www.sikoss.info

Samenwerkend Internationaal Kennis centrum Openbaar vervoer Stad & Streek.



Een risico-inventarisatie en –evaluatie (RIE) maakt de arbeidsrisico’s in een bedrijf zichtbaar.

Dat is belangrijk, omdat een veilige en gezonde werkomgeving uitval van werknemers voorkomt. Werknemers blijven duurzaam inzetbaar. Bovendien voldoet de werkgever direct aan zijn wettelijke verplichting om over een RIE te beschikken. Ja werkgevers hebben een wettelijke verplichting een deugdelijk RI&E te hebben die aangepast is aan de stand van de techniek en de wetenschap, het niet voldoen is een overtreding waar flinke boetes tegenover staan.

De RI&E is soort APK voor bedrijven.

De Algemene Periodieke Keuring (APK) is sinds 1994 een verplichte keuring. Hierbij wordt gekeken of uw voertuig voldoet aan de eisen op het gebied van veiligheid en milieu.

Jaarlijks vinden er ongeveer 6,7 miljoen APK-keuringen plaats bij voertuigen. De APK-keurmeesters bij de garages doen deze keuringen op basis van de officiële regelgeving (Wegenverkeerswet 1994). De keurmeester bekijkt of uw auto voldoet aan de veiligheids- en milieueisen en of uw auto op de juiste manier is geregistreerd in het kentekenregister.

Als u een voertuig in uw bezit heeft, is het belangrijk om te weten óf en wanneer deze APK goedgekeurd moet zijn.  Als uw voertuig APK-plichtig is, dan mag u niet rijden zonder geldige APK. Doet u dat wel, dan krijgt u daarvoor een boete van de RDW of de politie. Als u een ongeluk krijgt met een niet goedgekeurd voertuig, dan keert uw verzekeringsmaatschappij mogelijk geen geld uit.  Het is dus van groot belang om te weten wanneer uw voertuig APK- gekeurd moet zijn.

Als uw voertuig voor de APK is gekeurd, ontvangt u een APK-keuringsrapport, zowel bij goedkeuring als bij afkeuring van het voertuig. Is het voertuig goedgekeurd, dan is het keuringsrapport geldig tot de vervaldatum (dus niet tot en met). U mag op de vervaldatum alleen gebruik maken van de openbare weg, om het voertuig APK te laten keuren.   

Zes weken voordat de APK op uw voertuig vervalt, stuurt de RDW u een brief om u te herinneren aan de APK-vervaldatum van uw voertuig. U blijft als eigenaar van een voertuig altijd zelf verantwoordelijk om een voertuig op tijd te laten keuren. 

Let er wel op dat u uw voertuig op of vóór de APK-vervaldatum laat keuren. Als uw voertuig te laat goedgekeurd is, krijgt u een boete.

Den Haag heeft de APK goed afgetimmerd terwijl technische mankementen zelden de oorzaak zijn van een dodelijk ongeval. In 2016 zijn 231 verkeersdoden in Nederland auto inzittende.

Alle auto's in Nederland worden periodiek gekeurd. Toezicht is digitaal verzorgt en het betalen van de aflaat facturen worden afgedwongen door het staats incasso bureau.

 

De RI&E blijft een grijs gebied.

De risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) is sinds 1januari 1994 verplicht. Hierbij wordt gekeken of uw bedrijf voldoet aan de eisen op het gebied van de arbeidsomstandighedenwet.

Als u een bedrijf heeft, is het belangrijk om te weten óf en wanneer deze RI&E goedgekeurd moet zijn.  Als uw bedrijf RI&E-plichtig is, dan mag u niet ondernemen zonder geldige RI&E. Doet u dat wel, dan krijgt u daarvoor een boete van de Inspectie SZW. Als u een ongeluk krijgt binnen uw niet goedgekeurd bedrijf, dan keert uw verzekeringsmaatschappij mogelijk geen geld uit.  Het is dus van groot belang om te weten wanneer uw bedrijf RI&E- gekeurd moet zijn.

Als uw bedrijf voor de RI&E is gekeurd, ontvangt u een RI&E-keuringsrapport, zowel bij goedkeuring als bij afkeuring van het bedrijf. Is het bedrijf goedgekeurd, dan is het keuringsrapport geldig tot de vervaldatum (dus niet tot en met). U mag op de vervaldatum uw bedrijf alleen openen, om het bedrijf RI&E te laten keuren.   

Zes weken voordat de RI&E op uw bedrijf vervalt, stuurt de inspectie SZW u een brief om u te herinneren aan de RI&E-vervaldatum van uw bedrijf. U blijft als eigenaar van een bedrijf altijd zelf verantwoordelijk om een bedrijf op tijd te laten keuren. 

Let er wel op dat u uw bedrijf op of vóór de RI&E-vervaldatum laat keuren. Als uw bedrijf te laat goedgekeurd is, krijgt u een boete.

Jaarlijks vinden ongeveer 832000 RI&E-keuringen plaats bij bedrijven. Speciaal daarvoor opgeleide RI&E-keurmeesters voeren deze keuringen uit op basis van de officiële regelgeving (Arbeidsomstandighedenwet 1994). De keurmeester bekijkt of uw bedrijf zo veel mogelijk gericht is op optimale arbeidsomstandigheden. De primaire verantwoordelijkheid voor het bereiken van goede arbeidsomstandigheden ligt binnen de ondernemingen. Om een goed arbobeleid te kunnen vormgeven moet de werkgever een overzicht opstellen van alle risico's die in het bedrijf of de instelling kunnen voorkomen. Met de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) kunnen bedrijven gestructureerd de risico’s aanpakken om zo de kans op arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten en ongevallen tot een minimum te beperken.

 

In het kader dat wet en regelgeving voor iedereen geldt zou de RI&E net als de APK prima afgetimmerd kunnen worden. Als de regering in staat is een systeem te creëren om jaarlijks ongeveer 6,7 miljoen APK-keuringen plaats te laten vinden bij voertuigen moet het toch ook mogelijk zijn om 850000 RI&E keuringen te organiseren. goed voor de werkgelegenheid, goed voor het terug dringen van de ziektelast van werkgevers, goed voor het het verhogen van het welzijn en gezondheid van arbeiders, goed voor de duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers, goed voor het verlagen van gebruik van de gezondheidszorg, goed voor het terugdringen van criminele onderneming. goed voor het terug dringen van mensenhandel  minderen  en    .

 

 

Vanaf 1994 is er geen enkel kabinet die dit heeft verzorgt, hebben ze zitten slapen of is er belangenverstrengeling. Worden werkgevers door Den Haag uit de wind gehouden terwijl ze wet overtredend zijn. Den Haag heeft de inspectie SZW bijna teruggebracht tot zeventien kamerplanten terwijl SZW meld dat er in 2016 in Nederland 70 werknemers door arbeidsongevallen omgekomen.

De dodelijke arbeidsongevallen in het verkeer worden door politie verwerkt en ontbreken bij de door de inspectie SZW geregistreerde doden, aannemelijk is dat vanwege de transportsector en het woon-werkverkeer de helft van de 231 verkeersslachtoffers die in 2016 overleden zijn tijdens arbeidsgerelateerde voertuig bewegingen.

De APK is een verdienmodel voor de auto-industrie en de RI&E een kostenpost voor BV Nederland.

Het lijkt geen geen toeval dat de APK wel en het RI&E niet is afgetimmerd.

We leven in een schijn van democratische volksvertegenwoordiging maar hebben in werkelijkheid een werkgeversvertegenwoordiging.

Inleiding

bron: informatie folder "Arbo-zorg in Nederland" van de inspectie SZW 3 juli 2013

Veilig en gezond werken is een zaak voor zowel werkgevers als voor werknemers. 'De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers' zegt artikel 3 van de Arbowet. De werknemer heeft de verantwoordelijkheid naar vermogen zorg te dragen voor zijn eigen veiligheid. De primaire verantwoordelijkheid voor arbeidsomstandigheden is evenwel in de wet op bedrijfsniveau neergelegd bij de werkgever. Deze verantwoordelijkheid is hoofdzakelijk gericht op het voorkomen en beheersbaar maken van ongezonde en onveilige situaties.

Een systematische preventieve aanpak als onderdeel van het normale onderne­mingsbeleid, biedt volgens de Arbowet de beste waarborgen voor gezond en veilig werken. Op Europese schaal blijkt dat wanneer bedrijven maatregelen nemen op het gebied van gezond en veilig werken, zij dat veelal doen met behulp van een systeem gebaseerde benadering, in plaats van afzonderlijke specifieke maatregelen. Om de preventieve inzet van de werkgever vorm te geven, verplicht de wet werkgevers een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) en een plan van aanpak te (laten) maken. Daarin moeten bedrijven de voor hun geldende arbeidsrisico's en risicobe­perkende maatregelen beschrijven en voor werknemers de toegang regelen tot ad­ vies en hulpverlening.


Al in evaluaties van de Arbowet in 2004 (en eerder) worden opmerkingen gemaakt over de functionaliteit van het systeem dat de wet voorschrijft voor (vooral) kleine bedrijven. Het maken van een RI&E wordt door de werkgevers veelal beschreven als een administratieve last met weinig meerwaarde voor de veiligheid in een bedrijf. Veel, vooral kleine bedrijven, hebben dan ook geen RI&E. De grotere bedrijven heb­ ben vaker een RI&E maar beschouwen deze ook vooral als een administratieve verplichting.

Uit onderzoek  blijkt dat de meeste werknemers in Nederland tevreden zijn over hun werk en hun arbeidsomstandigheden. En investeren in gezond  en veilig werken heeft ook zin:  werkgevers die meer maatregelen daarop nemen dan gemiddeld, zien hun arbeidsproductiviteit stijgen.

In dit signalement gaan we eerst in op de ontwikkeling van de naleving van de systeem verplichtingen met betrekking tot de arbozorg in bedrijven. De nadruk ligt daarbij op de werk ing van de RI&E en de preventiemedewerker. Vervolgens onder­ zoeken we in hoeverre er een relatie bestaat tussen het hebben van een RI&E en het uitvoeren van risicobeperkende maatregelen in bedrijven. Daarbij betrekken we ook initiatieven die een aantal branches in specifieke sectoren op dit terrein onder­ nemen en de waarnemingen van de inspecteurs van de Inspectie SZW op het terrein arbozorg.

Naleving van de arbozorgverplichtingen

In het kader van de jaarlijkse monitor 'Arbo in bedrijf' bezoeken inspecteurs van de Inspectie SZW bedrijven met een vragenlijst . Elk jaar ondervraagt de Inspectie een representatieve steekproef van ongeveer 1.7004  bedrijven. De Inspectie constateert dat de aandacht voor preventie binnen bedrijven vanaf 2006 terugloopt. De ver­plichtingen met betrekking tot de RI&E en de preventiemedewerker worden bij minder dan de helft van de bedrijven nageleefd. Verder bestaat het sys­teem van arbozorg uit onderdelen als het afsluiten van een contract met een arbo­ dienst en de aanwezigheid van bedrijfshulpverlening in het bedrijf.

Daarnaast zijn werkgevers verplicht op basis van hun RI&E een plan van aanpak te maken en, als er sprake is geweest van ongevallen in het bedrijf, een schriftelijke ongevallenregistratie bij te houden. Het maken van het plan van aanpak vertoont een gelijke trend met die van de RI&E: 5 tot 10% van de bedrijven die wel een RI&E hebben, maken geen plan van aanpak. 20% van de bedrijven maakt een schriftelij­ke  ongevallenregistratie. In 2012 zien we een lichte opleving op een aantal verplichtingen. De naleving van de verplichtingen RI&E en preventiemedewerker blijven echter ver onder de maat.

De naleving door bedrijven van de RI&E en de preventiemedewerker zijn dus laag. Dat laat onverlet dat het grootste deel van de werknemers in Nederland werkt in een bedrijf waar deze verplichtingen wel worden nageleefd. Voor de RI&E betreft dat 83% en voor de preventiemedewerker 79%. Het verschil in percentages tussen het aantal bedrijven en het aantal werknemers wordt verklaard door het gegeven dat vooral kleine bedrijven slecht de arboverplichtingen naleven.

Ten opzichte van de grote organisaties voldoen de kleine organisaties namelijk veel vaker niet aan de verplichting een RI&E te hebben. Toch zijn het tussen 2005 en 2010 niet de kleine organisaties die de daling van het percentage bedrijven met een RI&E veroorzaken. Die daling in het gebruik van de RI&E ontstaat bij grotere orga­nisaties en is het meest zichtbaar bij bedrijven met meer dan 100 werknemers en bedrijven met 10-49 werknemers .

De kleinste bedrijven ( < 10 werknemers) zijn het minst vaak op de hoogte van de arbozorgverplichtingen zoals we die hiervoor beschreven. De veiligheid en gezond­heid van het personeel is voor deze werkgevers vaak wel een belangrijk onderwerp, maar de administratieve verplichtingen zijn niet bekend. Zo maken zij bijvoorbeeld ook geen gebruik van de RI&E die door de brancheorganisaties beschikbaar worden gesteld. Als verplichtingen zoals RI&E en preventiemedewerker wel bekend zijn, dan denken werkgevers regelmatig onterecht dat deze verplichtingen niet voor hen gel­ den. Inspecteurs nemen in de praktijk waar dat de administratieve aspecten van de arbozorgverplichtingen niet goed aansluiten bij de dagelijkse praktijk van vooral kleine ondernemingen.

Conclusie
De Inspectie constateert dat het nalevingsniveau van de arbozorgvereisten in de Jaren 2006 tot 2012 terugloopt. De belangrijke verplichtingen RI&E en preventiemedewerker worden bij minder dan de helft van de bedrijven nageleefd. De meerder­heid van de werknemers werkt overigens wel bij bedrijven met een RI&E en een preventiemedewerker . Dit komt doordat het naleven van de verplichtingen vooral bij kleine bedrijven een probleem is.

     

matglas 

De CXX RI&E 2015 is er, maar net zo vaag en onduidelijk als de bovenstaande foto.

 

Voorblad RI&E.

Het voorblad van de CXX RI&E 2015 bevat enkele rariteiten.

In het tabel op pagina 6 (Door de RC ter beschikking gestelde documenten) doet veronderstellen dat de medezeggenschap geen documenten of aanbevelingen toe te voegen had. Dat is een niet ter zake doende waarheid. De RC heeft net als de burgemeester van Rotterdam geen documenten ingeleverd omdat de RC en die burgemeester helemaal geen gesprekspartners zijn geweest in de onderhandelingen omtrent de RI&E.

De OR was de medezeggenschap gesprekspartner, die wel eisen / aanbevelingen / voorstellen had ten behoeve van de jongste RI&E. Maar door ze niet te noemen netjes uit de officiële RI&E zijn geschreven en daardoor achteraf feitelijk monddood zijn gemaakt. Een van die eisen van de OR was een verdiepend onderzoek naar trillingen.

In de tabel bij de door het bedrijf ter beschikking gestelde documenten staat als ingebracht document het (Trillingsonderzoek Connexxion november 2008). Dat is het zelfde rapport welke eerst jarenlang is verborgen en door de directeur Connexxion per brief aan Blankman als niet bestaand werd omschreven.De inhoud en adviezen van dit belastende rapport zijn niet terug te vinden dus niet van invloed geweest op de eindresultaten van deze RI&E.

In het voorblad ontbreken de namen van de gesprekspartners en de data gereedheid. Daarom is bij CXX ook op de lange termijn niemand hoofdelijk verantwoordelijk voor het uitblijven van verbeterende maatregelen die een RI&E gewoonlijk zou moeten hebben om het hoge ziekteverzuim en vele beroepszieken terug te dringen.

 Verantwoordelijke,------
Datum Gereed,------
Evaluatie genomen maatregel,------ 

 

Alles leeg, Er zijn geen verantwoordelijken aangesteld, geen data gereedheid van de probleem stelling dus kan CXX een evaluatie van de genomen maatregelen jarenlang  opschuiven, dus is er feitelijk geen plan van aanpak.

Verantwoordelijken leidinggevende verschuiven bij CXX vaker dan een boterkuipje in een doorsnee keuken. Voor vragende OR leden weer weten met wie ze in conclaaf moeten is de zittende HRM manager op vakantie of al weer opgestapt en staat de vacature weer een half jaar open en is er even geen goede te vinden. Het lijkt wel een mooi opgezet doolhof....

 

 doolhof

 

 2015 - CXX heeft zijn RI&E eindelijk op tafel gelegd.

Deze is door de ARBO-Unie onder leiding van Ank Nordemann - Adviseur Arbeidsomstandigheden

André Winkes - Gecertificeerd Arbeidshygiënist/Veiligheidskundige tot stand gekomen.

 

In deze RI&E zijn door de heer Winkes de volgende belangrijke risico's geconstateerd:

  1. - Trillingsbelasting, met name op moeilijke trajecten.
  2. - Kennis en motivatie chauffeurs met betrekking tot juiste zithouding.
  3. - Zware psychosociale belasting bij de rayonmanagers.
  4. - Vaststellen minimale voorzieningen op eindpunt locaties.
  5. - Ontbreken van een duidelijk scholingsplan met periodieke herhalingen op het gebied van arbeidsomstandigheden.
  6. - Het veelvuldig ontbreken van periodiek werkoverleg.
  7. - Leeftijdsopbouw van de populatie chauffeurs.
  8. - Toezicht en instructie op ingehuurde partijen voor wasstraat en tanken.
  9. - Ten slotte vergt de sociale veiligheid continue aandacht.

De heer Winkes schrijft in de conclusie dat er op basis van de op dit moment geconstateerde risico’s geen nadere inventarisatie nodig is, met een slag om de arm dat als er concrete aanwijzingen/ signalen optreden dan kan er desgewenst een aanvullend onderzoek plaatsvinden.

Dit standpunt roept vragen op omdat de heer Winkes tijdens het bezoek aan de garage Almere Buiten vertelde dat hij het trillingsonderzoek uit 2008 gedateerd vond. Voorts is in punt 23 van de CXX RI&E uit 2015 te lezen dat "De blootstelling aan lichaamstrillingen een algemeen erkend knelpunt is binnen het OV in Nederland. Voorts is CXX in punt 4.9 van het conclusie van antwoord in de rechtszaak tegen Blankman van mening dat het Arbo-Unie trillingsonderzoek uit 2008 niets zegt over de persoonlijke arbeidssituatie van Blankman en als dat van toepassing is op zijn situatie zal dat ook van toepassing zijn op al die andere Blank-mannen -vrouwen  die bij CXX werkzaam zijn. Dat zijn toch 2889 redenen om verdiepend onderzoeken op te starten naar de blootstelling aan lichaamstrillingen op de persoonlijke werkplek bij alle chauffeurs. 

 

Sikoss heeft daar wel wat opmerkingen over, het gedeelte achter het streepje is commentaar van Sikoss onderzoekers die door een lange ervaring in het streek vervoer, precies weten waar de schoen knelt.

  1. - Trillingsbelasting, met name op moeilijke trajecten - Die moeilijke trajecten zijn wetenschappelijk gezien enkel verzachtende prietpraat.
  2. - Kennis en motivatie chauffeurs met betrekking tot juiste zithouding - Op al die versleten stoelen heeft een juiste zithouding niet zo veel zin, vaak staan ze scheef of zijn scheef gesleten.
  3. - Zware psychosociale belasting bij de rayonmanagers - Je ziel aan de duivel verkopen is één, die lastige door de wol geverfde chauffeurs de baas te blijven is twee.
  4. - Vaststellen minimale voorzieningen op eindpunt locaties - Als die er zijn tenminste, veelal zijn die eindpunt locaties er niet en pissen chauffeurs tot hun blaas er mee op houdt tegen het achterwiel.
  5. - Ontbreken van een duidelijk scholingsplan met periodieke herhalingen op het gebied van arbeidsomstandigheden - Die zaken zijn op geen enkele interne bijeenkomst onderwerp van gesprek geweest. Er is geen groter verzwegen geheim in het openbaar vervoer dan de slechte arbeidsomstandigheden.
  6. - Het veelvuldig ontbreken van periodiek werkoverleg - Te veel lastige vragen van werknemers en te weinig antwoorden van het management smoren elk werkoverleg telkens na de start, weer in de kiem.
  7. - Leeftijdsopbouw van de populatie chauffeurs - Hoewel ouderen prima buschauffeurs kunnen zijn is werken tot aan je pensioen blijkbaar een niet te slechten probleem voor jonge buschauffeurs.
  8. - Toezicht en instructie op ingehuurde partijen voor wasstraat en tanken - Ongeïnteresseerdheid in welzijn en arbeidsomstandigheden van (ingehuurd) personeel door onverantwoord personeelsbeleid van laagopgeleid management.
  9. - Ten slotte vergt de sociale veiligheid continue aandacht - Veel woorden maar geen daden hebben in het openbaar vervoer nog nooit wat opgelost.

 

 Op basis van deze RI&E geeft de heer Winkes een advies dat de de preventietaken in ieder geval gericht moeten zijn op:
- Veiligheid (agressie en geweld) - Oplossing: Laten we veilig bespreken door mensen die eigenlijk helemaal geen risico lopen.
- BHV - Oplossing: Doen er twee bij.
- Fysieke belasting - Oplossing: Gaan we dus niets mee doen.
- Beeldschermwerkzaamheden - Oplossing: Dat beeldschermwerk op de bus, gaan we nergens bespreken.

 

Wat opmerkingen.

Het doorlezen van de RI&E laat zien dat maximaal bezuinigd is op de hygiëne in en rond kantines en dat rayonmanagers een te hoge belasting ervaren op PSA. Dit is vanwege het geringe aantal (0,4%) zeker geen groot risico.

 

Er zijn over deze RI&E moeizaam wat grieven in concept bijeen gesprokkeld. Het zijn er niet veel.

  1. Helaas is het trillingsrapport van de Arbo-Unie uit 2008 wel ingebracht als document maar heeft de heer Winkes de adviezen hieruit niet meegenomen ten behoeve van deze RI&E.
  2. Helaas is de gebruikte branche RI&E methode niet erkend maar een gedicteerd verhaaltje van de werkgeversorganisatie (KNV).
  3. Helaas is deze branche RI&E geschreven voor het tour personeel wat 3% van het geheel uitmaakt.
  4. Helaas moet deze branche RI&E als onvolledig en onkundig worden geoormerkt.
  5. Helaas zijn er in deze RI&E geen welzijnsonderzoeken uitgevoerd.
  6. Helaas zijn de PSA problemen bij managers, 0,4% boven water gekomen.
  7. Helaas zijn de PSA problemen bij buschauffeurs, 34% niet boven water gekomen.
  8. Helaas zijn de hoge PSA problemen bij S/V, 60% niet genoemd.
  9. Helaas is de preventiemedewerker CXX ook bij deze RI&E spoorloos.
  10. Helaas zijn alle rayonmanagers CXX al jaren bewust onbekwaam op het gebied van de RI&E.
  11. Helaas zijn alle rayonmanagers CXX daardoor dus wettelijk ongeschikt als preventiemedewerker.
  12. Helaas is het verzuimbeleid enkel getoetst aan het verzuimbeleid zelf.
  13. Helaas is het verzuimbeleid daardoor eenzijdig benadert.
  14. Helaas is het asociale verzuimbeleid van CXX managers in deze RI&E daardoor onderbelicht.
  15. Helaas zijn de ingebrachte documenten niet voor iedereen inzichtelijk gemaakt.
  16. Helaas zijn de gesprekspartners in deze RI&E ongenoemd gelaten.
  17. Helaas staat er onder deze RI&E geen handtekening van de onderzoeker.
  18. Helaas zijn in deze RI&E de verantwoordelijken voor de veranderingen in het plan van aanpak niet genoemd.
  19. Helaas wordt in deze RI&E de data van gereedheid voor de veranderingen niet genoemd.
  20. Helaas wordt in deze RI&E een evaluatie data van de genomen maatregelen niet nader benoemd.
  21. Helaas zijn in deze RI&E de werk en rusttijden niet aan bod gekomen.
  22. Helaas is er geen verdiepend onderzoek voorgesteld in deze RI&E op biologische agentia (artikel 4.85);
  23. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op fysieke belasting (artikel 5.3);
  24. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op geschiktheid arbeidsmiddelen ;
  25. Helaas is er ook geen verdiepend onderzoek voorgesteld op keuze persoonlijke beschermingsmiddelen (artikel 8.2).
  26. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op kunstmatige optische straling (artikel 6.12d)
  27. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op lawaai (artikel 6.7);
  28. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op trillingen (artikel 6.11b);
  29. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op agressie en geweld.
  30. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op hittestress.
  31. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op functie inhoud.
  32. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op werkdruk.
  33. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op werkplezier.
  34. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld naar de kwaliteit van de aanboden arbeidstherapie.
  35. Helaas hebben AT werkzaamheden bij CXX niets te maken met het eigen werk maar zijn meestal een nutteloze werkverschaffing.
  36. Helaas worden eindproducten van vervelende en voor de gezondheid schadelijke AT werkzaamheden aan het eind van de dag in de prullenbak gegooid.
  37. Helaas is er in deze RI&E geen verdiepend onderzoek voorgesteld op het ontbreken van werkoverleg.
  38. Helaas worden de werkoverleggen al jarenlang verziekt door mondige werknemers met klachten over hun arbeidsomstandigheden.
  39. Helaas wordt er naar werkoverleg verwezen terwijl is vastgesteld dat werkoverleg bij CXX voornamelijk ontbreekt.
  40. Helaas was de laatste code 95 opleiding volgens de onderwijsinspectie niet op het vereiste niveau.
  41. Helaas waren de cursussen van de afgelopen 25 jaar van de zelfde kwaliteit.
  42. Helaas wordt de rest van het werkoverlegtijd gevuld met overbodige top/down informatie.
  43. Helaas worden persoonlijk beschermingsmiddelen zoals GVB cabine deuren met glazenplaat die bij naderend geweld omhoog kunnen  geweigerd in het RC overleg.
  44. Helaas is er in deze RI&E onvoldoende contact geweest tussen de onderzoeker en de plaatselijke medezeggenschap.
  45. Helaas is er al jaren geen contact geweest tussen de werkvloer en de preventiemedewerker.
  46. Helaas worden preventiemedewerkers net voor een contact met de werkvloer ontslagen of overgeplaatst.
  47. Helaas zijn er in deze RI&E door de onderzoeker veel adviezen gegeven om vruchteloos verder te overleggen.
  48. Helaas zijn er in deze RI&E veel verwijzingen naar bedrijfsprotocollen die juist door de managers worden genegeerd.
  49. Helaas is de CXX gezondheidsmonitor in deze RI&E wel genoemd, maar niet gecontroleerd op inhoud.
  50. Helaas hebben buschauffeurs in de CXX gezondheidsmonitor geen vraag te beantwoorden die over trillingen gaat.
  51. Helaas heeft kantoorpersoneel in de CXX gezondheidsmonitor wel een vraag over trillingen te beantwoorden?
  52. Helaas is de CXX gezondheidsmonitor op het gebied van trillingen dus positief sturend.
  53. Helaas is daardoor de CXX gezondheidsmonitor geen oprechte onderzoekslijst maar een schakel in een rij leugens.
  54. Helaas zijn in het Arbo onderzoek naar arbeidsgerelateerde gezondheidsproblemen slimme schakels tussengevoegd waarvan hun invloed aan het zicht van werknemers en controleurs zijn onttrokken.
  55. Helaas is de jaarlijkse VGM check in deze RI&E wel genoemd, maar niet gecontroleerd op inhoud.
  56. Helaas zijn de RC's wel betrokken bij de RI&E/VGM check, maar hebben daar uiteindelijk totaal geen invloed op.
  57. Helaas door het invullen van quickscan door een RC lid wordt onterecht het idee gegeven dat deze lijst in samenspraak met de RC tot stand komt.
  58. Helaas blijkt het een incomplete vragenlijst te zijn die door CXX is samengesteld en expres arbeidsplaatsen van chauffeurs niet meeneemt in het onderzoek.
  59. Helaas heeft het heel wat jaren geduurd voordat een RC lid daar per ongeluk belangrijke vragen over stelde.
  60. Helaas was de OR nog jarenlang onbekwaam op het gebied van regelgeving rond arbeidsomstandigheden.  
  61. Helaas is de wettelijke taak van de preventiemedewerker CXX in deze RI&E weggeschreven.
  62. Helaas zijn de conclusies en adviezen uit het trillingsonderzoek uit 2008 niet meegenomen in deze RI&E.
  63. Helaas is het technische beleid bij CXX om trillingen te voorkomen jaren geleden al stil gezet (punt23).
  64. Helaas is het heel moeilijk slechte technische keuzes vooraf, later goed aan te passen (punt23).
  65. Helaas gaat CXX te snel over op een Calimero beleid als het over trillingen gaat (punt23).
  66. Helaas verwijst CXX naar zijn opdrachtgevers als trillingen tot sprake wordt gebracht (punt23).
  67. Helaas hebben die opdrachtgevers geen boodschap aan de slechte arbeidsomstandigheden van buschauffeurs, brief Almere 2014 (punt23).
  68. Helaas zullen opdrachtgevers zich ook in de toekomst niet verantwoordelijk voelen voor de overbelasting van trillingen bij buschauffeurs (punt23).
  69. Helaas lijkt het er op dat de grenswaarden overschrijdingen uit het trillingsrapport in deze RI&E uit economische gewin door de onderzoeker gebagatelliseerd zijn (punt23).
  70. Helaas is het niet mogelijk alle wegen in biljart lakens te veranderen dus zullen bussen geschikt gemaakt moeten worden om over slechte wegen te rijden (punt23).
  71. Helaas is een helder stoelenbeleid nog geen oplossing om onder de actiewaarde van 0,5ms2 te komen (punt23).
  72. Helaas is een helder stoelenbeleid op papier blijkbaar toch geen afdoend beleid om comfort in de praktijk te garanderen (punt23).
  73. Helaas kan een helder stoelenbeleid blijkbaar toch voor smerige en stinkende stoelzittingen zorgen (punt23)
  74. Helaas geeft een helder stoelenbeleid op kantoor op de werkplek nog geen inzicht in onderhoud en kwaliteit (punt23).
  75. Helaas wordt in dat helder stoelenbeleid een vervanging tijdstip vastgesteld na 360000 kilometer (punt23).
  76. Helaas worden busstoelen daardoor pas na 25550 intensieve zituren vervangen, omgezet naar een normale kantoorsituatie wordt de stoel (zitting) dus pas om de 10 jaar vervangen (punt23).
  77. Helaas komt dat wel overeen met de versleten stoelen waar elke zieke werknemer tijdens zijn arbeidstherapie passagiers tel-lijsten in kan voeren op een trage steeds vastlopende netwerkcomputer. De stoelen van de managers zijn gelukkig veel beter. (punt23).
  78. Helaas blijkt dit helder stoelenbeleid toch voor smerige vervuilde en versleten stoelzittingen zorgen (punt23).
  79. Helaas moeten chauffeurs eerst allemaal 14 x klagen voordat herstel werkzaamheden worden uitgevoerd (punt23).
  80. Helaas heeft dit trillingsonderzoek uit 2008 nog geen invloed gehad op aankoop van veel beter materiaal (punt23).
  81. Helaas worden buschauffeur bij CXX tot op heden structureel overbelast door trillingen (punt23).
  82. Helaas is een test van vijf veelgebruikte voertuigen statistisch geen juiste afspiegeling van een wagenpark van 8000 voertuigen (punt23).
  83. Helaas zijn daardoor honderden oude en versleten voertuigen ongetest gebleven op trillingen (punt23).
  84. Helaas is het rijgedrag van chauffeurs van invloed op de trilbelasting van chauffeurs (punt23).
  85. Helaas wel, want als ze niet rijden dus niet (punt23).
  86. Helaas zijn de krappe ronde tijden het meest van invloed op het racegedrag van buschauffeurs (punt23).
  87. Helaas zijn de pauzes vaak al op voor ze er goed en wel aan kunnen beginnen. (punt23).
  88. Helaas zijn de werkdagen te lang om onder de actie grens van 0,5ms2 te blijven (punt23).
  89. Helaas wordt bij trillingen in het openbaar vervoer, de aanpak bij de bron niet opgepakt (punt23).
  90. Helaas wordt de actiegrens (0,5M/2) in alle diensten en op alle bussen overschreden (punt23).
  91. Helaas worden in deze RI&E drempels overbelicht (punt23).
  92. Helaas zijn daar niet genoeg drempels voor in verhouding met alle andere routes (punt23).
  93. Helaas zijn er op provincie en snelwegen wel andere triloorzaken (punt23).
  94. Helaas worden omleidingen in deze RI&E overbelicht (punt23)
  95. Helaas blijken omleidingen soms van lange duur op invloed op de trilbelasting (punt23).
  96. Helaas worden in deze RI&E normale routes onderbelicht (punt23).
  97. Helaas worden in deze RI&E putdeksels op de routes onderbelicht (punt23).
  98. Helaas worden in deze RI&E bushalte platen op de normale routes onderbelicht (punt23).
  99. Helaas als omleidingen erg slecht zijn wil het niet gelijk zeggen dat de gewone routes veel beter zijn (punt23).
  100. Helaas worden in deze RI&E normale routes onderbelicht (punt23).
  101. Helaas wordt in deze RI&E het effect van goede stoelen overbelicht (punt23).
  102. Helaas worden in deze RI&E versleten stoelen onderbelicht (punt23).
  103. Helaas wordt in deze RI&E het onderhoud van stoelen zwaar overdreven (punt23).
  104. Helaas wordt in deze RI&E de invloed van de rijstijl van chauffeurs expres overbelicht (punt23).
  105. Helaas wordt in deze RI&E de invloed van de rijtijden/dienstregeling expres onderbelicht (punt23). 
  106. Helaas zijn de duw eigenschappen van gelede wagens op bruggen in Almere in deze RI&E onderbelicht (punt23).
  107. Helaas is de invloed van voertuigslijtage op rillingen in deze RI&E niet afdoende onderzocht (punt23).
  108. Helaas is gebruik van tijdelijke bus/bouwwegen (5 jaar in Almere) in deze RI&E expres niet meegenomen (punt23).
  109. Helaas is de invloed van de 1 bar hogere bandenspanning in deze RI&E niet onderzocht t.b.v. actie/grens overschrijding van trillingen (punt23).
  110. Helaas is het verlagen van de duurbelasting nog niet gebruikt om trillingen onder de actiegrens te brengen (punt 23).
  111. Helaas heeft het goed instellen van stoelen geen effect op een verlaging van brontrillingen.(punt 23)
  112. Helaas zijn de conclusies en adviezen uit het trillingsonderzoek uit 2008 niet meegenomen in deze RI&E (punt23).
  113. Helaas zijn gecufferde banden niet onderzocht op hun trilling verhogende eigenschappen (punt23).
  114. Helaas zijn de arbeidsomstandigheden van buschauffeurs tot op heden niet van invloed gebleken op de kwaliteit van de infrastructuur (punt23).
  115. Helaas is het advies in deze RI&E, om met de wegbeheerder te overleggen daardoor geen effectieve oplossing in de aanpak van trillingen (punt23).
  116. Helaas is er in deze RI&E niet een advies gegeven om de trilbelasting beneden de vastgestelde (2008) actie waarden te krijgen (punt23).
  117. Helaas blijven slecht functionerende bussen ondanks goed uitgevoerd en voorgeschreven onderhoud, slecht functionerende bussen (punt23).
  118. Helaas is in deze RI&E de verblinding van verkeerslichten nachts in Almere niet onderzocht.
  119. Helaas is in deze RI&E de reflectie van de binnenverlichting in de voorruit in het donker niet onderzocht.
  120. Helaas is in deze RI&E geluidsbelasting door trillend interieur op de bus niet onderzocht.
  121. Helaas zijn in deze RI&E de airco's in de voertuigen niet gecontroleerd op doelmatigheid.
  122. Helaas is in deze RI&E de oorzaak van het hoge ziekteverzuim van al die buschauffeurs niet voldoende onderzocht.
  123. Helaas is het advies in deze RI&E, om de twee uur een plaspauze in te lassen nog niet verwerkt in de nieuwe dienstregeling (punt24).
  124. Helaas komt het regelmatig voor dat chauffeurs één dag van te voren pas horen wat ze moeten doen (punt24).
  125. Helaas als werkoverleg achterwege blijft wat moeten verbeterteams dan nog verbeteren.
  126. Helaas worden verbeter teams al jaren samengesteld uit jonge collega’s zonder ervaring en kennis van zaken.
  127. Helaas stel deze RI&E dat alle werkomgevingen fysiek in orde zijn ondanks de grenswaarde overschrijdingen in het trillingsrapport 2008 op 95 % van de werkplekken (punt23).
  128. Helaas moeten we dan vaststellen dat deze RI&E niet volledig is.
  129. Helaas moeten we vast stellen dat deze RI&E geen positief bijdrage levert aan het terug brengen van werkgerelateerde gezondheidsproblemen.
  130. Helaas wil CXX met deze RI&E de schijn ophouden, dat zij voldoet aan haar wettelijk verplichting.

 

 

 

Op deze lijst vind je de wel erkende branche RI&'s

 

Het doen van voorbereidende handelingen t.b.v. een RI&E.

Om een beeld te krijgen van de trilbelasting bij buschauffeurs zijn bij CXX in 2008 door de Arbo Unie en bij Veolia in 2010 door Arboned 365 keurcompagnie trillingsonderzoeken gedaan.

Om een goed beeld te krijgen van de hedendaagse trillingsbelasting is het denkelijk het allerbeste om een hedendaagse situatie na te bootsen door een bus uit de schuur te trekken en daar een meting op los te laten. Omdat bussen in het OV sterk onderhevig zijn aan slijtage en schade zijn 5 veel gebruikte type bussen door CXX terug gebracht naar de oorspronkelijke fabriekstoestand. Statistisch is dat een flinterdunne steekproef die empirische eigenlijk nergens op slaat.

Slijtage en schade kunnen namelijk theoretisch een mogelijke overschrijding van de actie en grenswaarden betekenen.

1 - Speciaal voor de test - CXX vervangt van de testbussen de (voor)banden door nieuwe exemplaren.

1 - Normale toestand - Zins CXX een eigen cufferbedrijf heeft gekocht worden er ook op de vooras gecufferde banden gemonteerd, gecufferde banden krijgen in een fabriek een nieuw loopvlak wat op een plek een harde lijmnaad kent, het voordeel van zo'n gecufferde band is dat hij drie of vier keer langer mee kan. Het nadeel is dat de band een langzame trilling veroorzaakt op het voertuig. Om de lengte van de band een hupje op de stoel in de cabine van het voertuig. Een hupje wat veel vaker voorkomt dan een putdeksel of een drempel. Zeer goed voelbaar als de hupjes op de voorwielen gelijktijdig werken.

2 - Speciaal voor de test - De banden worden op de aanbevolen spanning gezet.

2 - Normale toestand - CXX pompt heden ten dage de banden 1 bar harder op dan de leverancier opgeeft, dat zou een fractie brandstofbesparing opleveren door een lagere rolweerstand.

3 - Speciaal voor de test - Worden de versleten schokdempers vervangen door nieuwe exemplaren. Dan klapperen de assen niet zo onder het voertuig.

3 - Normale toestand - Worden deze alleen vervangen als ze al maandenlang hun werk niet meer doen.

4 - Speciaal voor de test - Wordt de bus geheel nagelopen op versleten onderdelen en voorzien van een redelijk goede stoel.

4 - Normale toestand - Worden deze reparaties alleen gedaan als de onderdelen al maandenlang kapot zijn.

 

 


RI&E's Veolia

2010 - Wat opvalt bij het trillingsonderzoek en de RI&E's van Veolia is dat ze allemaal in concept geschreven zijn en daardoor informeel en wettelijk ondeugdelijk. Het trillingsonderzoek is opgevist van het internet en de RI&E's zaten op een anoniem geschonken geheugen stick tijdens een arbo netwerk bijeenkomst van het FNV. Ze komen overeen met de RI&E's die door CXX worden gedaan, veel vector sommen zijn over de meet periode en niet over de dag in het geheel. Ook hier worden drempels aangewezen als de grote veroorzaker van trillingen, Als drempels aangelegd worden volgens de richtlijnen van het CROW zijn die redelijk comfortabel. Meestal is daar geen controle op dus hebben we in Nederland een oerwoud van illegaal slecht gemaakte drempels liggen. Drempels nemen maximaal 1,5% van de afgelegde weg, Ze zijn op zich wel extra belastend maar zijn in verband met hun beperkte 1,5% aanwezigheid op de te meten route nooit overheersend in de algehele meting van de blootstelling aan trillingen. 

In punt 23 van de CXX RI&E uit 2015 is te lezen dat "De blootstelling aan lichaamstrillingen een algemeen erkend knelpunt is binnen het OV in Nederland, dat zal dan ook voor Veolia gelden. Dat er in de rayon RI&E's van Veolia trillingsonderzoeken ontbreken is dan ook verwonderlijk. Het trillingsonderzoek van Veolia uit 2010 staat vol met traject cijfers die niets zeggen over de hoogte van de belasting aan lichaamstrillingen over een totale werkdag

 

  1. RI&E 2010 Waalwijk
  2. RI&E 2010 Zoomvliet
  3. RI&E 2010 Tilburg buurtbus
  4. RI&E 2010 Tilburg
  5. RI&E 2010 Breda
  6. RI&E 2010 Oosterhout
  7. RI&E 2010 Breda S&S
  8. Trillingsonderzoek uit 2007 Veolia Tilburg
  9. Trillingsonderzoek Veolia 2010

Er zou een onderzoek in gesteld kunnen worden naar de geldigheid van de certificering van de ArboNed.

 


22-07-2015 facebook buschauffeurs.

Wederom heeft Connexxion geprobeerd (Nieuwsbrief 14 juli 2015) de werkplek van de chauffeur niet op te nemen in de RI&E. De OR heeft daar juist op gereageerd door daar vragen over te stellen. Het voorstel van de directie om daar dan maar verbeterteams op te zetten is een poging de boel te zieken. De ingehuurde arbodeskundige die de RI&E moest verzorgen heeft zijn werk dus bewust (betaald) verzaakt. Het is immers onmogelijk om 95% van de werkplekken in een onderneming niet mee te nemen in een deugdelijke RI&E. Vanaf 2014 tot nu, staat alles in het teken om geen RI&E op de chauffeursplek van toepassing te laten zijn. Dat is een overtreding van de mensenrechten en valt aan te merken als misdrijf volgens ons burgerlijk wetboek. post van Peter Blankman

Redacteur knelpunten.

 

TOETSEN VAN DE RI&E.

Er geldt een wettelijke verplichting voor het toetsen van de RI&E. Deze verplichting is in de Arbowet
opgenomen om de kwaliteit van de RI&E’s in Nederland te borgen. U mag namelijk zelf uw RI&E
opstellen.
 
Tijdens het toetsen van de RI&E wordt deze beoordeeld op:
  • •  Zijn alle risico’s genoemd, ook de onderwerpen van de verdiepende inventarisaties.
  • •  Is de RI&E actueel. Er moet gebruik zijn gemaakt van de huidige normen en richtlijnen, ook bij de
adviezen.
•  Is de situatie in het bedrijf goed weergegeven.
•  Is er een plan van aanpak met concrete, geplande acties om de risico’s voldoende te beheersen.
•  Zijn de genoemde verbetermaatregelen en adviezen van voldoende kwaliteit. Worden de gevaren
voldoende bij de bron aangepakt.
 
Wel of niet toetsen
•  Organisaties met meer dan 25 werknemers in dienst moeten hun RI&E laten toetsen.
•  Organisaties waar door alle medewerkers samen ten hoogste 40 uur per week arbeid wordt verricht moeten een RI&E hebben. Deze hoeft niet te worden getoetst.
•  Organisaties met maximaal 25 werknemers in dienst, die gebruik maken van een ‘Erkend Instrument’ voor hun branche, hoeven hun RI&E niet te laten toetsen. Voor een aantal instrumenten geldt een lichte toets
 
 
Verdiepende RI&E’s zijn verplicht voor:
•  Jeugdigen
•  Zwangeren en medewerkers tijdens de lactatie
•  Explosiegevaarlijke stoffen (atex)
•  Gevaarlijke stoffen, met extra verplichtingen voor kankerverwekkende of mutagene stoffen,
asbest, thuiswerkers en biologische agentia
•  Fysieke belasting
•  Beeldschermwerk
•  Schadelijk geluid
•  Trillingen (hand, arm en lichaam)
•   Kunstmatige optische straling
•  Persoonlijke beschermingsmiddelen
 
De erkende RI&E-instrumenten zijn te vinden op de websitewww.rie.nl
 
De mogelijkheid voor een lichte toets komt uiterlijk 31 maart 2013 te vervallen.
 
ADVISEURS VOOR VEILIG WERKEN
www.arbosupport.nl
 
2012 crea 7
Voor de geïnteresseerden onder ons: de verplichting en vrijstelling voor het toetsen van een RI&E is
opgenomen in de Arbowet, artikel 14, lid 1 en lid 12.
 
Wie moet toetsen
De RI&E moet worden getoetst door een zogenaamde kerndeskundige. Een kerndeskundige is een
bedrijfsarts, arbeidshygiënist, veiligheidskundige of een arbeids- en organisatiedeskundige. De kerndeskundige moet beschikken over een (SKO)-certificaat. Voor veiligheidskundigen is daarvoor onder meer een HVK- of MOSHE- diploma vereist.
Om het SKO-certificaat te behouden moet de kerndeskundige zijn kennis op peil houden door onder
andere jaarlijkse bijscholing.
 
RI&E en VCA
De VCA norm stelt dat een RI&E moet zijn opgesteld met actieve ondersteuning van de V&G
functionaris. De opleidingseis voor deze V&G functionaris is minimaal een MVK-diploma. In de
toelichting in de norm is aangegeven dat het MVK diploma moet zijn toegelaten door Hobeon
-SKO. De VCA norm verplicht u dus niet om uw RI&E te laten toetsen door een SKO-gecertificeerde
kerndeskundige. De verplichting komt voort uit de Arbowet. In de VCA norm is ook als eis opgenomen dat de RI&E minimaal om de drie jaar geëvalueerd moet worden en zo nodig aangepast (ook weer onder actieve medewerking van de MVK opgeleide V&G functionaris). De Arbowet stelt dat de RI&E actueel moet zijn en schrijft geen termijn voor. Bij wijzigingen dient de RI&E weer te worden getoetst.
 
Let op: uw RI&E is pas volledig als voor de onderstaande onderwerpen de zogenaamde verdiepende
RI&E is uitgevoerd. Als de risico’s met deze onderwerpen beperkt voorkomen, mag u deze meenemen in de gewone RI&E. In het andere geval is een apart onderzoek en een aparte, aanvullende rapportage praktischer.
 
Ton Prins SKO - gecertificeerd HVK

 

altijd bewegen

Meer weten over de RI&E klik hier

 

 

Op het verkeerde been gezet,
In een bekend nieuwsprogramma wordt door woordvoerder P.P Witte van de OV bedrijven publiekelijk gesuggereerd dat de gezondheidsproblemen van voornamelijk oudere chauffeurs veroorzaakt worden door een zelfgekozen ongezonde leefstijl, deze suggestie en het bewust nalaten van wettelijk opgelegd onderzoek naar arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten veroorzaakt een vermoeden van opzet. Het onderwater houden van belastende rapporten bevestig dit allen maar. Door bewust officieel geen arbeid belastend onderzoek te doen welke de Arbowet wel van ze verwacht, houden OV bedrijven gezamenlijk de kosten van hun product laag. In wettelijke termen is dit een economisch delict en als het onomkeerbare gevolgen heeft voor de gezondheid van het personeel is het volgens de wet een misdrijf.

De oudere chauffeurs die niet zo veel gezondheidsklachten hebben zijn vaak na hun 35ste als buschauffeur begonnen. De oudere chauffeurs met veel gestapelde gezondheidsklachten zijn meestal voor dik hun 30ste begonnen als chauffeur, dus niet zo zeer de leeftijd maar meer de blootstelling aan de slechte  arbeidsomstandigheden is dan bepalend bij het ontwikkelen van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. Onderstaande kwalen vind je daarom dus niet bij jonge chauffeurs maar alleen bij oude chauffeurs met voldoende blootstellingsjaren, de op latere leeftijd ingestroomde chauffeurs bereiken vaker de pensioen gerechtigde leeftijd in een betere conditie, jong ingestroomde chauffeurs halen hun pensioen vaak niet of met een veel slechtere lichamelijke conditie.
 
De opeenstapeling van slechte arbeidsomstandigheden (ook wel leefstijl genoemd) veroorzaakt het hoge ziekteverzuim in het OV en de gezondheidsproblemen binnen de groep van de oververtegenwoordigde 50 plussers spreekt dan voor zich. De beroepsziekten die de redactie het meeste tegenkomt onder het rijdend personeel in het openbaar vervoer met voldoende blootstellingsjaren zijn:

1.    Musculoskeletale aandoeningen door fixatie en RSI.
2.    Hartklachten door stress en vasculaire problemen.
3.    Rugklachten door trillingen en schokken.
4.    Obesitas door immobiliteit en slaapproblemen.
5.    Vasculaire problemen door immobiliteit.

Vaak meerdere klachten gecombineerd en soms als er voldoende jaren aan blootstelling zijn alle aandoeningen tegelijk, waar het aan schort is een controle op de gezondheid van rijdend personeel door onafhankelijke specialisten met forensisch inzicht. Hoewel streek/stads-chauffeurs een van de grootste speciale arbeidsgroepen binnen de groep beroepschauffeurs vormt is de groep niet terug te vinden op de site van  www.beroepsziekten.nl. Vervoerders van kippen of geld en bergingschauffeurs vind je wel terug. Daarom heeft de redactie zelf een lijst samengesteld die zij als ervaringsdeskundigen uit alle andere lijsten hebben kunnen filteren met betrekking op ons vakgebied die op die site niet zou misstaan:
 
Beroepsziekten in cijfers, geeft een overzicht van het vóórkomen en de verspreiding van beroepsziekten binnen sectoren en beroepen in Nederland. Naast statistische gegevens worden wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen rond de verschillende categorieën beroepsziekten beschreven. De informatie is gericht op de overheid, werkgevers en werknemers, en instellingen voor arbodienstverlening en gezondheidszorg. Beroepsziekten in cijfers 2012 is te downloaden van  www.beroepsziekten.nl. Nederlands Centrum voor Beroepsziekten Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid | AMC | UvA
 
2014 busbaan25

 

Zorgplicht en aansprakelijkheid.

1. Op de werkgever rust de zorgplicht tegenover zijn personeel. Deze zorgplicht is ten eerste vastgelegd in de arboregels, de minimumnormen waaraan de werkgever zich moet houden. De werkgever dient zelfstandig een preventiebeleid te voeren om de risico’s bij het werk te ondervangen. Ten tweede geeft artikel 7:658 BW de werkgever aanwijzingen om te zorgen voor een veilige werkomgeving. Die bepaling schept een schuldaansprakelijkheid. De werkgever is slechts aansprakelijk voor de schade als hij toerekenbaar tekortschiet in zijn zorg voor de veiligheid van de werknemers.


2. Werkgeversaansprakelijkheid gaat steeds meer de kant op van risicoaansprakelijkheid. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat de aansprakelijkheid van werkgevers ruim wordt ingevuld. De Hoge Raad benadrukt enerzijds dat 7:658 BW niet beoogt een absolute waarborg te scheppen voor de veiligheid van de werknemer, maar legt anderzijds zeer strenge maatstaven op aan de naleving van de zorgplicht.


3. Als uitgangspunt geldt dat de burgerlijke rechter de omvang van de zorgplicht bepaalt op basis van hetgeen wat de Arbowetgeving van de werkgever verlangt. Als een ongeval heeft plaatsgevonden waarbij de werknemer schade heeft geleden en er causaal verband is met de overtreding van de arboregels door de werkgever, oordeelt de burgerlijke rechter in de regel dat de werkgever aansprakelijk is.

4. De werkgever is en blijft op grond van de Arbowet verantwoordelijk voor alle arbeidsmiddelen die aan het personeel ter beschikking worden gesteld. De werkgever, die zich niet aan de arboregels houdt, zal daarom steeds aansprakelijk zijn voor schade tengevolge van een bedrijfsongeval bij het gebruik van een machine.

5. Ook als een vage arbonorm is geschonden, kan dit tot werkgeversaansprakelijkheid leiden. Zelfs als de Arbeidsinspectie geen boete heeft opgelegd, kan de burgerlijke rechter toch beslissen dat de zorgplicht geschonden is. De in Beleidsregel 33 genoemde matigingsgronden geven de Arbeidsinspectie enige beoordelingsvrijheid voor de vaststelling van de hoogte van de boete, maar de veiligheidsvoorschriften, de instructie- en waarschuwingsplichten en de eis tot naleving kunnen in het privaatrecht ter beoordeling van de aansprakelijkheid naar redelijkheid uitgebreid worden, terwijl het bestuursrecht is aangewezen op een wettelijke grondslag voor boeteoplegging.

6. Als arbonormen ontbreken, kan de burgerlijke rechter de aansprakelijkheid nog op basis van de ‘kelderluikcriteria’ beoordelen. In de gevallen waarin de werkgever de werksituatie bepaalt, zal hij dan als de gevaarzettende partij meestal aansprakelijk zijn voor ongevallen. Een uitzondering op die regel zijn de huis-, tuin- en keukenongevallen waarbij de werknemer in beginsel niet wordt beschermd, maar zelf voorzichtigheid in acht moet nemen.


7. Doordat de Hoge Raad het begrip ‘bewuste roekeloosheid’ zeer beperkt uitlegt is feitelijk sprake van risicoaansprakelijkheid. Zelfs als een werknemer meermalen is gewaarschuwd voor een gevaarlijke situatie, kan dit nog niet voldoende zijn. Alleen in het geval dat de werknemer er zelf voor kiest om geen gebruik te maken van de aanwezige veiligheidsmiddelen, is dat in beginsel voor zijn eigen risico.

8. De werkgever moet zorgen voor deugdelijk toezicht op de naleving van de vereiste veiligheidsmaatregelen. In veel gevallen zal de zorgplicht van de werkgever weliswaar niet zover strekken dat hij gehouden is om de werkplekken dagelijks te controleren, maar hij dient er evenwel rekening mee houden dat ook ervaren werknemers niet steeds de noodzakelijke voorzichtigheid zullen betrachten.

9. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad vloeit voort dat de werkgever op basis van goed werkgeverschap gehouden is zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering tegen verkeersongevallen; artikel 7:611 BW. Ook de werknemer, die schade heeft opgelopen als gevolg van enig tekortschieten van de werkgever in een bijzondere preventieplicht bij een activiteit in verband met het werk, kan een beroep doen op artikel 7:611 BW. De verzekeringsplicht op basis van artikel 7:611 BW heeft de werkgeversaansprakelijkheid nog meer uitgebreid. Een probleem daarbij is dat nog niet is opgehelderd wat een behoorlijke verzekering behelst.

10. Doordat de zorgplicht steeds maar weer wordt uitgebreid, is er een zware last op de schouders van het bedrijfsleven komen te rusten. De vraag dient zich aan of de uitleg van de zorgplicht door de Hoge Raad nog wel maatschappelijk gerechtvaardigd is. Uit sociaal oogpunt is het misschien nog wel enigszins te verdedigen dat werknemers hun letselschade vergoed krijgen, maar het is mijns inziens niet meer te billijken dat werkgevers dat iedere keer weer moeten betalen. Bovendien maakt de uitbreiding van de zorgplicht het onduidelijk welke zorgplichten de werkgever heeft. De wetgever zou er goed aan doen om hier meer duidelijkheid te scheppen. Ik meen dat dit zou kunnen gebeuren door de drie motieven van Beleidsregel 33 in lid 2 van artikel 7:658 BW op te nemen.

11. In het algemeen geldt dat de zorgplicht van de werkgever in het civiele recht zwaarder is dan die in het publiekrecht. Alleen bij de RI&E is de civiele zorgplicht minder zwaar dan de publiekrechtelijke. Dit volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad waarin in het ongewisse wordt gelaten wanneer een RI&E uitgevoerd dient te worden. Uit de ongevallencijfers van het RIVM valt echter op te maken dat de risico’s van arbeidsomstandigheden vaak niet of onvoldoende beoordeeld zijn. Een doeltreffende RI&E bevat de weergave van de belangrijkste gevaren, die zich veelal later pas in de dagelijkse praktijk realiseren. Daarom dient altijd van tevoren een RI&E te worden uitgevoerd. In bestuursrechtspraak wordt juist benadrukt dat de plicht om de RI&E uit te voeren de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever is en blijft. Zo wordt goed duidelijk dat dit een zorgplicht is. Ter versterking van de eenheid in het recht zou de Hoge Raad er mijns inziens goed aan doen om de Afdeling hier te volgen in haar oordeel betreffende de RI&E.

Bron: Masterscriptie Arbeidsrecht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid - Universiteit van Amsterdam
Scriptiebegeleidster: Mevr. mr. J.M. Gaarthuis - Damiaan van Eeten 6 april 2010 - Reg.nr. 9006427

 

 

Praktische tips bij het maken van een RI&E..

Ga na of er een eerdere RIE is en wat daarmee is gedaan.
Altijd kijken naar de oude RI&E en bevragen wat er met de vorige RI&E is gedaan. Als er niets mee gedaan is, dan doorvragen waarom daar dan niets mee gedaan is en of de informatie die in de oude RI&E staat nog steeds actueel is of inmiddels verouderd is. Dit bepaalt of het zinvol is om opnieuw een RI&E op te stellen. Als er wel veel mee gedaan is, dan bevragen wat de aanleiding is om nu opnieuw een RI&E uit te voeren. Mogelijk zijn dat verhuisplannen, een nieuwe of sterk aangepaste machinelijn, een reorganisatie met veel andere functies, enz. Die informatie helpt om bij de nieuwe RI&E daarop te kunnen focussen.

Bron.

 

 

 

 

2012 crea 8


Risicofactoren voor de buschauffeur,
 
Gezondheid,

  • Lichamelijke belasting; Trillingen en schokken
  • •    Het werk is lichamelijk inspannend, rug, nek, arm- en schouderbelasting
          • •    Statische belasting; - tijdens het sturen (rug, arm en schouder)
            •    Aandoeningen van het bewegingsapparaat zijn de belangrijkste verzuimoorzaak
            •    Aandoeningen handen, polsen, hoge en lage rugklachten, hernia's, hartklachten.
            •    Dynamische belasting door schokken, trillingen. 
            •    Meer klachten door toename van de gemiddelde leeftijd, meer vrouwen op de bus, weinig aandacht voor belasting/belastbaarheid.
            •    Lichaamstrillingen, zware schokken door rijden met bus op oneffen ondergrond/ bouwterrein en slechte busbanen is 60% boven de        wettelijke norm.
            •    Veel last van motortrillingen door hoog stationair toerental.  
            •    Versleten schokdempers, te korte harde vering, niet geveerde stoelen.

            Geluid,
  • •    Motor en andere draaiende onderdelen.
    •    Veel last van lawaai, moeten veel met stemverheffing spreken.
    •    Verkeerslawaai en lawaai van passagiers.

Binnenklimaat,

•    Onvoldoende aandacht voor binnenklimaatomstandigheden.

  • •    Blootstelling aan tocht en wisselende temperaturen (in- en uitstappen passagiers).
  • •    Werken in omgeving met verlaagde zuurstofconcentratie.
  • •    Hinder van koude en tocht.
  • •    Gebrek aan frisse lucht, stof, een slecht binnenklimaat.
  • •    Biologische agentia door klantencontact.


Toxische stoffen,

•    Dieseluitlaatgassen en fijnstof.
•    Koelvloeistofdampen van de jaren 1960 tot 1995.

Hygiëne,

•    Onvoldoende hygiënisch werken, onvoldoende persoonlijke hygiëne.
•    Door de vele stoel wisselingen achter elkaar op één dag overdracht van Lichamelijk Overdraagbare Aandoeningen zoals smetplekken en schimmels.

Psychische belasting en welzijn,

•    Werkdruk; lange werkdagen en hoge tijdsdruk.
•    Tijdsdruk door vertraging (files), Combinatie tijdsdruk (stress) en emoties, Verantwoordelijkheidsdruk.
•    Hoog arbeidsrisico dat continue aanwezig is.
•    Personeelsgebrek en voertuigenstoringen.
•    Weinig gelegenheid om het werk even te onderbreken.
•    Armoede aan sociale contacten door onregelmatig werk.
•    Gevoel van lage waardering (afnemende motivatie).
•    Frustraties op diverse terreinen; materiaaldefecten, reorganisaties en/of fusies, ontbreken toekomstperspectief  reden tot alcoholisme en ander verslavingen.
•    Avond-, nacht- en weekenddiensten in dubbele onregelmatigheid.
•    Onregelmatig werk en roosters; Rust versus actie, slaapverstoring bij slaap- of piketdiensten, snelle opvolging van meldingen, scholing tussen het werk door.
•    Verschuiving biologische klok, gevolg diabetes en obesitas.

Veiligheid,

•    Deelname aan verkeer (persoonlijk risico, ongevalrisico, schade aan voertuig en klanten).
•    Ongevallen, (bijna)-ongevallen, bedrijfsongevallen; te weinig aandacht voor ongevallenpreventie.
•    Werk langs de weg (ongevalsrisico).
•    Agressie en onveiligheid is een toenemend arbeidsrisico.
•    Agressie en onveiligheid in het omgaan met klanten.
•    Agressie kan bestaan uit fysiek, psychisch, non-verbaal  of verbaal geweld; (uitschelden, bedreigd of vernederd of gepest worden, seksuele intimidatie, geslagen of geschopt of overvallen worden)l.
•    Onveilige werksituaties; bij uitgaansgelegenheden, bij situaties waarbij omstanders veel drank op hebben, soms ook diabetici met verstoorde suikerspiegel.
•    Onveilige werksituatie door weggebruikers.
•    Verbale agressie; 100% van de medewerkers heeft hier ervaringen mee.
•    Fysieke agressie; 20% van de medewerkers heeft hier ervaring mee.

Preventie:

Minder lichamelijke belasting door minder blootstelling aan lawaai en trillingen door

•    Geluid- en trillingsarme bussen, goed afgeveerde stoel.
•    Goede afgeveerde stoelen met schokdemping.
•    Goede schokdemping en voldoende vering.
•    Goede cabine ergonomie, goede instelbare stoel en stuur, pedalen goed, makkelijk bedienbaar.
•    Stoel voorzien van goede zijdelingse steun en/of steun in de onderrug.
•    Betere inzet van juiste hulpmiddelen voor laden en lossen.
•    Instructie (afstelling van de stoel, voorkomen van rugklachten).
•    Preventieve rug training, interventie-programma bij chronische nek- en/of rugklachten.
•    Door meer lichaamsbeweging, sportbeoefening (in de vrije tijd).
•    Gezond roosteren, met pauzes rekening houdend met alle facetten zoals hitte en koude stress.
•    Werken met meer mensen.
•    Regelmatige fysieke check up (PAGO).
•    Goede rustpauzes.
•    Regelmatig onderhoud van de voertuigen.

Veiligheid bevorderen door,

•    Goede beveiliging van werkplek in de cabine.
•    Juiste verlichting abri.
•    Toezicht op risico plekken  .
•    Gerichte opleiding, training, voorlichting en instructie.
•    Preventie en maatregelen ter voorkoming van rampen/ ongelukken.
•    Traumabegeleiding na ongevallen, overvallen, molest via BGZ Wegvervoer.
•    Meer aandacht voor agressie en onveiligheid in werkoverleg, Teambuilding.
•    Meer aandacht in de opleiding voor agressie en onveiligheid.
•    Gebruik maken van het Bedrijfs Opvang Team (BOT) bij agressie en onveiligheid.
•    Gedragscodes en training “Agressie en onveiligheid”.
•    Cursus “Omgaan met agressie en verbaal geweld” (SOVAM cursus).
•    Meldingsprocedure ongewenste discriminatie.

Klimaat,

•    Ventilatie en klimaatbeheersing in de cabine.

Welzijn bevorderen door,

•    Werkdruk; goede planning en organisatie.
•    Goede, frequente afstemming en (beveiligde) communicatie met Planning (werkopdrachten, uitvoering, bijzonderheden onderweg).
•    Werktijden conform arbeidstijdenbesluit, voldoende rusttijden tussen opeenvolgende diensten.
•    Invloed op het bepalen van route.
•    Houden van functioneringsgesprekken.
•    Werkdruk; goede planning en organisatie.
•    Aandacht voor overleg op het werk, Invoeren van werkoverleg, Scholing clusteren.
•    Cyclisch werkrooster (voor langere tijd zekerheid over roosteropbouw).
•    Een aangepast rooster draaien; gezond roosteren, Toepassen van de arbeidstijdenwet.
•    Inroepen van ondersteuning bij hoge werklast of bijzondere omstandigheden.
•    Specifieke trainingen om psychische belasting beter bespreekbaar te maken.
•    Cultuur; afspraak = afspraak; einde dienst = einde dienst, open sfeer creëren, versterken van teams, uit de wind houden van collega's, opleiding management.

Traumaverwerking door,

•    Intern gebruik van Opvangprotocol (Er is een Landelijk Protocol Ambulancehulp).
•    Evaluaties van ritten, Meer werkoverleg, teambuilding.
•    Opleiding; Meer aandacht in de opleiding voor traumaverwerking, opleiding SOSA. (Stichting Opleiding en Scholing Ambulancehulpverlening), voorlichting, Opvang door collega's.
•    Meer gebruik maken van het Bedrijfs Opvang Team (BOT), vertrouwenspersonen inzetten.
•    Inschakeling externe deskundigen (bedrijfs)maatschappelijk werker of psycholoog
Onderzoek wijst uit dat goede preventie veel ziektekosten tegen gaat.
 
2014 busbaan50

 

Diabetes,

Er werd altijd vanuit gegaan dat het krijgen van diabetes erfelijk bepaald is. Er zijn echter steeds meer aanwijzingen dat omgevingsfactoren een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van diabetes. Mensen met overgewicht ontwikkelen vaker diabetes dan mensen zonder overgewicht; tenminste 80% van de mensen bij wie de diagnose diabetes is gesteld, lijdt aan overgewicht. Overgewicht is in deze moderne tijd een groeiend volksgezondheidsprobleem. Verkeerde voeding, te weinig bewegen en aanleg zijn hedendaagse factoren die tot overgewicht leiden. Het ontstaan van diabetes door overgewicht wordt waarschijnlijk mede veroorzaakt door het verhoogde vetgehalte rond de spieren. Door de aanwezigheid van vetcellen worden de spiercellen ongevoelig voor insuline. Daardoor wordt glucose minder goed opgenomen waardoor er te veel glucose in het bloed aanwezig blijft. Naarmate er meer gesnoept wordt, komt er extra glucose bij. De alvleesklier blijft maar insuline maken omdat er te veel glucose in het bloed zit en raakt uiteindelijk overbelast: zo kan diabetes ontstaan.

Leefstijl is belangrijk,

Overgewicht en diabetes zijn typische leefstijlaandoeningen die vooral de laatste decennia in de westerse wereld enorm zijn toegenomen. Niet alleen volwassenen maar ook steeds meer kinderen krijgen diabetes. Diabetes is dus niet alleen een gevolg van de vergrijzing maar vooral een gevolg van een veranderende leefstijl. Op zich zou dat gunstig zijn, want als men zelf debet is aan de toename van diabetes, kan men er ook iets aan doen. Uit onderzoek blijkt dat diabetes type 2 in 60-95% van de gevallen te voorkómen is. Tevens blijkt dat een alvleesklier, die op hoge toeren insuline maakt, kwetsbaarder is voor beschadiging en dus voor het ontstaan van diabetes. Ook de overconsumptie van suiker en koolhydraten tast de functie van de alvleesklier aan. In alle gezonde culturen waar mensen lang leven, is men echter zeer zuinig met voeding, vooral waar het koolhydraten betreft. Overgewicht komt daar niet of nauwelijks voor. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de Okinawa’s in Japan. Verder zijn er in het verleden rapportages verschenen over de Hunza’s, de Abkhasiërs en Andesdorpen in Equador. In deze gemeenschappen worden zeer hoge leeftijden bereikt. Behalve matig met voedsel bleven deze mensen tot op hoge leeftijd fysiek actief waardoor de insulinegevoeligheid verhoogd wordt en tegelijkertijd de insulinespiegel wordt verlaagd.
 
Slapen,

Goed slapen kan depressiviteit voorkomen. Te weinig slapen veroorzaakt veranderingen in de hersenen die een rol spelen bij depressiviteit. En een week weinig slaap is niet in een weekend ingehaald. Opletten dus. Wetenschappers in Groningen hebben een proef gedaan met ratten die normaal elf uur per dag slapen. De hersenen van ratten die maar vier uur slaap per dag krijgen, blijken minder gevoelig te worden voor de neurotransmitter serotonine. 'Deze verminderde gevoeligheid is ook aangetoond bij depressieve mensen,' zegt neurobioloog Peter Meerlo op de site van de Rijksuniversiteit Groningen.

Kinderen,
Uit andere testen blijkt dat depressieve mensen vaak slecht slapen. Zo blijkt uit recent onderzoek dat 70 procent van vijfhonderd onderzochte depressieve Amerikaanse kinderen slecht of kort slapen.

Het Groninger rattenonderzoek, een promotieonderzoek van Viktor Román, haalt oorzaak en gevolg duidelijk uit elkaar. Opmerkelijke uitkomst is ook dat ratten slaaptekort niet met één goede nachtrust weg slapen. Slapen de ratten een week lang slecht, dan hebben de hersenen een week lang goede nachtrust nodig om volledig te herstellen. Goed slapen is dus niet alleen lekker, maar ook nog eens erg gezond.

Door Jan Kooistra
 

Campagne van SZW

Wat is ‘voorkom problemen. weet hoe het zit.nl’?

De campagne ‘voorkom problemen. weet hoe het zit.nl’ is een initiatief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het ministerie voert deze campagne samen met de Sociale Verzekeringsbank SVB, UWV, de Belastingdienst en gemeenten. Met deze campagne wil het ministerie mensen bewust maken van de plichten op het gebied van sociale voorzieningen, arbeidsvoorwaarden, belastingen en veilig en gezond werken. De campagne is gericht op uitkeringsgerechtigden, werknemers, werkgevers en pensioengerechtigden (AOW’ers).

Voorkom problemen

Bij de meeste wet- en regelgeving komen verplichtingen kijken. Ook bij sociale voorzieningen, arbeidsvoorwaarden en veilig en gezond werken. Het is niet altijd duidelijk welke zaken gemeld moeten worden bij de gemeente en uitkerings of uitvoeringsinstantie. Of welke verplichtingen er gelden en wat dat betekent voor de belastingen. Daardoor overtreden mensen soms onbewust de regels.

Weet hoe het zit

De informatie in deze campagne is bedoeld om te voorkomen dat u onbewust regels overtreedt. De overheid en uitkerings en uitvoeringsinstanties bieden via klantcontact, websites en andere middelen specifieke informatie over de verplichtingen. Er zijn campagneperiodes waarin aandacht is voor specifieke thema's. Voor mensen met een uitkering bijvoorbeeld over het melden van vrije dagen of bijverdiensten. Voor werkgevers bijvoorbeeld over de verplichtingen rondom het in dienst nemen van (buitenlandse) arbeidskrachten of het voorkomen van agressie tegen medewerkers. In tijdschriften, radiocommercials en advertenties (banners) op websites wordt naar weethoehetzit.nl verwezen of gelinkt. Zo kan iedereen uitzoeken hoe het met zijn persoonlijke situatie zit. U zult regelmatig advertenties en radiocommercials van de campagne 'voorkom problemen. weet hoe het zit.nl' voorbij zien én horen komen. Op deze pagina staat een overzicht van deze beelden en commercials.

Doe ik voldoende om beroepsziekten te voorkomen?

Allerlei factoren kunnen werken lichamelijk of geestelijk zwaar maken. Wie bijvoorbeeld steeds onder grote druk zijn werk moet doen, kan overspannen raken of een burn-out krijgen. Terwijl iemand die steeds zware lasten tilt, rugklachten kan krijgen. Ook andere vormen van belasting kunnen tot (soms blijvende) schade aan de gezondheid leiden. We spreken in die gevallen van ‘beroepsziekten’.

Met gezonde en veilige arbeidsomstandigheden en het zo veel mogelijk vermijden van blootstelling aan arbeidsrisico’s kunnen beroepsziekten worden voorkomen. Een gedegen Risico-inventarisatie en -evaluatie (website Inspectie SZW), bij voorkeur door een preventiemedewerker, arbocoördinator of arbodienst, draagt in belangrijke mate bij aan in beeld brengen en voorkomen van beroepsziekten.

Schade door beroepsziekten voor werknemer én werkgever

Naast gezondheidsschade, kunnen beroepsziekten ook andere gevolgen hebben, zoals productiviteitsverlies en de noodzaak tot aanpassing van de werkplek of functie. Bovendien kunnen beroepsziekten tot aanzienlijke financiële schade en in bepaalde gevallen ook tot forse juridische claims leiden.

RI&E

Weet u welke risico’s werknemers in uw bedrijf lopen? Als u een risico-inventarisatie en -evaluatie uitvoert (RI&E) weet u snel waar eventuele risico’s zich kunnen voordoen. Iedere werkgever is volgens de de Arbowet verplicht deze RI&E uit te voeren. 

Zelfinspectie.nl

Weet u of de arbeidsomstandigheden in uw organisatie op orde zijn? Zorgt u voldoende voor de gezondheid en veiligheid van uw werknemers? Op www.zelfinspectie.nl kunt u dat (anoniem) checken. U kijkt naar uw organisatie zoals de inspecteur van de Inspectie SZW dat doet. Op welke onderdelen scoort u voldoende? Waar moet u nog verbeteringen aanbrengen? Resultaat is een lijst met actiepunten, specifiek voor úw organisatie.

Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)

Deze wet zorgt voor zowel de veiligheid en gezondheid van werknemers tijdens hun werk als voor het bevorderen van zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden

Uw verplichtingen

De Arbowet wil de best mogelijke arbeidsomstandigheden realiseren en kent verplichtingen voor zowel de werkgever als de werknemer. De werkgever moet er voor zorgen dat de veiligheid en gezondheid van de werknemers is gewaarborgd. Dit moet hij doen door gericht beleid te voeren en maatregelen te nemen. Daarbij zijn de volgende elementen van belang: * een goede inventarisatie van mogelijke risico’s voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer * de beoordeling van deze risico’s * het nemen van maatregelen om de risico’s te beheersen. De werknemer is verplicht de eigen gezondheid en veiligheid en die van anderen te bewaken door instructies uit te voeren en beschermingsmiddelen te gebruiken. Om deze wet na te leven is het van belang dat werkgever en werknemer goed samenwerken.

Toezichthoudende instantie

De Inspectie SZW houdt toezicht op het naleven van de ArboWet door werkgevers en -nemers

Colofon

Deze pagina bevat alleen kerninformatie over de Arbowet. Raadpleeg voor meer informatie de website van de Inspectie SZW.

 

De praktijk van de RI&E