www.sikoss.info

Samenwerkend Internationaal Kennis centrum Openbaar vervoer Stad & Streek.

 

Fiat justitia ruat caelum

"let justice be done though the heavens fall."

 

rapportage casus belli

 

Gerechtelijke beslommeringen.

Als een kanton zaak een verdraaid lang en lang verdraaid verhaal wordt.

 

De Eiser "Blankman" wil iedereen mee laten kijken bij zijn poging om voor zijn recht op te komen.

En dat begint met het iedereen laten lezen van ingebrachte stukken.

Om de rechtspraak niet te belemmeren, zijn de processtukken pas na de uitspraak inzichtelijk en die werd in den beginne omstreeks 23 maart verwacht en is op 10 augustus binnen gekomen, vier en een halve maand later. In de advocatuur is het gebruikelijk dat zolang de rechter nog geen uitspraak heeft gedaan er door toga's in de media niet over wordt gesproken. Niet duidelijk is of dat ook geldt als de rechter het vonnis zonder opgaaf van redenen steeds opschuift. Over het opschuiven van een vonnis is niet meer te vinden in de jurisprudentie dan dat het binnen een redelijk termijn gebeurt moet zijn, zonder echt aan te geven wat redelijk is.  

Een Comparitie van partijen op 23 februari 2016 te 15.00

23 februari 2016 - Vonnis wijzen op 23 maart 2016...

23 maart 2016 - Uitstel van vonnis (de eerste keer), verschoven naar 20 april...

20 april 2016 - Uitstel van vonnis (de tweede keer), verschoven naar 18 mei...

18 mei 2016 - Uitstel van vonnis (de derde keer), verschoven naar 15 juni...

15 juni 2016 - Uitstel van vonnis (de vierde keer), verschoven naar 13 juli...

19 juli 2016 - Uitstel van vonnis (de vijfde keer), verschoven naar 10 augustus.

10 augustusHet vonnis is binnen..  en de rechter wijst de vordering af...

Deze onverwachte wending moet even dalen voordat ik een reactie plaats.

Vier en een halve maand voor het schrijven van vijf A4tjes, waarvan het merendeel uit de producties van CXX overgeschreven zijn. Verdiepende onderzoeken schijnen er niet te zijn gedaan. De niet getekende rapporten en documenten die door CXX zijn ingebracht, zijn zonder ze naar artikel 21 wetboek van burgerlijke rechtsvordering te wegen, door de rechter aanvaard als ingebrachte stukken. Alle gecertificeerde rapporten en stukken van Blankman waaronder een waarschuwing van de Inspectie SZW aan CXX zijn aan de kant gelegd.

 

Proloog

Een dikke maand voor de ontslag datum maakt CXX ongevraagd 3 bedragen over aan Blankman. Het eerste bedrag als nabetaling 2014 en de andere twee zonder beschrijving. Rond het tijdstip van het ontslag vraag CXX deze bedragen als onverschuldige bedragen weer terug. Het Burgerlijk Wetboek Boek 6 zegt in Artikel 204 daar het volgende over.    

Cxx heeft tijdens het dienst verband van 38 jaar nog nooit eerder betalingen gedaan waar Blankman geen recht op had. Blankman zelf heeft tijdens dienst verband nooit gezeurd over uitbetalingen en kon hier door ook niet vermoeden rekening te moeten houden met een terugbetaling, dus was Blankman te goede trouw bij het opmaken ervan. Blankman heeft het meeste geld weggeschonken. Overal rekening mee houdend, vermoedt Blankman dat deze betalingen zijn gedaan om Blankman uit zijn evenwicht te brengen.Vermoedelijk zijn er meer collega's op de zelfde manier behandeld.

Niet gehinderd door schuld gevoelens vanwege het opmaken is de zoektocht naar een geschikte advocaat door Blankman ingezet. 

Eind september 2015 heeft Blankman een kennelijk onredelijk ontslag procedure opgestart omdat Blankman van mening is dat zijn werkgever CXX door een bewuste nalatigheid, verantwoordelijk is voor uiteenlopende lichamelijke klachten die uiteindelijk uitgemond zijn in de arbeidsongeschiktheid en ontslag van Blankman.

 

4,5 maand vertraging,

Uitstel kan diversen redenen hebben, de rechter heeft het druk of hij doet zoals in een rechtsstaat mag worden verwacht, een verdiepend onderzoek naar de bewijsvoering in de zaak Blankman/Connexxion. In het proces verbaal zijn de namen van drie getuigen die Connexxion had meegestuurd verkeerd geschreven. Misschien een stom toeval, maar bijkomstig is dat deze getuigen daardoor administratief worden losgekoppeld van deze zaak en niet hoeven worden afgeplakt. Personen die misschien wel voldoen aan de namen van de getuigen in het proces verbaal, waren tijdens de comparitie op 23 februari 2016 te Almere afwezig.  

Het raadplegen van verschillende specialisten lijkt in deze zaak nodig omdat Connexxion diversen Arbo wettelijke verplichte taken met opzet gesepareerd heeft uit laten voeren, betrokken specialisten en toezichthouders worden daardoor onvoldoende geïnformeerd en gesepareerd van belastende informatie, en zijn daarmee zelf wettelijk afgeschermd tegen vervolging vanwege verzakend disfunctioneren. Zolang iedereen door verkleving over het gebrek aan informatie zwijgt is het een perfect opgebouwd economische delict en een misdaad tegen het rijdend personeel.

Mocht ondanks het steeds uitstellen van vonnis, er toch geen verdiepend onderzoek zijn ingesteld, dan moet men er van uit gaan dat de rechter, de rechten van Blankman en zijn collega's op een gezonde werkplek, negeert.

Het feitelijk proces begint met het ontslag van Blankman op 31 maart 2015. Blankman heeft een advocaat gezocht en gevonden. Stukken overlegd en op 30 september 2015 een dagvaarding laten betekenen. Aldus, een procedure kennelijk onredelijk ontslag opgestart.

Een procedure kennelijk onredelijk ontslag omdat Blankman vindt dat zijn werkgever in gebreke is gebleven, omdat de oorzaak van zijn arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door overbelasting aan trillingen op zijn werkplek. Deze overbelasting van trillingen was bij zijn werkgever langer bekend en deze heeft vanaf 1992/2005 niets gedaan om de belasting onder de actie-waarden te brengen. De Arbowet (vanaf 1992) stelt dat werkgevers gedegen onderzoek moeten doen naar de arbeidsomstandigheden van hun personeel om gezondheidsschade te voorkomen.

De Volkskrant schrijf in een stukje over personeel van diplomaten dat 'eerlijke en fatsoenlijke werk omstandigheden belangrijk zijn in Nederland' en 'misbruik of slechte behandeling internationaal wordt gezien als een serieuze misdaad'..

CXX-CXX-CXX-CXX-CXX-CXX-CXX-CXX-CXX.

 

 maartoenveranderdedehelesituatie

 

De zitting !

De zitting was op 23 februari 2015,

Voor Blankman was het de eerste keer dat hij in een rechtszaal kwam. Achter een verhoging kamerbreed trof Blankman een vrouwelijke griffier in toga half verscholen achter een tekstverwerker en een slanke hooghartige blanke man rond de 36 als rechter in toga. Tijdens de zitting bleek de rechter al wat standpunten van CXX overgenomen te hebben. Van de vrouwelijke case getuige P.S. van CXX heb ik geen onvertogen woord gehoord, als enige heeft zij naar waarheid en omstandigheden correct getuigd, hulde. De senior rayon manager vond het nodig, wat niet te zake doende vuil te spuiten, maar dat was omdat ik hem natuurlijk ook al heel lang ken, geen verrassing. De jurist arbeidszaken noemde een verkeerde en andere schadevergoeding in deze. Hij zat met zijn hoofd waarschijnlijk nog in een andere zaak. Blankman was tevreden over zijn advocate, zij heeft zich binnen de ruimte die de rechter overliet, kranig verweerd. 

Op 18 maart 2015 (drie weken later) ontvangt Blankman via de advocaat het proces-verbaal van de zitting. Het proces verbaal hoorde eigenlijk ter plekke gemaakt, doorgelezen en ondertekend te worden door alle partijen en de griffier. De rechter heeft op 23 februari verzuimd toestemming te vragen het proces-verbaal later te maken.

 

Het proces verbaal van de zitting,  Klik hier...

Blankman vond het proces-verbaal van de zitting op cruciale punten afwijken, waaronder het verkeerd spellen van de namen van drie getuigen van Cxx. Gezien de namen van te voren bekend zijn en dat iedereen door de bewaking bij de ingang verplicht wordt zich met een paspoort te identificeren enig zins opmerkelijk.

Hoewel het relaas van de CXX getuigen woordelijk waren opgetekend constateerde Blankman dat er uit zijn verhaal zinnen waren geschrapt en of gewijzigd. De in de dagvaarding naar voren gebrachte oorzaak van zijn arbeidsongeschiktheid (lichaamstrillingen op de werkplek) is in het proces- verbaal verschoven naar een ongefundeerde individuele kritiek op chauffeursstoelen.Voor het proces belangrijke uitspraken van Blankman zijn niet genotuleerd, zoals dat Cxx een subsidie van 7,5 miljoen terug moet betalen van de inspectie van onderwijs vanwege fraude, plus een boete van €45.000. Van belang is te weten dat hier volgens de inspectie valsheid in geschrifte is gepleegd. De cursus voor code 95 voldeed aan geen kant aan de niveaueisen die de inspectie daar voor had opgesteld en er waren meer cursisten opgevoerd dan er in werkelijk waren.  Dat er in deze zaak geen strafrechter vonnis velde maar dat er alleen een bestuursrechtelijke boete is op gelegd, heeft CXX in zijn bestaan gered.    

Het kan in de zaak Blankman/CXX van belang zijn, te weten dat Cxx een notoire overtreder van wettelijke regelgeving blijkt te zijn.

Als dit proces-verbaal leidend is voor de eind uitspraak zou dat een vorm van dwaling kunnen zijn, de brief van 21 maart 2015 is daarom als reactie richting rechtbank gegaan. 

 

 

 

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

De wijze van procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad

Artikel 21 - Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. 
Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.
Artikel 22 - De rechter kan in alle gevallen en in elke stand van de procedure partijen of een van hen bevelen bepaalde 
stellingen toe te lichten of bepaalde, op de zaak betrekking hebbende bescheiden over te leggen.
Artikel 23 - De rechter beslist over al hetgeen partijen hebben gevorderd of verzocht.
Artikel 24 - De rechter onderzoekt en beslist de zaak op de grondslag van hetgeen partijen aan hun vordering, 
verzoek of verweer ten gronde hebben gelegd, tenzij uit de wet anders voortvloeit.
Artikel 25 - De rechter vult ambtshalve de rechtsgronden aan.
Artikel 26 - De rechter mag niet weigeren te beslissen.

 

 De Procedure ..

De procedure:

 

De dagvaarding.

De conclusie van antwoord.

Het tussenvonnis van 23 december 2015.

De brief van 15 februari 2016 aan de zijde van Blankman.

Het proces verbaal van comparitie van 23 februari 2016.

De brief van 21 maart 2016 aan de zijde van Blankman.

De brief van 21 maart 2016 aan de zijde van Connexxion

Vonnis 10 augustus 2016 Mr van Aalst.

Het vonnis 10 augustus door Blankman gefileerd tot op de graat.

Het vonnis, achteraf gefileerd op de ingebrachte feiten.

Waren de feiten juist of zijn er frauduleuze handelingen verricht.

 

 

Ingebrachte stukken door Blankman:

Dagvaarding in concept.
productie-01 - Blankman.
productie-02 - Blankman.
productie-03 - Blankman.
productie-04 - Blankman.
productie-05 - Blankman.
productie-06 - Blankman.
productie-07 - Blankman.
productie-08 - Blankman.
productie-09 - Blankman.
productie-10 - Blankman.
productie-11 - Blankman.
productie-12 - Blankman.
productie-13 - Blankman.
productie-14 - Blankman.
productie-15 - Blankman.
productie-16 - Blankman.
productie-17 - Blankman.
productie-18 - Blankman.
productie-19 - Blankman.
productie-20 - Blankman.
productie-21 - Blankman.
productie-22 - Blankman.
productie-23 - Blankman.
productie-24 - Blankman.
productie-25 - Blankman.
productie-26 - Blankman.
productie-27 - Blankman.
productie-28 - Blankman.
productie-29 - Blankman.
productie-30 - Blankman.

 

Ingebrachte stukken van Verdediging:

 

Conclusie van antwoord verdediging. 

productie-01-Verdediging-Uittreksel KvK.

productie-02-Verdediging-Arbeidscontract.

productie-03-Verdediging-Salaris afschrift.

productie-04-Verdediging-Arbo vitale.

productie-05-Verdediging-WIA toekenning.

productie-06-Verdediging-Ontslag aanvraag en brief naar den Otter.

productie-07-Verdediging-Ontslag aanvraag UWV en verweer Blankman.

productie-08-Verdediging-Tigra en arbo-vitale.

productie-09-Verdediging-Deel vervalste RI&E.

productie-10-Verdediging-Hermes rapport vibrations.

productie-11-Verdediging-Ergonomische onderzoek cabine Citaro.

productie-12-Verdediging-Brief 17 mei 2014.

productie-13-Verdediging-Brief niet mee werken aan eigen re-integratie.

productie-14-Verdediging-Reactie Blankman op 13.

productie-15-Verdediging-Beoordeling 2006.

productie-16-Verdediging-Brief met grieven 2006 en schadeformulier.

productie-17-Verdediging-Brief aan de minister.

productie-18-Verdediging-Brief logo's en facebook berichten.



agadium da mihi facta dabo tibi ius

‘geef mij de feiten dan geef ik u het recht’.

 

 

(citaat) In civiele vonnissen en arresten vindt men altijd eerst de ‘vaststaande feiten’. Beide partijen stellen feiten en aan de hand van de gestelde feiten moet de rechter bepalen welke feiten aangemerkt kunnen worden als vaststaand, zodat deze feiten aan zijn beslissing ten grondslag kunnen worden gelegd. Partijen blijven echter wel eens in gebreke wat betreft het aanvoeren van voldoende feitelijke gronden. Ook laten partijen nog wel eens na zich op deze feitelijke gronden te beroepen als zo’n beroep nodig is.

1 Voor rechters die zo rechtvaardig mogelijk willen beslissen kan het heel verleidelijk zijn om zo’n partij ‘te helpen’.

2 Wat betreft het aanvoeren van de feiten is de taakverdeling tussen de civiele rechter en partijen echter neergelegd in art. 149 Rv en art. 24 Rv. De afbakening van het proces komt tot uitdrukking in het verbod voor de rechter de feiten aan te vullen (art. 149 Rv) en het verbod om de feitelijke grondslag (art. 24 Rv) aan te vullen of uit te breiden.

3 Deze aan de rechter opgelegde beperking zorgt voor een spanningsveld. In de woorden van Tjong Tjin Tai kan ‘de rolverdeling in de civiele procedure in haar simpelste vorm worden voorgesteld als dat partijen de vorderingen en verweren aanvoeren, alsmede de feiten waarop zij een beroep doen, waarna de rechter zo nodig onder aanvulling van de rechtsgronden, het verband tussen een en ander legt’.

4 De rechter is dus vrij om de rechtsgronden aan te vullen (art. 25 Rv) en gevolgtrekkingen te maken. Voor het overige, in het bijzonder de feiten waarop een beroep wordt gedaan, is de rechter gebonden aan hetgeen partijen aanvoeren.

5 Dit wordt ook wel uitgedrukt met het agadium da mihi facta dabo tibi ius – ‘geef mij de feiten dan geef ik u het recht’.

Bij de herziening van het burgerlijk procesrecht in 2002 heeft de rechter meer bevoegdheden gekregen. Op grond van art. 22 Rv dienen de partijen hun stellingen toe te lichten of bepaalde bescheiden over te leggen indien de rechter hierom vraagt. Daarnaast geldt er voor partijen op grond van art. 21 Rv de waarheidsplicht. Met deze ‘instrumenten’ is de rechter beter in staat om de feiten boven tafel te krijgen waardoor kan worden voorkomen dat er een beslissing wordt genomen op basis van een onjuist of onvolledig feitelijk stramien. Voor veel juristen gaan deze wijzigingen nog niet ver genoeg, er wordt door hen dan ook gepleit voor een (nog) actievere rechter. Er bestaat echter veel discussie over dit onderwerp, omdat een actieve rol van de rechter immers impliceert dat partijen processuele vrijheid moeten inleveren ten gunste van de rechter. Deze discussie levert interessante vragen op. Hoever mag de rechter eigenlijk gaan? Hoe ‘actief’ zal de civiele rechter in de toekomst zijn? Mijn onderzoeksvraag is dan ook: ‘Rechter en feiten; waar ligt de grens?’ (einde citaat)

Feiten zijn dus doorslaggevend in het proces. De rechter dient dus naar aanleiding van de in de zaak gebrachte feiten tot een uitspraak te komen.

Argumenten om een rechter te kunnen en moeten wraken

(citaat)Dat kan wanneer in een rechtszaak de advocaat van de tegenpartij met bewijsbare leugens en vervalsing van feiten die als argumenten inbrengt. Meestal staan die zelfs zwart op wit in zijn pleidooi. Het bewijs daarvan ligt dan voor. De vraag die je als absoluut eerlijke partij aan de rechter kunt stellen is: "Accepteert u als rechter van een advocaat of procureur leugens, misleiding, vervalsing en laster tegen de wederpartij als pleidooi? Ja of nee?" Stelt de rechter dat het niet ongewoon is dat advocaten in procedures liegen, lasteren, misleiden, frauderen en meineed plegen, dan moet de rechter gewraakt worden, want deze kan dan geen integer oordeel vellen. Bij het accepteren door de rechter daarvan schendt niet alleen de advocaat van de tegenpartij de ambtseed die hij gezworen heeft te zullen respecteren, naast de regels in de advocatenwet, maar ook de rechter schendt dan zijn eed aan de koningin en de wet, waardoor hij zijn integriteit verzaakt en dus onacceptabel is als rechter of raadsheer.

Hoeveel misleidingen en leugens wilt u hebben om zelf een oordeel te vormen over de toegepaste rechtsgang. Hoeveel overtredingen van artikel 21 RV mogen er in zitten om een zaak te laten stinken. Hoor en wederhoor. Heeft de rechter tijdens de zitting voldoende hoor en wederhoor toegepast. Heeft de rechter voldoende onderzoek gedaan of ingebrachte stukken en stellingen van de partijen vast staande feiten zijn. Vast staat ( brief 21 maart Blankman dat er woorden van Blankman in het proces verbaal zijn weggelaten en/of veranderd. Het hele stuk over de fraude bij de afdeling opleidingen van CXX en het terug moeten betalen van de subsidie van 7,5 miljoen met een boete van dik 50.000 is er uit verdwenen. Een bewijs van het overtreden van wettelijk regels is een belangrijk feit in deze en vertelt dat het bij CXX niet altijd volgens de regels gaat. Het hele verhaal is voldoende in het nieuws geweest dus als feit bewezen.

De vrijheid die de edelachtbare rechter heeft genomen om onbewezen aangedragen feiten van CXX mee te nemen in zijn beslissing is naar de mening van Blankman aan te merken als een gerechtelijk dwaling.

De zaak - Blankman - CXX. De dagvaarding zit goed in elkaar en de ingebrachte stukken zijn controleerbaar op juistheid. Blankman is tevreden voor de inspanning van zijn advocate.

 

 

 

Nabeschouwingen:

Betreffende de RI&E zijn twee producties ingebracht, productie 9 CXX en productie 30/31 Blankman. 

 

1: De branche RI&E die door CXX als leidraad voor de RI&E 2015 is gebruikt is door CXX zelf geschreven en derhalve niet gecertificeerd.

2: In het voorblad RI&E van de Arbo-unie op pagina 7/12 van productie 30/31 van Blankman is terug te vinden dat de OR ( De enige wettelijk gesprekspartner van de werkgever op het gebied van de RI&E. ) is vervangen door de RC. Deze is in dit overleg geen wettelijke gesprekspartner en kan daarom geen aanvullende documenten aanleveren. De aanvullende eisen die de OR op het gebied van verdiepende trillingsonderzoeken wilde indienen, zijn derhalve niet toegevoegd.

3: Door geen namen van gesprekspartners of andere verantwoordelijke personen te noteren en geen streef data voor het uitvoeren van de te nemen maatregelen is niemand verantwoordelijk voor het toch continueren van structurele problemen betreffende arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten bij CXX. Dit was een eis die in de waarschuwing van de inspectie SZW aan CXX terug is te vinden. (productie 18 - brief 18 augustus 2014 van inspectie SZW aan CXX - punt 2. Zonder de namen van verantwoordelijke functionarissen in het plan van aanpak is deze RI&E niet geldig.

4: In productie 19 Blankman is te lezen dat de directie en de OR in hun gezamenlijke nieuws brief  van 14 juli 2015 van menig zijn dat de werkplek van de chauffeur nog niet is meegenomen in de RI&E 2015. Ook is te lezen dat de directie met hun eigen initiatiefvoorstel heeft ingestemd om dit via zogenaamde verbeterteams in gang te zetten, zowel de OR als de RC's worden in dit initiatiefvoorstel aan de kant gezet om deel te nemen aan overleg omtrent de werkplek van de chauffeur ten behoeve van de RI&E. De directie vindt denkelijk dat jonge onervaren chauffeurs met kort lopende arbeidscontracten die nog nooit van een RI&E hebben gehoord, betere overleg partners zijn bij het oplossen van langlopende structurele problemen.

5: Trillingsonderzoeken ten behoeve van de arbeidsbelasting op de werkplek van buschauffeurs zijn zeldzaam, arbeidsintensief en kostbaar.

    - 1: Het onderzoek van de Arbo-unie 2008 naar trillingen op de werkplek is in opdracht van CXX uitgevoerd.

    - 2: Dit onderzoek werd in de brief van 15 juli 2013 (productie 15 Blankman) door de directeur CXX als gedateerd bestempeld.

    - 3: Toch wordt dit onderzoek als Trillingsonderzoek Connexxion november 2008 ingebracht als document voor de nieuwe RI&E 2015 (productie 30 Blankman - voorblad RI&E - pagina 7/12 ).

    - 4: Hoewel trillingsbelasting wel als eerste wordt genoemd bij de belangrijkste geconstateerde risico's (productie 30 Blankman - voorblad RI&E - pagina 4/12). Is de trillingsbelasting op pagina 9/12 - onder Risico's op het gebied van veiligheid gezondheid en welzijn niet meer terug te vinden. Als fysieke belasting is te benoemen schommelende temperaturen in de winter, drie uur achter elkaar moeten zitten zonder vertreding (dit kost beenspieren en is een aanslag voor de bloedvaten in de benen), hitte stress ( bussen in het OV worden uitgerust met minimale airco's die (dat zeggen ze tenminste 7 graden koelen) niettemin loopt de cabine temperatuur soms op tot over de 40 graden.

6: Op pagina 5/12 in productie 30/31 is te lezen dat deze RI&E zonder nadere inventarisatie op het gebied van Psychosociale arbeidsbelasting( welzijn) niet compleet is. Dit PSA onderzoek ontbreekt in productie 9 die CXX heeft ingebracht.

7: Deze RI&E CXX 2015 is een lijst met problemen en loze beloftes die over vijf jaar wederom over gaat in een volgende lijst met problemen met loze beloftes zonder dat de ernstige waarschuwingen op arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten invloed hebben gehad op de te nemen maatregelen.

8: Op pagina 9 onder punt 4.12 in het conclusie van antwoord is te lezen dat CXX de RI&E spoedig heeft afgemaakt, in de volgende afbeelding is te zien dat dit niet het geval is, ook maakt CXX geen haast bij het oplossen van de problemen, er staan geen verantwoordelijken op en ook geen data wanneer het gedaan moet zijn maar dat wil niet zeggen dat je daar alle tijd voor kan nemen. Onder punt 24 is te lezen dat de nooddeur in de kantine aangepast moet worden. Van de oorspronkelijke drie nooduitgangen is enkel deze overgebleven, de andere twee zijn door sleuteldeuren onbereikbaar geworden.

9: We stoppen in de loop van 2016, 40 problemen in een hoge hoed, pakken er één uit en kijken of die eind 2016 is opgelost. Anderhalf jaar moet in elk geval genoeg zijn om in elk geval een probleem op te lossen.

 

 

 

ri&e nooduitgang

DE RI&E is uit 2015 en op 18 september 2016 is onderstaande foto gemaakt.  

 

Duidelijk nog niet aangepast en waarschijnlijk gaat het ook nooit gebeuren. 

nooduitgang

 

 

 

 

 

 

 (Advocaten liegen?? Dat klopt, maar ze liegen niet alleen bewust. Ze liegen ook onbewust. De cliënt is de leugenaar want die komt met leugens aanzetten die hij of zij aan haar raadsvrouw/heer vertelt, die dan automatisch ook staat te liegen. Natuurlijk liegen advocaten om zaken te winnen en de kwestie te verdraaien (klik voor de bron:).

In Duitsland gaat het er iets anders aan toe. Daar krijgt men direct te horen dat ze de waarheid moeten spreken, en niets anders dan de waarheid, anders maakt men zich direct strafbaar. En dat zou hier in de rechtbank ook zo moeten zijn. En dit is gewoonweg artikel 188 en artikel 225 van het wetboek strafvordering uitspreken voordat de zitting begint. Dus de leugenaar wordt direct dan wel indirect direct veroordeeld als hij of zij durven te liegen. Maar zoals nu blijkt accepteren de rechters in Nederland het bewijsbaar liegen, lasteren en bedriegen door advocaten in de rechtszaal (klik voor de bron:).

Inbrengen van producties.

Art 21 Rv, als het hof van oordeel is dat Connexxion de verplichting ex art 21 Rv alle voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren, niet heeft nageleefd mag het hof daar consequenties aan verbinden. Een niet ter zake doend (in eigen regie geschreven) voertuig onderzoek op trillingen en een niet volledig en gefraudeerde RI&E ( nawoord )als productie opvoeren lijkt mij voldoende.

 

MASTERSCRIPTIE PRIVAATRECHT – D.P.M.A.H. ROKS   Danielle Roks

Art. 21 Rv legt partijen een verplichting op. In principe hebben partijen de taak om feiten aan te voeren en art. 21 heeft deze feiten aangevuld met twee vereisten, namelijk dat de aangevoerde feiten volledig en naar waarheid zijn. Een rechterlijke beslissing dient zoveel mogelijk op de waarheid te berusten. Art. 21 Rv probeert bewuste leugens te achterhalen. De verplichting tot een juiste en volledige voorlichting van de rechter en de wederpartij geldt voor alle in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geregelde procedures.

Een partij dient naar waarheid te beantwoorden indien de wederpartij of een rechter een vraag stelt. Het is alleen moeilijk te beoordelen of iemand daadwerkelijk de waarheid spreekt. Het kan dus zo zijn dat feiten nadelig zijn voor het eigen standpunt. Het kan ook zo zijn dat op een partij een spontane mededelingsplicht rust ten aanzien van feiten die dus ongunstig kunnen zijn, maar wel kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding en waarvan zij wist of behoorde te weten, dat de wederpartij niet met de feiten bekend was of redelijkerwijze bekend behoorde te zijn. In zijn algemeenheid kent de civiele procedure dus niet de opvatting dat iemand niet kan worden gedwongen om mee te werken aan bewijs tegen zichzelf.  Het blijft lastig om te beoordelen of partijen alle feiten naar waarheid hebben aangevoerd.

Zoals ik al eerder vermeldde, is de verplichting om feiten aan te voeren opgelegd aan partijen. Het gaat hier dan om de procespartijen. De raadsman van een partij is niet verplicht om zelfstandig onderzoek te doen of hetgeen zijn cliënt aanvoert, de waarheid is. Een advocaat mag alleen de waarheid niet bewust verdraaien. In regel 30 van de Gedragsregels 1992 van de advocaten staat dat een advocaat zich dient te onthouden van het verstrekken van feitelijke gegevens, waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist zijn.

De rechter oordeelt of partijen aan de waarheidsplicht van art. 21 Rv hebben voldaan. De rechter mag, indien partijen niet voldoen aan de waarheidsplicht, ambtshalve de gevolgen verbinden die in overeenstemming zijn met de aard en de ernst van de schending.118 Hierbij kan gedacht worden aan het verlies van de geloofwaardigheid van een partij waardoor een stelling van de andere partij, voor waar kan worden aangenomen. De rechter kan ook, indien een partij haar stelling die onjuist of onvolledig was wil uitbreiden met nieuwe feiten, deze buiten beschouwing laten, wegens strijd met de goede procesorde. In dat geval is er een verband tussen waarheid en rechtvaardigheid. Er is alleen sprake van een rechtvaardig vonnis, indien het vonnis recht doet aan de werkelijkheid.119 Wanneer de rechter door een incorrecte of onvolledige feitenvaststelling geen recht doet aan de materiële rechtspositie van partijen, is er wel sprake van een onrechtvaardige uitspraak. De rechterlijke uitspraak doet dan het rechtsgevoel niet bevredigen. De rechter valt niet altijd een verwijt te maken.  Een rechter heeft namelijk niet de onbeperkte mogelijkheden om de waarheid te achterhalen.

4.1.2 Belangen
Waarheidsvinding heeft zowel een maatschappelijk belang als een belang in civiele procedures tussen partijen. Het maatschappelijk belang is dat het rechterlijk oordelen zo veel mogelijk berust op een concrete feitenvaststelling.122 Het gaat niet alleen om het belang van partijen, maar ook om het maatschappelijk belang. Hierbij kan gedacht worden aan het vertrouwen in de rechtspraak. De Bock heeft in haar proefschrift het volgende geschreven : ’Hoewel het civiele procesrecht te kampen heeft met hardnekkige beeldvorming dat waarheidsvinding daarin níet van primair belang is, kan een analyse van het huidige procesrecht tot geen andere gevolgtrekking leiden dan dat het is doordesemd van waarheidsvinding’.123 Waarheidsvinding is in civiele procesrecht dus wel degelijk van belang.

4.3 Processuele kant van waarheidsvinding
In een procedure moet op een behoorlijke en eerlijke wijze aan waarheidsvinding worden voldaan. Het belang van een eerlijk en behoorlijk verlopende waarheidsvinding, dient echter zélf ook weer het belang van waarheidsvinding als resultaat, omdat het zijn weerslag heeft op de inhoudelijke kant van het proces.
141 Het proces van waarheidsvinding bevordert inhoudelijke, rechterlijke beslissingen. Waarheidsvinding is van belang als resultaat. Uit het onderzoek, dat ik heb verricht, is gebleken dat er geen rechtspraak van het EHRM is gepubliceerd, in de human rights handbooks, waarin een belangenafweging is gemaakt, bij enerzijds het belang van waarheidsvinding en anderzijds het belang van de wederpartij om een beroep te doen op gewichtige redenen om inzage te voorkomen. Het is onmogelijk om vast te stellen hoe het EHRM zo een belangenafweging zou maken. Duidelijk is wel dat het EHRM het recht op een eerlijke behandeling hoog in het vaandel heeft staan. Het EHRM hecht dus veel waarde aan de waarheidsvinding. Of het EHRM net zo veel waarde hecht aan een beroep op gewichtige redenen, is niet vast te stellen.

Indien een vordering is gebaseerd op feiten of omstandigheden waarvan eiser de onjuistheid kende of had behoren te kennen, kan het instellen “misbruik van procesrecht” opleveren.

 

 

 

info contact

Rechtspraak in opspraak

Mogelijkheden tot verbetering?

Deze site laat niet alleen zien wat er mis is met ons rechts systeem maar toont ook mogelijkheden om dit te veranderen. Rechters zouden veel kunnen leren van modern psychologisch onderzoek naar oordeelsvorming. Wat moet je doen om onbevooroordeeld naar een verdachte te kijken? Wat voor eisen zouden aan het bewijs gesteld moeten worden? Hoe zorgen we ervoor dat het er eerlijker aan toegaat in Nederlandse rechtszalen? Moeten we ons neerleggen bij het rechts systeem zoals dat in de afgelopen honderd jaar is gegroeid, of mogen moderne inzichten meetellen?

En wat kunnen we leren van sociologie en organisatietheorie? Hoe gaat gaat het er eigenlijk aan toe in een rechtbank? Hoe functioneren rechters? Kan een efficiënte productiewijze (veel veroordelingen) wel samengaan met zorgvuldige waarheidsvinding? Is het waar dat bij veel strafzaken het vonnis al klaar ligt voordat de zitting is begonnen?

 

Fiat justitia ruat caelum

"let justice be done though the heavens fall."

 

Van de website rechtspraakinopspraak.nl

Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat wanneer proefpersonen eerst de belastende feiten over een verdachte lezen en vervolgens de ontlastende feiten, zij in 65-75% van de gevallen de betrokkene schuldig achtten. Maar wanneer ze eerst de ontlastende feiten lazen en vervolgens de belastende vond nog maar 45% de verdachte schuldig. Dezelfde feiten in een andere volgorde gepresenteerd leiden tot een radicaal anders oordeel.

Verdachten in Nederlandse rechtszalen zijn daarom altijd in het nadeel. De rechters hebben een dossier gelezen dat uitsluitend is samengesteld door de aanklagers (het OM) en dat er in de eerste plaats op gericht is de schuld van de verdachte aan te tonen. Als rechters dat hebben gelezen is het vonnis feitelijk al geveld.

Veel eerlijker zou het zijn wanneer rechters onbevangen de rechtzaal zouden betreden en pas daar met alle feiten zouden worden geconfronteerd. Een expertiment met 35 beroepsrechters laat zien wat voor verschil dat maakt. De helft van deze rechters had voor de zitting de door het OM samengesteld dosiers bestudeerd. Zij kwamen in 100% van de gevallen tot een veroordeling. De andere helft kreeg pas op de zitting alle informatie (tot in alle details). Zij veroordeelde de verdachten in slechts 27% van de gevallen.

 

 

 

 Van de websitewww.vrouwejustitiainverval.nl

met dank aan Gonnie Akkermans

Hetgeen wordt uitgedragen door de politiek en media:

Een rechter wordt in Nederland voor het leven benoemd, dit met het oogmerk de onafhankelijkheid van de rechter te versterken, omdat hij dan niet hoeft te vrezen zijn baan te verliezen. Volgens de wetgever wordt die onafhankelijkheid, de objectiviteit en de onpartijdigheid van de rechter bevorderd door de mogelijkheid een rechter te wraken, hetgeen bijvoorbeeld zou kunnen gebeuren, wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Rechters zijn ingevolge wetsartikel 26 Rv. wettelijk verplicht om een oordeel uit te spreken over een concreet geschil, dat aan hen wordt voorgelegd, anders maken zij zich schuldig aan rechtsweigering. Zij worden in staat geacht om aan de hand van de door partijen gepresenteerde gegevens een gewogen eind oordeel te geven en partijen worden in staat geacht om die feiten ter zitting voldoende naar voren te brengen. Inzake zijn of haar oordeel dient een rechter vanzelfsprekend op zoek te gaan naar relevante bewijsvoering en deze te analyseren.

Van belang daarbij is, dat bijvoorbeeld consumenten, werknemers en huurders als sociaaleconomisch zwakkere partij, in grote mate beschermd worden door de dwingende regels van het consumenten-, arbeids- en huurrecht, waarvan hun tegenpartij niet kan afwijken. De kans dat de sterker geachte ondernemer, werkgever, professionele dienstverlener of verhuurder met behulp van gespecialiseerde advocaten die dwingendrechtelijke bescherming terzijde zou kunnen schuiven, is niet groot, zodat de situatie meer toegespitst kan blijven op alleen het vaststellen van de feitelijke omstandigheden. Welke rechtsgevolgen de wet aan die feiten vastknoopt, wordt toch steeds hoofdzakelijk door de dwingende wetsregel bepaald.
Geschillen kunnen vaak heel verschillend worden beslist: de rechter moet feiten vaststellen en waarderen en moet de toepasselijke regels uitleggen. Elke keuze die hij of zij maakt, heeft invloed op de mogelijke beslissing.

Ontwikkelingen en gevolgen

Behalve een andere notie van 'onafhankelijkheid' is er geleidelijk aan een tweede ontwikkeling gaande die rechters meer macht geeft. Vroeger hield de rechter zich strikt aan de wetsteksten en was dus niets meer dan 'wetstoepasser'. Tegenwoordig is dat anders. Uit onderzoek van deskundigen blijkt, dat er een verschuiving is opgetreden, waarbij rechters de wet mogen interpreteren en in sommige gevallen zelfs aanvullen. Door beide ontwikkelingen is het fundament onder de rechtsstatelijke positie van de rechter weggevallen, dit met een groter risico op juridische misslagen, wetsschendingen en andere fouten. Een logisch gevolg zou zijn dat de `nieuwe rechter' aansprakelijk gesteld kan worden voor die eventuele missers. En juist die aansprakelijkheid is in Nederland in de laatste jaren verdwenen.

De beroepsmatige aansprakelijkheid van rechters verdween samen met de rechtsweigering procedure in 2002. Vijf jaar eerder al werd de theoretische mogelijkheid om de rechter aan te klagen op basis van een onrechtmatige daad afgeschaft, waardoor er eigenlijk een heel bevreemdende situatie is ontstaan. Advocaten, notarissen, artsen, ambtenaren; allemaal kunnen ze aansprakelijk worden gesteld voor de misstappen die ze begaan. Alleen rechters niet, voor hen is het “vrijheid blijheid”, waarbij de blijheid van foutieve vonnissen natuurlijk niet op de getroffene van toepassing is. De belangrijkste redenen voor de politiek om de twee aansprakelijkheidsmogelijkheden af te schaffen waren: 1) het in het geding zijn van de onafhankelijkheid en 2) het aansprakelijk stellen voor onrechtmatige rechtspraak zou schade toebrengen aan het vertrouwen in de rechterlijke macht.

In verband met recente ontwikkelingen is de veel gehoorde conclusie echter, dat het onder bepaalde omstandigheden toch wenselijk is de persoonlijke aansprakelijkheid van rechters voor foutieve rechtspraak wederom in te voeren, waarbij als criterium zou kunnen gelden: of een andere gemiddelde rechter in dezelfde omstandigheden tot dezelfde uitspraak zou zijn gekomen. Met andere woorden: was de gewezen uitspraak te voorzien.

Aansprakelijkheid Staat der Nederlanden

Reeds sinds 1971 geldt volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (HR 3 december 1971, NJ 1972, 137) het uitgangspunt, dat het niet mogelijk is om de Nederlandse Staat op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk te stellen voor schade als gevolg van rechterlijke beslissingen, waarbij wel wordt aangegeven, dat een uitzondering op dit uitgangspunt moet worden gemaakt als bij de voorbereiding van de rechterlijke beslissingen zulke fundamentele rechtsbeginselen zijn veronachtzaamd, dat er van een eerlijke en onpartijdige behandeling geen sprake is geweest.
Let wel ! Met het veronachtzamen van fundamentele rechtsbeginselen wordt in deze echter bedoeld: schending(en) van een procedurele norm, waaronder niet vallen juridische misslagen en andere fouten.

Wanneer een rechter een misstap begaat bij de uitspraak in een rechtszaak heb je als burger, bedrijf of instantie momenteel dus geen poot om op te staan en is de simpele redenering, dat je pech hebt gehad. Het wordt thans de hoogste tijd, dat rechters weer persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor foutieve rechtspraak en in elk geval de Staat der Nederlanden aansprakelijk kan worden gesteld voor schade die een burger, bedrijf of instantie leidt niet alleen vanwege schendingen van procedurele normen maar ook als gevolg van manifeste schendingen van EU-recht door magistraten in een rechterlijke beslissing.

Het behoeft geen betoog, dat het ten onrechte verliezen van een procedure een schokkende, frustrerende en zeer pijnlijke ervaring is met soms enorme financiële gevolgen, met name wanneer het in de betreffende rechtszaak ging om een alles of niets vraag inzake een door een eiser(es) opgevoerde grote vordering.

Abominabele (dikwijls opzettelijke) foutieve rechtspraak

Op deze website wordt onomstotelijk bewezen hoe slecht het in Nederland gesteld is met de civiele rechtspraak, waarbij het vanzelfsprekend slechts gaat om het topje van de ijsberg. Tevens blijkt dat er ook geen enkel middel bestaat om rechters tot de orde te roepen, laat staan dat zij bloot staan aan sancties. Uit de daar getoonde procedures blijkt bovendien, dat er inzake de door rechters begane blunders, juridische misslagen en wanprestaties zelfs meerdere malen sprake is van opzettelijk knoeiwerk in de door hen gewezen vonnissen en arresten, dit met enorme mentale en financiële gevolgen voor de getroffen burgers. Een ernstig neveneffect is, dat die burgers ook in andere (gelieerde) rechtszaken daarvan de nadelen kunnen ondervinden en zij ook bij tijd en wijle door medeburgers als “losers” worden ervaren.
Deze kwaadwillende rechters menen kennelijk dat, omdat hun integriteit en professionaliteit nooit ter discussie staat, zelfs vanwege het rechtssysteem niet ter discussie mag staan, zij in de uitoefening van hun beroep de maatstaf “wat aanrommelen” kunnen hanteren, waarbij zij bovendien niet schuwen vriendjespolitiek en partijdigheid tot norm te verheffen.
Wraking is een dode letter, die alleen maar leidt tot chagrijn van de betrokken rechter en zijn beoordelaars, dit wederom met voorspelbaar noodlottige gevolgen voor de wraker.

Volledigheidshalve zullen alle blunderende magistraten op de website met naam worden genoemd, met opsomming van alle nevenfuncties (voor zover bekend). Reeds vanwege die vele bijbanen kan de vraag worden gesteld of het voor sommige rechters überhaupt wel mogelijk is om de aan hen voorgelegde casussen grondig te onderzoeken en een eerlijke en deskundige uitspraak te doen.

Gonnie Akkermans

 

 2009 speelgoedbus3

Buschauffeur Blankman denkt dat de rechten studie in studie jaren wel gehalveerd kan worden, een doorsnee darter weet meer feiten te onderscheiden.

 

 

 

Juridische uitspraken over 'gewetenloosheid'

 (Citaat van Patricia Cornwell uit de triller gewetenloos. )

 

Verstoken van sociaal plichtsgevoel en met een fatale neiging tot wandaden.

De staat versus Mayer, hooggerechtshof Illinois (1883)

 

Verdorven onverschilligheid ten opzichte van mensenlevens.

De staat versus Feingold, gerechtshof New York (2006)

 

Roekeloosheid, verergerd door onverschilligheid ten opzichte van omstandigheden die objectief gezien het enorme risico van een fatale afloop met zich mee brengen.

De staat versus Sanchez, gerechtshof New York (2002)

 

De daden van een gewetenloos, verdorven en kwaadaardig hart - un disposition à faire un mal chose - kunnen expliciet of impliciet zijn maar zijn altijd wetteloos.

William Blackstone, Commentaries on the Laws of England (1769)