is een associatie – maar niet noodzakelijkerwijs een causale relatie – tussen ploegendienst en het risico op borstkanker. De melatonine-hypothese (melatonine, dat wordt gevormd onder invloed van licht, is een anti-oxidant en remt de kankergroei) zou een goed verklaringsmodel kunnen zijn, maar meer studies worden noodzakelijk geacht alvorens er beleidsconsequenties getrokken kunnen worden. In Nederland buigt de Gezondheidsraad zich over deze problematiek. Blz 81

 

Slechte slapers moeten oppassen voor depressie.

Goed slapen kan depressiviteit voorkomen.
Te weinig slapen veroorzaakt veranderingen in de hersenen die een rol spelen bij depressiviteit. En een week weinig slaap is niet in een weekend ingehaald. Opletten dus.Wetenschappers in Groningen hebben een proef gedaan met ratten die normaal elf uur per dag slapen. De hersenen van ratten die maar vier uur slaap per dag krijgen, blijken minder gevoelig te worden voor de neurotransmitter serotonine.
'Deze verminderde gevoeligheid is ook aangetoond bij depressieve mensen,' zegt neurobioloog Peter Meerlo op de site van de Rijksuniversiteit Groningen.
Door Jan Kooistra.

Reproductiestoornissen.

 Stoornissen in het voortplantingsproces (reproductiestoornissen) door beroepsmatige belasting omvatten een breed gebied, zowel wat betreft oorzaken als soorten afwijkingen. Het kan gaan om problemen voor de bevruchting (zoals verminderde fertiliteit), problemen tijdens de zwangerschap (verhoogde kans op een miskraam of intra-uteriene groeivertraging), problemen na de geboorte (bijvoorbeeld een laag geboortegewicht of aangeboren afwijkingen) of zelfs om problemen op latere leeftijd (bijvoorbeeld door ontwikkelingsstoornissen). Relevante beroepsmatige blootstellingsfactoren zijn: fysiek zwaar werk, stress, ploegendienst, infecties, chemische stoffen (zoals inhalatie-anaesthetica, hemotherapeutica, oplosmiddelen en pesticiden) en fysische factoren (zoals warmte, straling en lawaai) Bron Blz 83

 

Hart- en vaataandoeningen.
 
In hoofdstuk 6 werdgewezen op het belang van blootstelling aan (ultra)fijnstof voor de ontwikkeling van longaandoeningen. De problematiek van fijnstof in het buitenmilieu is echter ook van belang gezien haar relatie met sterfte aan hart- en vaataandoeningen. In dat verband wordt met name gewezen op de invloed van dieselrook. Beroepsmatige blootstelling aan dieselrook is waarschijnlijk de oorzaak van toegenomen sterfte aan ischemische hartaandoeningen, zoals die gevonden werd bij een groep bestuurders van zware voertuigen in de bouwnijverheid (Finkelstein, 2004). Blootstelling aan fijn stof leidt tot verhoging van ontstekingsfactoren in het bloed, waarvan bekend is dat ze als risicofactoren voor ischemische hartziekten gezien moeten worden. Dit effect zou wel eens sterker kunnen zijn naarmate de deeltjes kleiner zijn (Hoet et al., 2004). Het belang van nadere evaluatie en preventie van de gezondheidskundige gevolgen van nanotechnologie wordt hiermee verder onderstreept. Het zijn echter niet alleen moderne risico’s (psychosociaal, psychomentaal, 24-uurs economie, fijn stof), maar ook een sinds jaar en dag bestaand oud risico dat de sterfte aan coronairlijden doet toenemen. Zo vonden Davies etal. (2005) een verhoogde sterfte bij lawaai blootgestelden, die vooral zichtbaar was bij hen die geen gehoorbescherming droegen (Davies et al., 2005). Het jaarlijks terugkerende forse aantal meldingen van gehoorschade als resultaat van tekortschietende of niet toegepaste gehoorbescherming, doet vermoeden dat er ook van dit niet-auditieve effect sprake moet zijn. Bron Blz 89

 

 

Overgewicht, obesitas en werk.

In de westerse wereld nemen overgewicht en de meer ernstige vorm obesitas epidemische vormen aan. De gezondheidsrisico’s die dit met zich meebrengt zijn zorgwekkend (Gezondheidsraad, 2003). Het gaat daarbij vooral om de ontwikkeling van diabetes mellitus type 2 en de complicaties daarvan. Andere gezondheidsrisico’s die samenhangen met overgewicht en obesitas zijn hart- en vaatziekten, verschillende vormen van kanker,artrose en jicht. In sommige beroepen bestaat een verhoogd risico op obesitas. Het gaat daarbij om beroepen waarbij door mechanisatie en robotisering minder lichamelijke activiteit verricht wordt dan voorheen, terwijl de voedselconsumptie onvoldoende wordt aangepast (Parkes, 2002; Perbellini, 2004). Voorbeelden zijn de transportsector, bouwnijverheid, industrie, sommige agrarische beroepen en de visserij. Er is dus sprake van een preventieparadox: mechanisatie van zwaarlichamelijk werk voorkomt beroepsziekten van vooral het houding- en bewegingsapparaat, maar tegelijkertijd vergroot het de kans op over-gewicht en obesitas. Ook de gemakkelijke beschikbaarheid van voedsel, onregelmatige werktijden en daarmee gepaard gaande onregelmatige eetpatronen spelen een rol. De invloed van leefstijlfactoren – eten, drinken, weinig bewegen – en de mate waarin het werk bijdraagt aan overgewicht en obesitas, is vaak moeilijk te onderscheiden. Door gezondheidsbevorderende programma’s op de werkplek kan een bijdrage geleverd worden aan de preventie van deze epidemie. Bron Blz. 91.

 

 

Machtsmisbruik.

Leidinggeven geeft macht. Veel leidinggevenden kunnen daar prima mee omgaan en gebruiken hun macht voor de juiste doeleinden. Binnen veel organisaties gaat het echter ook mis en kunnen leidinggevenden de verleiding niet weerstaan om hun macht te misbruiken.

Misbruik van Macht door managers komt helaas veel voor. Denk aan het bedreigen, intimideren, pesten en discrimineren van medewerkers of medewerkers dwingen wettelijke bepalingen te overtreden, ongunstig inroosteren, verlof intrekken, overwerkvergoeding, salarisverhoging of promotiekansen onthouden of gedwongen ontslag.
Misbruiken leidinggevenden hun macht, dan kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor de medewerkers en heel schadelijk zijn voor de organisatie. Denk – behalve aan de kosten voor rechtsbijstand en ontslag en reputatieschade – aan extra ziekteverzuim en personeelsverloop, productiviteitsverlies, afnemende prestaties en verminderd functioneren.

Organisatiecultuur speelt een rol bij machtsmisbruik

De organisatiestructuur in het openbaar vervoer geeft managers volop gelegenheid hun macht te misbruiken, het gebrek aan zeggenschap en de dreigende druk van ontslag voor alles en nog wat hakt er aardig in. Het ontslag voor van alles en nog wat staat in het teken om het hele personeelsbestand om te zetten naar uitzendkrachten en ZZPérs, volledige banen zullen in de toekomst geheel verdwijnen, de arbeidsbelasting is zo hoog dat er alleen halve banen over zullen blijven.  Leidinggevenden die misbruik maken van hun macht, bezitten vaak bepaalde eigenschappen. In MT Rendement 8-2015 dat morgen bij abonnees op de mat valt, leest u wat de gevolgen zijn en hoe u misbruik van macht bespreekbaar kunt maken en tegen kunt gaan.    bron:

 

 

Werknemer met slechte werk-prive balans is ongezonder.

Als werk of privé teveel invloed heeft op het dagelijks leven van werknemers, gaan ze ongezonder leven. Dat blijkt uit onderzoeken van de Indiana University School of Public Health-Bloomington. Volgens een van de onderzoekers zouden werkgevers nadrukkelijker moeten letten op de invloed die een vervelende situatie op het werk of privé kan hebben op gezond gedrag.  De Amerikaanse universiteit onderzocht de invloed die de werkomgeving kan hebben op de gezonde levensstijl van werknemers. Ook de omgekeerde situatie werd onderzocht: met name de gevolgen van financiële stress op minder gezonde gewoontes op het werk, zoals roken en ongezond eten. Vooral de ruimte die rookregels laten aan de roker blijken bepalend: hoe minder strikt de regels worden gehandhaafd, des te eerder is men geneigd er eentje op te steken op het werk bij stress thuis.

Wederkerigheid vooral bij vrouwen.  Volgens een van de onderzoekers blijkt dat rokers ook thuis meer roken als ze een conflict op hun werk hebben. Vooral bij vrouwen blijkt het omgekeerde ook waar te zijn: ze roken meer op het werk bij ruzie thuis. Bovendien is het zo dat werknemers die de meeste financiële stress hebben, het minst geneigd zijn om te stoppen met roken, gezonder te eten of meer te sporten. “Er is steeds meer bewijs dat een negatieve werk-privébalans aanleiding is voor ongezond gedrag. Werknemers die vitaliteitsprogramma’s hebben, moeten daar rekening mee houden. Of ze nou proberen om werknemers meer te laten sporten, gezonder te laten eten of te laten stoppen met roken”, zegt onderzoeker Jon Macy.

10-makkelijke-tips-om-meer-te-bewegen