www.sikoss.info

Samenwerkend Internationaal Kennis centrum Openbaar vervoer Stad & Streek.

Feiten op een rij.

2002 busbaanlitaratuurwijk

 Werk aan de winkel in Almere, een hoop belemmeringen op de baan.

Door SIKOSS is vastgesteld dat OV werkgevers om bewijslast te voorkomen, al van voor 1992 geen deugdelijk onderzoek verrichten naar arbeidsbelasting op de chauffeursplek. Gezond werken in het openbaar vervoer is daardoor helaas alleen een papieren realiteit. Door het ontbreken van een deugdelijke RI&E voldoen de werkplekken van buschauffeurs niet aan de gewenste normen in de Arbowet, daardoor lopen veel buschauffeurs arbeidsgerelateerde gezondheidsschade op.

In het kader van gezond en veilig werken en het tegengaan van beroepsziekten, wil SIKOSS de ziekmakende arbeidsomstandigheden aankaarten in het openbaar vervoer. Uit de vele rapportages over het hoge ziekteverzuim in het openbaar vervoer is te concluderen dat er iets aan de hand moet zijn op het gebied van veilig en gezond werken. Terwijl onderzoekers in de richting van de arbeidsbelasting zoeken, vertellen de werkgevers in het openbaar vervoer dat de schuld gezocht moet worden in de ongezonde leef stijl van de werknemers

 

Concept rapportages.

In het openbaar vervoer worden RI&E rapportages veelal als concept op tafel gelegd bij de medezeggenschap. SIKOSS hoopt dat het geen blijvende gewoonte zal worden om RI&E rapporten in concept te overleggen. Er is een dialoog wenselijk over hoe we in de toekomst omgaan met het op tafel leggen van concept rapporten door werkgevers. Het is gebleken dat het vrijgeven van dergelijke onvoldragen stukken niet bevorderlijk lijkt te zijn voor het door ons allen gewenste niveau van overleg naar de letter van de WOR.

Discussies kunnen we enkel voeren op basis van definitieve rapporten en stukken omdat de producenten, kerndeskundigen en de directie alleen over definitieve documenten bestuurlijke verantwoordelijkheid kunnen dragen.

Concept rapporten zijn vaak onvolledig en kunnen nog (taal)fouten bevatten; etc. op grond van alle expert-informatie komt een definitieve versie tot stand en die geldt vervolgens als richtsnoer voor beleidsvorming. De gedachte dat er tussen concepten en definitieve stukken nooit een verschil zou optreden, is niet realistisch.

Hoewel het dus ongebruikelijk is om conceptrapporten te bespreken of te overleggen kan het in het openbaar vervoer niet anders omdat er vaak helemaal geen definitieve voor handen zijn. Dat roept vraagtekens op omdat conceptrapportages geen enkele formele status hebben.

Extra verwarrend is dat een aantal RI&E conceptrapporten niet zijn voorzien van een datum maar wel gecontroleerd/gepresenteerd zijn door Veiligheidskundigen die niet zijn terug te vinden in het register voor Veiligheidskundigen dus hoogst waarschijnlijk niet zijn gecertificeerd.

Wettelijk zijn concept RI&E rapportages of concept verdiepende onderzoeken door het informele karakter dus niet te toetsen door een onafhankelijke kerndeskundige en zijn dus onwettig.

Alles overziend blijft er maar een conclusie over, dat we vast moeten stellen dat er in het openbaar vervoer tot op heden (augustus 2016) geen deugdelijke wettelijke RI&E op tafel is gelegd.


Valkuilen bij het uitvoeren van een RI&E.

Met een actuele RI&E voldoet u aan de Arbo-wet en werkt u actief aan goede en veilige arbeidsomstandigheden.

Gevolgen van geen (actuele) RI&E :

  1. U overtreedt de Arbo-wet
  2. Bij een bezoek van de Inspectie SZW (Arbeidsinspectie) of bij een ernstig ongeval volgt een boete. Deze boete is vele malen hoger dan de kosten van een RI&E
  3. Risico’s blijven onopgemerkt, dit kan grote (financiële) gevolgen hebben
  4. Als risico’s niet in kaart worden gebracht en aangepakt zal dat betekenen dat u te maken heeft met meer ongevallen, schades en verzuim.
  5. U betaalt mogelijk een onnodig hoog eigen risico bij uw bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering omdat risico’s in uw bedrijf niet aantoonbaar worden aangepakt
  6. U geeft een slecht signaal af naar uw medewerkers i.v.m. het niet voldoen aan de zorgplicht.

Belangrijk aandachtspunt: Een RI&E is pas compleet en geldig als hierbij een ingevuld Plan van aanpak zit. Hierin moeten de maatregelen zijn opgenomen om gevonden knelpunten op te lossen, er moet een daarvoor verantwoordelijke persoon zijn aangegeven en een datum waarop de actie gerealiseerd moet zijn.


2014 busbaan33
 

 

 

 
Een rapport waar veel chauffeurs zich in kunnen vinden. Het geeft correcte informatie uit de jaren 80/90. jammer dat het niet heeft bijgedragen aan verbeteringen en dat het rapport geen belemmering was om landelijk beleidsmatige verslechteringen door te voeren.
 
bladzijde 55
Conclusie, Chauffeur, een ongezond beroep,
 
Zoals blijkt, is chauffeur één van de meest belastende beroepen. Dit geldt zowel voor bus-,toer-,taxi- en ambulancechauffeurs, als voor de chauffeurs in het beroepsgoederen vervoer over de weg. De sterke arbeidsbelasting komt voort uit de lange en onregelmatige werktijden en uit de slechte arbeidsomstandigheden, Het gevolg is gezondheidsschade (vaak al op jonge leeftijd) en sociale problematiek. Gezondheidsklachten als: aandoeningen aan het bewegingsapparaat, ziekte van het hart en de bloedsomloop, van de spijsverteringsorganen, psychische stoornissen, slaap- klachten en ziekte aan de luchtwegen komen veelvuldig voor. Dit heeft  tot  gevolg  dat  niet  veel  chauffeurs  tot  aan  de  pensionering  hun  beroep  kunnen  uitvoeren  zonder  ernstige  schade  aan  de gezondheid. De Vervoersbond FNV is van mening dat de situatie zodanig ernstig is, dat er snel en systematisch gewerkt moet worden aan een programma om de arbeidssituatie van de chauffeurs te verbeteren.

 

In 1992 benoemen de Pokorny notities de volgende gezondheidsproblemen die zijn voorgelegd aan toenmalige directeuren in het streekvervoer Renzema en C. Anker. Beide nog steeds werkzaam in het OV,  S.Renzema als lid van de raad van bestuur HTM en C.Anker directeur bij Hermes.

1 - Mechanische trillingen en schokken: 50% overbelasting door schokken en trillingen door slecht (gemaakt/onderhouden) wegdek en onvoldoende schokdemping.

2 - Immobiliteit: Gebrek aan beweging - onder de noemer van economische efficiëntie worden alle mogelijkheden om de benen te strekken geschrapt.

3 - De dubbele onregelmatigheid' van de werktijden: Gebrek aan voldoende slaap en rust veroorzaakt oververmoeidheid uitputting en overgewicht.

4 - Agressie en veiligheid (PSA): Onvoldoende bescherming tegen agressie, intimidatie en pesten.

5 - Temperatuur en luchtvochtigheids wisselingen, hittestress: Onvoldoende bescherming tegen kou, warmte en vochtigheid.

6 - Verblinding, reflectie en ongeschikte verlichting: Gebrek aan straatverlichting, verblinding door verkeerslichten, reflectie in de vooruit en ongeschikte binnenverlichting.

Deze punten worden hieronder punt voor punt behandeld.

De ziekmakende arbeidsomstandigheden.


De Pokorny Notities uit 1992.

 

Dr M A.J.Kompier

WERKGEBONDEN GEZONDHEIDSPROBLEMEN VAN BUSCHAUFFEURS

In Nederland, maar bijvoorbeeld ook in de Angelsaksische en Scandinavische landen en in West-Duitsland, is veel onderzoek verricht naar de gezondheidsproblemen van buschauffeurs. In minimaal vijftien landen zijn vele tientallen publicaties aan dit onderwerp gewijd. Dit verschijnsel alleen al wijst op gezondheidsproblematiek in deze sector. In deze notitie worden de voornaamste bevindingen gepresenteerd. Bron:

Ziekteverzuim.

Het ziekteverzuimpercentage van Nederlandse stadsbuschauffeurs bedraagt ruim 20 procent, dat is twee tot drie maal hoger dan het landelijk gemiddelde. Het is ook aanmerkelijk hoger dan dat van vergelijkbare groepen, zoals handarbeiders en ploegenwerkers. Het ziekteverzuimpercentage van streekbuschauffeurs is hoger dan het landelijk gemiddelde maar lager dan dat van stadsbuschauffeurs. Bij de gemeentelijke vervoerbedrijven in Groningen! en Maastricht is een grondige analyse gemaakt van het ziekteverzuim. Daarbij worden opvallende parallellen gevonden. Dr M AJ Kompier " verbonden aan het Nederlands Instituut voor Preventieve Gezondheidszorg te Leiden.

Er zijn echter ook verschillen: de chauffeurs uit Groningen zijn bijvoorbeeld aanmerkelijk vaker ziek dan chauffeurs uit Maastricht; ook bedrijfsspecifieke factoren spelen een rol. Uit deze studies blijkt voorts het volgende: het ziekte verzuimpercentage onder stadsbuschauffeurs wordt vooral bepaald door de langdurende ziektegevallen (41 dagen). Deze gevallen zijn verantwoordelijk voor ongeveer de helft van alle ziektedagen. En chauffeurs die 60 dagen of meer verzuimen nemen hiervan weer 70 a 80 procent voor hun rekening. Het betreft hier 30 tot 40 procent van alle Chauffeurs. Ruim 50 procent van alle gevallen is van korte duur. Deze gevallen maken echter slechts ruim l0 procent uit van alle ziektedagen.

 

Vanuit organisatorische oogpunt is het korte verzuim (minder dan acht dagen) natuurlijk wel een probleem. Het ziekteverzuimpercentage neemt toe met dienst en leeftijd. Het aantal dienstjaren dat men als stadsbuschauffeur werkt, speelt een belangrijker rol bij de verklaring van verschillen in ziekteverzuim tussen de chauffeurs dan hun leeftijd bij indiensttreding, (zie ook de notitie van Nijhuis en Bullinga in dit nummer). Omdat op het meeste onderzoek van de diagnoses bij ziekmelding methodologische kritiek mogelijk is, is er weinig bekend over de aandoeningen die aanleiding geven tot ziektemelding. Ook in andere landen vertonen stadsbuschauffeurs steeds weer een hoger ziekteverzuim dan vergelijkingsgroepen. Door Grosfeld e.a. 3 is onderzoek gedaan naar het ziekteverzuim bij streekbuschauffeurs (TET en G SM)  Ook hier lijkt het ziekteverzuimprobleem vooral een duurprobleem. Chauffeurs met tien of meer dienstjaren zijn verantwoordelijk voor het leeuwendeel van het verzuim. Deze groep neemt 69 procent van het middellange (8 tot 42 dagen) en 6l procent van het lange verzuim voor zijn rekening.

 

2004 rij in garage front2 

Arbeidsongeschiktheid en het verloop.

Bij buschauffeurs in Nederland is op dit moment voldoende onderzoek verricht naar hun kans op arbeidsongeschiktheid. Het risico om afgekeurd te worden ligt bij stadsbuschauffeurs ruim tweemaal zo hoog als bij andere mannelijke ambtenaren (zie tabel l). De belangrijkste redenen voor afkeuring blijken problemen met de rug en nekwervels en overige afwijkingen van het bewegingsapparaat; psychische stoornissen neurosen, overspanning en depressie); hart en vaatziekten. Het afkeuringsrisico vanwege aandoeningen van het bewegingsapparaat is 3,9 keer zo hoog, en vanwege psychische stoornissen ruim tweemaal zo hoog als bij de gemiddelde Nederlandse ambtenaar.  De gemiddelde leeftijd voor afkeuring ligt op 47 jaar. Dit is zo'n zes jaar eerder dan bij de gemiddelde overheidsdienaar. Verloopstatistieken demonstreren een selectieproces op basis van het welbevinden in het beroep en op basis van gezondheid. Drie in de tijd van elkaar te onderscheiden selectiemomenten worden aangetoond: zelfselectie (ontslag op eigen verzoek), blijvende ongeschiktheidsverklaring gekoppeld aan een herplaatsbaarheidsverklaring, en algehele blijvende ongeschiktheidsverklaring. Slechts een van de negen uittredende stadsbuschauffeurs in Nederland behaalt in zijn functie de leeftijd voor functioneel leeftijdsontslag (f l.o) van 60 jaar. Zij die deze leeftijd wel halen zijn gemiddeld genomen pas op latere leeftijd (36 jaar) in dienst van de vervoerbedrijven getreden: f.l.o' ers zijn meestal late starters.

Het is opvallend hoe vaak in buitenlandse studies dezelfde conclusies getrokken worden. Zo concludeert de West Duitse onderzoeker Garbe dat, onafhankelijk van de leeftijd bij indiensttreding, de gemiddelde diensttijd als chauffeur bij afkeuring gelijk is, namelijk circa I8 jaar. De aanstellingsleeftijd is derhalve bepalend voor de kans om gezond het pensioen te halen. Van de chauffeurs die voor hun eenendertigste levensjaar in dienst van het bedrijf zijn getreden haalt niemand de pensioengerechtigde leeftijd. De Finse onderzoekster Backman omschrijft de leeftijdsklasse > 50 jaar als ‘healthy workers '. Er zijn echter weinig chauffeurs in de hoogste leeftijd- en diensttijd klassen. Een belangrijke vraag is hoe de relatie ligt tussen het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid van chauffeurs. In Groningen, en deels in Amsterdam, is dat onderzocht. Het ziekteverzuimprobleem blijkt voor een belangrijk deel gekarakteriseerd te kunnen worden als het probleem van toekomstige arbeidsongeschiktheid. Het proces van definitief arbeidsongeschikt worden, voltrekt zich in een periode van ongeveer vier jaar en gaat gepaard met een sterke toename van het aantal verzuimdagen. Bijna de helft van het totale aantal ziekteverzuimdagen blijkt afkomstig van degenen die binnen vier jaar arbeidsongeschikt worden. Niet alleen de ziekteduur maar ook de ziektefrequentie en het aantal slaapklachten blijken voorspellers van latere arbeidsongeschiktheid. Ziekteverzuim na afkeuring en herplaatsing in een nieuwe functie blijkt opeens een stuk lager. Herplaatste ex-chauffeurs (in Amsterdam en in Groningen) hebben bovendien veel minder gezondheidsklachten.

Opvattingen over gezondheid.

Veel onderzoek is verricht naar de opvattingen van chauffeurs over hun gezondheid. Vrijwel onveranderlijk blijken er veel klachten te zijn over de slaap en de eigen gezondheid. Ook zijn er veel klachten over het bewegingsapparaat, in het bijzonder over het onderste deel van de rug, het bovenste deel van de rug, schouders en nek, die als beroepsgebonden aangemerkt kunnen worden. Slaap- en gezondheidsklachten nemen toe bij het stijgen van de leeftijd en diensttijd, maar in de oudste leeftijd klassen dalen de klachten weer. Dit verband wordt verklaard doordat in de oudste leeftijdsgroepen de chauffeurs die nood gedwongen eerder afhaakten niet meer meetellen. Er is een Nederlands onderzoek waarin stads -en streekbuschauffeurs worden vergeleken.  De laatste hebben minder klachten.

info

Werkgebonden gezondheidsproblemen?

 

In het algemeen geldt dat, behalve bij bepaalde piekbelastingen en bij sommige ongelukken, causale relaties tussen werk en gezondheid niet eenvoudig kunnen worden aangetoond. Met behulp van convergerende evidentie wordt het werkgebonden karakter van de hier beschreven gezondheidsproblematiek echter wel zeer aannemelijk. De waarschijnlijkheid van een (oorzakelijk) verband wordt dan geacht toe te nemen naarmate conclusies op basis van verschillende kennisbronnen in de dezelfde richting wijzen. Uit de literatuur blijkt vrijwel steeds dat chauffeurs meer slaap problemen, gezondheidsklachten en een hoger ziekteverzuim vertonen dan vergelijkingsgroepen. Stadsbuschauffeurs komen er daarbij nog wat ongunstiger af dan streekbuschauffeurs. De sterke stijging van klachten bij het toenemen van leeftijd en dienstjaren, die bij referentiegroepen niet of in mindere mate optreedt, wijst eveneens in de richting van werk gebonden problemen. Chauffeurs worden ook in hogere mate en op jongere leeftijd afgekeurd dan gemiddeld genomen het geval is. Hier moet echter wel bedacht worden dat hoge ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheidscijfers niet klakkeloos gelijk gesteld kunnen worden aan gezondheidsschade. Deze cijfers zijn namelijk geen objectieve maat voor gezondheidsschade maar maten waarin ook de arbeidsinhoud, omstandigheden, voorwaarden en verhoudingen tot uitdrukking komen.

 

Hoge afkeuringscijfers onder buschauffeurs worden dus deels veroorzaakt door de zware belasting in het werk (causale relatie werk gezondheid). Maar ook hangen deze hoge cijfers samen met het feit dat het, als iemand een aandoening of beperking heeft, juist in zo'n zware functie moeilijk is om daarmee door te werken of om het werk weer te hervatten. Een buschauffeur loopt vanwege zijn werk een aanmerkelijk verhoogd risico op klachten of op een aandoening van het bewegingsapparaat (causaal verband); aan de andere kant verzuimt een chauffeur met rugklachten, juist omdat het zulk zwaar werk is, eerder en langer dan iemand in een andere functie voor wie 'dezelfde' klachten minder een beperking vormen. Ook zijn er aannemelijke verbanden tussen de aard en omvang van gezondheidsklachten, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en belastende factoren in het werk (zie de voorgaande bijdrage van Pokorny). Als determinanten van de gezondheidsproblemen (zie voor een uitgebreide bespreking), kunnen worden aangemerkt: onregelmatige werk en rusttijden ('dubbele onregelmatigheid'), ergonomische tekortkomingen in de cabine, een hoge tijdsdruk, een hoge verkeersdruk, de verantwoordelijkheid voor de omgang met passagiers en onvoldoende vrijheid in het werk.

 

Uit de stress literatuur is bekend dat juist functies waarin werknemers aan hoge eisen moeten voldoen terwijl ze tegelijk weinig mogelijkheden hebben om zelf actief in te grijpen in een belastende situatie, uitermate ' stressvol' zijn. Het chauffeurswerk is zo'n functie. Ook uit longitudinale vergelijkingen van werknemers voor en na herplaatsing blijkt de beroepsgebonden achtergrond van de beschreven gezondheidsproblemen. Voorts is daar de omvangrijke literatuur op het terrein van arbeid en gezondheid van buschauffeurs die als zeer consistent kan worden beschouwd. Er zijn dan ook maatregelen nodig om de kwaliteit van de arbeid te verbeteren en de belasting in het werk te verminderen, respectievelijk werkhervatting en herintrede bevorderen. Het betreft hier diverse maatregelen op het terrein van de ergonomie, de werk- en rusttijden en het sociaal(-medisch) beleid. De voorgestane maatregelen vormen een samenhangend programma van deels taakgerichte en deels individu gerichte maatregelen. Voor een uitgebreide bespreking van deze maatregelen en van het perspectief ervan wordt verwezen naar de noten l en 8 en naar de bijdragen van Nijhuis en Grosfeld. adres A.J. Kompier, Nederlands Instituut voor Preventieve Gezondheidszorg TNO. Bron:

Zilveren Waalbrugspeld voor Ad Kompier

Dat mensen die echt wat voor de samenleving doen geen oranje onderscheiding krijgen, zegt voldoende over lintjes en ridderordes.
Dat was het advies in 1992, 


 

1 - Mechanische trillingen en schokken.

 

1 - De eerste veroorzaker van belastende arbeidsomstandigheden zijn de trillingen en schokken op het voertuig door onvoldoende schokdemping op de werkplek. De lage vloer eisen die de overheid onder leiding van de toenmalige  staatssecretaris van verkeer en waterstaat rond 1982 aan de voertuigen stelde maakt het bijna onmogelijk bestuurders en passagiers voldoende tegen schokken en trillingen te beschermen. In 2007 is door de Arbo-Unie een onderzoek gedaan naar de trillingen en schokken op lagevloerbussen voor stad en streekvervoer. De opdrachtgever was een OV bedrijf met meer dan 10000 man personeel. De uitkomst van die meting staat in het volgende tabel en het type bussen waar in toen gemeten is zijn in 2015 nog steeds in dienst. Aannemelijk is dat de uitslag door slijtage toegenomen zal zijn.

Deze meting is van belang, daar er sinds juni 2005 in de Nederlandse Arbowet een richtlijn is opgenomen over lichaamstrillingen op het werk. In deze richtlijn worden grenzen gesteld voor de blootstelling aan lichaamstrillingen op de werkplek, gemiddeld over acht uur: een grenswaarde (1,15 m/s2), die eigenlijk niet mag worden overschreden, en een actiewaarde (0,5 m/s2), waarboven een werkgever maatregelen moet nemen. Deze maatregelen zijn bepaling en beoordeling van het risico, voorlichting en opleiding en een passend interventieprogramma. Concreet is er een aantal maatregelen die de werkgever kan nemen als de actiewaarde voor dagelijkse blootstelling (0,5 m/s2 over een achturige werkdag) overschreden wordt, zoals bij aanschaf of leasen van het voertuig dat het minste trilt, kiezen van het juiste voertuig voor de taak en ondergrond, het indien mogelijk, zorgen voor een geëgaliseerd terrein waarover gereden wordt, verlaging van de rijsnelheid, het zorgen voor een goed geveerde bestuurdersstoel en cabine en het onderhoud hiervan, het verkorten van de blootstellingsduur en het zorgen voor afwisseling en voldoende pauzes.
De bovenstaande te kunnen nemen maatregelen zijn toegevoegd als eventuele oplossingen om de som van de waardes te verlagen en overschrijding tegen te gaan, maar deze maatregelen zijn tot op heden nog niet door de werkgever genomen, onverschillig t.o.v. de gevolgen is vanwege brandstofbesparing de bandenspanning verhoogt en zijn er in eigen beheer gefabriceerde gecufferde banden op alle voor assen geplaatst. Zowel de hoge bandenspanning als de gecufferde banden hebben een cumulerend effect op de trilbelasting welke niet is meegenomen in onderstaand onderzoek.

Met het benoemen van zelf te nemen maatregelen geeft het rapport de veronderstelling dat buschauffeurs die volgens een krappe dienstregeling rijden autonome beslissingen kunnen nemen die een positieve invloed kunnen hebben op de dag doses van de trilbelasting, dat is pertinent onjuist, bij eventuele onduidelijk vertraging dient verantwoording te worden afgelegd aan een kantoormens. Het verzorgen voor goed onderhoud op de voertuigen is een werkgevers zaak, daar hebben werknemers praktisch geen invloed op, we zijn in Almere twee jaar bezig geweest om een te hoog staand gaspedaal in de 8500 serie lager te krijgen, het been moest worden opgetild om nulgas te krijgen, na uitlening naar Zwolle was het wel verholpen, misschien zijn sommige problemen specifiek plaats gebonden maar berichten komen binnen dat het een landelijk virus schijn te zijn.  Zo zijn ook de genoemde te nemen minipauzes onuitvoerbare klinkklare onzin. De inspraak op het gehele productieproces zoals in de keuzes van aan te schaffen materieel is voor de grote groep nihil. Als een buschauffeurs besluit drie ritten niet te rijden vanwege het niet overschrijden van de actiewaarde grens wordt hij op staande voet ontslagen vanwege werkweigering. Met dit soort suggesties is de oorzaak van het overschrijden van de actie en grens waarden dat chauffeurs zelf de adviezen negeren. Ergo, de buschauffeurs veroorzaken de overbelasting dus zelf.  Dit soort onzinnige adviezen horen niet thuis in een gecertificeerd meetrapport. Het past een gecertificeerd onderzoeker niet om werkgeversproblemen bij de werknemers neer te leggen. Onderstaande gegevens uit onderzoeksrapport t.b.v. trillingen is in opdracht van CXX in 2008 tot stand gekomen.

tabel triloverschrijding 2007

klik op het plaatje voor het hele rapport.

Deze uitslag met al zijn actiewaarden overschrijdingen heeft CXX geen reden gegeven de arbeidsomstandigheden zo aan te passen dat overbelasting niet meer voorkwam. Het rapport is wel met de OR besproken maar op de een of andere duistere reden heeft de directie de OR er van overtuigd dat ingrijpen niet nodig was. Waarschijnlijk is er benodigde ondersteunende informatie onthouden of verkeerd uitgelegd waardoor er onbekwaam niet is gehandeld. Een ernstige tekortkoming van de OR in 2008/2009.
Toetsen van de gevonden meetwaarden.
In een interne instructie Arbeidsinspectie uit februari 2007 over trillingen zijn tabellen waaruit iedereen de grenswaarden en actiewaarden voor de blootstelling (Richtlijn 2002/44/EG) kan toetsen met de gevonden meetwaarden van OV bussen in Nederland hierboven.
De dagelijkse blootstelling aan lichaamstrillingen, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur.
                                Actiewaarde   Grenswaarde   
Lichaamstrillingen  0,5 m/s2 1,15 m/s2

De genoemde normen gelden dus voor een blootstelling gedurende 8 uur per dag. Bij een kortere blootstelling leidt een grotere trillingsbelasting tot een even groot risico. Daarbij geldt als regel dat bij een verdubbeling van de trillingssterkte een even groot risico optreedt bij een viermaal zo korte blootstellingstijd. Of, anders gezegd, bij een tweemaal zo korte blootstelling mag de trillingssterkte een factor √2 maal zo groot zijn.

2010 spoorvorming
Spoorvorming blijft zo 4 jaar wachten op herstel. 
 
De maximaal toegestane blootstellingstijd zonder overschrijding van de actiewaarde.
Trillingssterkte m/s2
Maximaal toegestane blootstellingstijd uren
0,5 8
0,71 4
1

2

1,41 1
2 0,5
2,83 0,25
De maximaal toegestane blootstellingstijd zonder overschrijding van de grenswaarde.
Trillingssterkte m/s2 
Maximaal toegestane blootstellingstijd uren
1,15 8
1,63 4
2,3

2

3,25 1
4,6 0,5
6,51 0,25

 

 

 

 

Eindconclusie:

De Arbowet gaat er van uit dat bij overschrijding van de arbeidsbelasting de oorzaak bij de bron aangepakt dient te worden. Het enige advies uit het rapport van de Arbo-Unie wat hout snijd binnen het kader van de Arbowet is dus de reductie van de duurbelasting. Naar de richtlijnen van de inspectie SZW uit 2007 en de meet resultaten van de Arbo-Unie uit 2007 komen we voor de meest gebruikte bussen in Almere: de Mercedes gelede bussen en de VDL standaard 12 meter bussen op een maximale duurbelasting van maar 4 uur per dag. 

 

Deze rammelbakken zijn in Almere 18 jaar meegegaan..

2002 3395 tussendevaarten


 

2 - Immobiliteit.

 

De tweede veroorzaker van gezondheidsklachten is de immobiliteit van de bestuurder. Bewegingsarmoede, het gebrek aan beweging is funest voor het vaatsysteem. Het verdwijnen van buffertijden en rustpauzes onderweg beperkt het strekken van de benen. Spataderen, lekkende vaatkleppen en oedeem in de benen tot gevolg.  Leidinggevende in het OV gaan daar onverschillig mee om, bewust onbekwaam presenteren ze het ene na het andere krappe dienstenpakket wat schadelijke gevolgen heeft voor het menselijk lichaam. Niet gehinderd door enige kennis van zaken helpen ze hun eigen collega's langzaam over de rand.

Een dienst bij CXX op de bus verplicht een chauffeur in 2015 in drie delen tot 8,5 uur aangesloten te zitten, het strekken van de benen is zelden mogelijk, de meeste pauzes zijn met netto 15 minuten te kort een rustige maaltijd, toiletgebruik, het afstorten van geld en/of het aanvullen van het kaartdepot. Die inactiviteit is dodelijk voor je conditie en veroorzaakt spier verlies.

Erik Scherder neuropsycholoog en hoogleraar op de VU stelde in een van zijn tv colleges dat inactiviteit overdag je hersenen in slaap sust en dat dit je niet stimuleert om na je werk nog te gaan sporten. De belasting van 8 uur 60% te veel trillingen en schokken is zo vermoeiend dat iedereen doorlopend zijn reserves aan moet spreken om het vol te houden, de wisselende diensten maken teamsport moeilijk bereikbaar. De wervingscampagne om nieuwe slachtoffers te lokken noemt het een voordeel dat je als buschauffeur vrij bent als anderen moeten werken. Het nadeel daarvan is dat als je vrienden vrij zijn, je als buschauffeur moet werken. Dat is een aanslag op het sportief- en sociaal leven. Minimaal de helft van de feestdagen zit je achter een stuur om anderen naar familie feestjes te brengen. 


 

3 - De dubbele onregelmatigheid.

 

Elke dag van de week verschillende begin en eindtijden, nooit op de zelfde tijd eten en nooit op de zelfde tijd naar bed. Drie dagen van te voren hoor je wat je mag doen. Vrij vragen is moeilijk en vaak niet mogelijk. Geregeld één dag vrij na een late dient en daarna weer vroeg op.

Minimaal twee keer in de week een gebroken dienst, bijvoorbeeld  morgens om 6.00 de wekker, een snel ontbijt en om 06.50 tot 10.50 werken tussen door even boodschappen doen of thuis wat opruimen en wat eten, vlug naar de garage voor het middagdeel van 13.50 tot 18.50 - na je dienst naar huis en om 19.30 warm eten, even later naar bed want de volgende dag gaat de wekker om 4.00 voor de volgende dag. Die dagen kosten alleen al door slaapgebrek veel energie en dan de arbeidsbelasting aan trillingen nog. Binnen 4 dagen waarvan drie werkdagen een verschuiving van de begintijd van 18.00 naar 04.00 in de ochtend is geen uitzondering.

Pokorny Notities "Voor alle werknemers in deze sector geldt dat zij onder ongunstige ploegendienstroosters moeten werken, waardoor op den duur schade aan de gezondheid kan ontstaan (Rutenfranz en Knauth, 1987) - Combinatie van deze factoren, samen met een geringe mate van autonomie en sociale ondersteuning, in sommige gevallen voorkomende monotonie en suboptimale fysieke werkomstandigheden, voert tot de conclusie dat het verbeteren van de werkomstandigheden met het oog op bevordering van de gezondheid van werknemers in deze sector, bijzondere aandacht vereist. Naast de resultaten van taakanalyse, en de subjectieve beoordeling van de werkomstandigheden door de werknemers zelf, wijzen ook ziekteverzuim en WAO intrede op knelpunten."

2002 parkwijk nacht

 


4 - Agressie en Veiligheid (PSA).

De vierde verzuim veroorzaker is stress, waarvan 50% door de werkgever zelf wordt gegenereerd door werkdruk, slecht onderhoud, te weinig ondersteuning en elk rimpeltje met ontslag te belonen, 45% door mondige onwillige klanten met rare ideeën en 5% procent door loslopende criminele T.B.S. klanten.  

Het niet zorgen voor speciale omhoog schietende glazen platen in de cabinedeur waarmee buschauffeurs zich in persoonlijk onveilige situaties zich veiliger kunnen stellen is een ernstige tekortkoming, het bagatelliseren van de veelvoud aan onveilige persoonlijke situaties is voor het thuisfront een nog onbesproken probleem. 

 

 De veiligheidsdeur die in opdracht van het GVB is ontwikkeld.  Eindelijk eens een goed ontwerp.

cabine2web

 

De cursussen die CXX aanbied om te helpen om te gaan met agressie zijn slappe aftreksels van de realiteit. De rollenspellen dragen niets bij tot een probleem oplossend vermogen in de praktijk. Het in de les gepredikt aanbieden van je andere wang is voor de werkgever een hele goedkope oplossing maar voor de werknemer een extra persoonlijk probleem. Het psychologisch benaderen van de meest agressieve klanten (5%) is in drie dagdelen namelijk niet te leren. T.B.S. en PIA werknemers zijn daar jaren intensief mee bezig. Sommige OV klanten moet je nu eenmaal jarenlang opsluiten voor het beter gaat.  Inspectie van het onderwijs heeft in 2014 de jongste code95 cursus die CXX had ingekocht bij het ROC kwalitatief onder de maat genoemd, daar zat ook zo'n wangen/rollenspel bij.  De cursus was samengesteld uit lesstof van het CXX Academy. 

Een van de oorzaken van het ontstaan van problemen (45%) is het plaatskaartensysteem en de controle erop. Na dertig jaar landelijke strippenkaarten is het nu weer terug veranderd in een duur en onoverzichtelijk oerwoud van plaatselijke plaatskaartjes. Zelfs met het open instap systeem in Almere geeft het daar nog dagelijks problemen, de overstap naar de streek bijvoorbeeld met kaartjes. Blijken stadskaartje niet geldig op de volgende streekbus. Gekker kan je ze niet maken. 

De publieke minachting door de werkgevers in het openbaar vervoer voor hun personeel heeft ook al niet geholpen. Aan alle kanten blijken werkgevers bij de eerste tegenslag hun personeel publiekelijk te laten vallen. Kan me nog een akkefietje herinneren waarin een chauffeur in Almere Buiten een moeder met een niet te stoppen krijsend kind de bus uitstuurde, een redelijk actie om de rust in het voertuig terug te laten keren, CXX heeft de man laten stenigen door een paar oproerkraaiers. Zo maak je de rest van personeel besluiteloos en ontdoe je ze van het restje natuurlijk overwicht wat ze nog hadden. Klanten denken in een conflictsituatie nu dat als ze een foto van de bestuurder hebben keihard invloed kunnen hebben op zijn of haar loopbaan.  De slappe dweilen aan de top verweken zo alle daadkracht op de werkvloer.  

 


 

De werkgever.

 

Werkgeversaansprakelijkheid en de zorgplicht.
 
Damiaan van Eeten schrijft in zijn masterscriptie arbeidsrecht 6 april 2010 in zijn conclusies pagina 34/35/36 daar het volgende over:
 
1. Op de werkgever rust de zorgplicht tegenover zijn personeel. Deze zorgplicht is ten eerste vastgelegd in de arboregels, de minimumnormen waaraan de werkgever zich moet houden. De werkgever dient zelfstandig een preventiebeleid te voeren om de risico’s bij het werk te ondervangen. Ten tweede geeft artikel 7:658 BW de werkgever aanwijzingen om te zorgen voor een veilige werkomgeving. Die bepaling schept een schuldaansprakelijkheid. De werkgever is slechts aansprakelijk voor de schade als hij toerekenbaar tekortschiet in zijn zorg voor de veiligheid van de werknemers.

2. Werkgeversaansprakelijkheid gaat steeds meer de kant op van risicoaansprakelijkheid. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat de aansprakelijkheid van werkgevers ruim wordt ingevuld. De Hoge Raad benadrukt enerzijds dat 7:658 BW niet beoogt een absolute waarborg te scheppen voor de veiligheid van de werknemer, maar legt anderzijds zeer strenge maatstaven op aan de naleving van de zorgplicht.
 
3. Als uitgangspunt geldt dat de burgerlijke rechter de omvang van de zorgplicht bepaalt op basis van hetgeen wat de Arbowetgeving van de werkgever verlangt. Als een ongeval heeft plaatsgevonden waarbij de werknemer schade heeft geleden en er causaal verband is met de overtreding van de arboregels door de werkgever, oordeelt de burgerlijke rechter in de regel dat de werkgever aansprakelijk is.
 
4. De werkgever is en blijft op grond van de Arbowet verantwoordelijk voor alle arbeidsmiddelen die aan het personeel ter beschikking worden gesteld. De werkgever, die zich niet aan de arboregels houdt, zal daarom steeds aansprakelijk zijn voor schade ten gevolge van een bedrijfsongeval bij het gebruik van een machine.
 
5. Ook als een vage arbonorm is geschonden, kan dit tot werkgeversaansprakelijkheid leiden. Zelfs als de Arbeidsinspectie geen boete heeft opgelegd, kan de burgerlijke rechter toch beslissen dat de zorgplicht geschonden is. De in Beleidsregel 33 genoemde matigingsgronden geven de Arbeidsinspectie enige beoordelingsvrijheid voor de vaststelling van de hoogte van de boete, maar de veiligheidsvoorschriften, de instructie- en waarschuwingsplichten en de eis tot naleving kunnen in het privaatrecht ter beoordeling van de aansprakelijkheid naar redelijkheid uitgebreid worden, terwijl het bestuursrecht is aangewezen op een wettelijke grondslag voor boeteoplegging.
 
6. Als arbonormen ontbreken, kan de burgerlijke rechter de aansprakelijkheid nog op basis van de ‘kelderluikcriteria’ beoordelen. In de gevallen waarin de werkgever de werksituatie bepaalt, zal hij dan als de gevaar zettende partij meestal aansprakelijk zijn voor ongevallen. Een uitzondering op die regel zijn de huis-, tuin- en keukenongevallen waarbij de werknemer in beginsel niet wordt beschermd, maar zelf voorzichtigheid in acht moet nemen. De meeste bedrijfsongevallen in het OV worden onder deze noemer weggezet.
 
7. Doordat de Hoge Raad het begrip ‘bewuste roekeloosheid’ zeer beperkt uitlegt is feitelijk sprake van risicoaansprakelijkheid. Zelfs als een werknemer meermalen is gewaarschuwd voor een gevaarlijke situatie, kan dit nog niet voldoende zijn. Alleen in het geval dat de werknemer er zelf voor kiest om geen gebruik te maken van de aanwezige veiligheidsmiddelen, is dat in beginsel voor zijn eigen risico.
 
8. De werkgever moet zorgen voor deugdelijk toezicht op de naleving van de vereiste veiligheidsmaatregelen. In veel gevallen zal de zorgplicht van de werkgever weliswaar niet zover strekken dat hij gehouden is om de werkplekken dagelijks te controleren, maar hij dient er evenwel rekening mee houden dat ook ervaren werknemers niet steeds de noodzakelijke voorzichtigheid zullen betrachten.
 
9. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad vloeit voort dat de werkgever op basis van goed werkgeverschap gehouden is zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering tegen verkeersongevallen; artikel 7:611 BW. Ook de werknemer, die schade heeft opgelopen als gevolg van enig tekortschieten van de werkgever in een bijzondere preventieplicht bij een activiteit in verband met het werk, kan een beroep doen op artikel 7:611 BW. De verzekeringsplicht op basis van artikel 7:611 BW heeft de werkgeversaansprakelijkheid nog meer uitgebreid. Een probleem daarbij is dat nog niet is opgehelderd wat een behoorlijke verzekering behelst.
 
10. Doordat de zorgplicht steeds maar weer wordt uitgebreid, is er een zware last op de schouders van het bedrijfsleven komen te rusten. De vraag dient zich aan of de uitleg van de zorgplicht door de Hoge Raad nog wel maatschappelijk gerechtvaardigd is. Uit sociaal oogpunt is het misschien nog wel enigszins te verdedigen dat werknemers hun letselschade vergoed krijgen, maar het is mijns inziens niet meer te billijken dat werkgevers dat iedere keer weer moeten betalen. Bovendien maakt de uitbreiding van de zorgplicht het onduidelijk welke zorgplichten de werkgever heeft. De wetgever zou er goed aan doen om hier meer duidelijkheid te scheppen. Ik meen dat dit zou kunnen gebeuren door de drie motieven van Beleidsregel 33 in lid 2 van artikel 7:658 BW op te nemen.
 
11. In het algemeen geldt dat de zorgplicht van de werkgever in het civiele recht zwaarder is dan die in het publiekrecht. Alleen bij de RI&E is de civiele zorgplicht minder zwaar dan de publiekrechtelijke. Dit volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad waarin in het ongewisse wordt gelaten wanneer een RI&E uitgevoerd dient te worden. Uit de ongevallencijfers van het RIVM valt echter op te maken dat de risico’s van arbeidsomstandigheden vaak niet of onvoldoende beoordeeld zijn. Een doeltreffende RI&E bevat de weergave van de belangrijkste gevaren, die zich veelal later pas in de dagelijkse praktijk realiseren. Daarom dient altijd van tevoren een RI&E te worden uitgevoerd. In bestuursrechtspraak wordt juist benadrukt dat de plicht om de RI&E uit te voeren de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever is en blijft. Zo wordt goed duidelijk dat dit een zorgplicht is. Ter versterking van de eenheid in het recht zou de Hoge Raad er mijns inziens goed aan doen om de Afdeling hier te volgen in haar oordeel betreffende de RI&E.
 
2002 9020

 

 

Informatie aan de pers door CXX woordvoerders is politiek correct, vaak niet duidelijk en meestal bezijden de waarheid. In dat kader ventileert de directie een dwaalspoor bij Nieuwsuur, dat personeelsleden met gezondheidsproblemen zelf verantwoordelijk zijn voor hun ongezonde conditie, door ongezond te eten en te weinig aan sport te doen.  

Informatie van rijdend personeel aan de pers, wordt meestal in de kiem gesmoord, op straffe van ontslag of een loonsanctie.  

 

De werkgever heeft de plicht (dat staat in de wet) om goed voor haar werknemers te zorgen.

Uit het onderzoek van Heerma van Voss 1993, p. 37 blijkt dat de belangrijkste punten voor goed werkgeverschap, relevante beginselen zijn:
1. Het zorgvuldigheidsbeginsel.
Hieronder kunnen begrepen worden de onderzoeksplicht, de hoorplicht en het recht op verweer, de waarschuwingsplicht, de zorg voor de werksfeer en belangenafweging.
2.Het beginsel van zuiverheid van oogmerk.
Bedoeld wordt het voorkomen van misbruik van bevoegdheid, misbruik van procedure en het spelen van eerlijk spel.
3.Het motiveringsbeginsel.
Aanwezigheid kenbare motivering, feitelijk juiste grondslag en draagkrachtige motivering.
4. Het vertrouwensbeginsel. 
Gewekte verwachtingen niet beschamen en correctie fouten werkgever.
5.Het evenredigheidsbeginsel.
Maatregel moet in evenredigheid zijn met het verwijtbare gedrag hoewel deze wel minder streng mag zijn dan gerechtvaardigd zou zijn.
6. Het gelijkheidsbeginsel.
Gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke gevallen onevenredig ongelijk (gebod van differentiatie)

Daarnaast geeft de wet een aantal specifieke regels voor de zorgplicht: die staan in de Arbowet.

 

De Arbowet.

De Arbowet wordt volledig de ‘Arbeidsomstandighedenwet 1998′ genoemd. In de Arbowet staat wat u moet doen om werknemers te beschermen zodat zij geen fysieke of psychische schade oplopen en zodat zij ook dat gevaar niet (of zo weinig mogelijk) lopen.

De Arbowet gaat voornamelijk in op de verplichtingen van u als werkgever. De verplichtingen van uw werknemers zijn in veel mindere mate aanwezig.

Hoe dan ook: houdt u zich niet aan de Arbowet, dan kunt u (naar gelang de overtreding) soms zware sancties en hoge vorderingen tot schadevergoeding verwachten.

 

Arbowet: het werk.

U moet zorgen voor de gezondheid en de veiligheid van uw werknemers betreffende alle met de arbeid verbonden aspecten. U moet een beleid voeren dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. Het beleid moet regelmatig getoetst worden en wanneer het niet meer voldoet, zult u het moeten aanpassen volgens de Arbowet.

Gevaren en risico’s moeten bij de bron worden voorkomen of moeten worden beperkt. U moet volgens de Arbowet de inrichting van de arbeidsplaatsen, gebruikte zaken, werkmethoden en inhoud van het werk aanpassen aan de persoonlijke eigenschappen van uw werknemer. Werknemers met een structurele beperking behoren een aangepaste arbeidsplaats te krijgen.

U moet als werkgever volgens de Arbowet monotone en tempogebonden arbeid zoveel mogelijk vermijden. Ook psychosociale arbeidsbelasting (denk dan aan seksuele intimidatie, stress, discriminatie, pesten et cetera) moet u zoveel mogelijk vermijden. Uiteraard moet u zich daar zelf al helemaal van onthouden.

Is er gevaar voor een of meer werknemers, dan moeten zij weten wat ze moeten doen. U zult uw werknemers dus vooraf moeten instrueren. Ten slotte moeten er doeltreffende maatregelen worden getroffen voor ongevalssituaties.

Als werkgever behoort u volgens de Arbowet voor het voorgaande zorg te dragen tenzij dat redelijkerwijs niet van u mag worden gevergd.

 

9018 oostvaarders2002

Risico’s en arbeidsongevallen in uw onderneming.

Wanneer er risico’s voor de gezondheid/veiligheid van uw medewerkers bestaan in uw onderneming (en dat is in elke onderneming zo!), dan zult u die in kaart moeten brengen. Risico's Inventariseren en Evalueren zegt de Arbowet.

U moet daarnaast beschrijven wat deze risico’s zijn en welke risicobeperkende maatregelen er zijn genomen. Die beschrijvingen moet u ter beschikking stellen aan uw werknemers. Ook moet u de werknemers instrueren over het gebruik van beschermingsmiddelen.

Als werkgever moet u ten slotte controleren dat uw werknemers de beschermingsmiddelen goed gebruiken en dat zij volgens de voorschriften werken. Gebeurt er onverhoopt toch een ongeval, dan moet u dat bij zwaardere vormen van letsel (zwaar letsel, ziekenhuisopname, dodelijke ongevallen) melden bij de arbeidsinspectie. Ook moet u volgens de Arbowet een lijst bijhouden van ongevallen op het werk die leiden tot een verzuim van meer dan drie werkdagen.

Tijdens een uitzending van Nieuwsuur 09-02-2012, is een directeur CXX een van de sprekers. Hij suggereert (20 jaar na het Pokorny rapport) dat de inzetbaarheid van een bepaalde groep, beperkt wordt door problemen die veroorzaakt zijn door hun slechte levensstijl, en dat dit gedrag een ontslag rechtvaardigt. Onder meer zegt de directeur CXX dat hij door de Arbowet verplicht is te zorgen voor een gezonde werkplek en dat zijn werknemers daarom zelf hun verantwoordelijkheid moeten op pakken voor hun eigen inzetbaarheid. De directeur CXX zegt niet, dat hij ook daadwerkelijk voor de gezonde werkplek zorg draagt.

De uitzending is suggestief met een dampende sigaret en beelden van alcohol en fastfood. Over het geheel genomen heeft de directeur absoluut een punt. Onderzoeken bevestigen namelijk dat zijn bepaalde groep (oudere buschauffeurs met een lang dienstverband) inderdaad veel ongezonder zijn dan vergelijkbare andere groepen in de zelfde leeftijdscategorie uit een andere branche. Dat was twintig jaar geleden al uitgebreid besproken, zelfs met het benoemen van de oorzaak. Nu twintig jaar niets ondernemen om de arbeidssituatie van zijn werknemers te verbeteren en dan op tv vertellen dat het de eigen schuld is van de werknemers dat ze ziek worden.

Hij suggereert dat zijn bepaalde groep oudere chauffeurs met een lang dienstverband ongezond eten, te veel roken, te weinig bewegen en niet genoeg sporten en daarom niet voldoende hebben geïnvesteerd in hun eigen gezondheid. Dat sport de sleutel is tot een gezonde hoge ouderdom is wetenschappelijk niet bewezen, dat je veel moet bewegen daarin tegen weer wel.

 

(Bron: De toegevoegde waarde van sporten voor de gezondheid boven op voldoen de matig of intensief bewegen kan niet vastgesteld worden, al voldoen sporters wel veel vaker aan de NNGB, fitheidsnorm of combinorm dan niet-sporters. Naast het positieve verband tussen sport en bewegen op het niet rapporteren van een aantal klachten en aandoeningen, kan op basis van dit onderzoek gesteld worden dat sporters en mensen die voldoende bewegen zich gezonder voelen en gezonder leven.)

 

De directeur CXX heeft zich eenzijdig voor laten lichten door de heer Mr Simon Renzema lid van de raad van bestuur. Die schreef in de Pokorny Notities uit 1992 een niet wetenschappelijk onderbouwt verhaaltje als probleem oplossend antwoord in het Pokorny rapport "Als je er niet over praat dan is het er ook niet - En als de werkgever zelf zo onder vuur komt te liggen om een lager verzuim te bewerkstelligen, zal er bij hem de neiging ontstaan om een stuk van die verantwoordelijkheid op de werknemer te verhalen".

2014 busbaan43

 

De glazen bol van Simon Renzema.

Directeur CXX is bij Nieuwsuur het spoor kunstmatig bijster, in 1992 was het probleem met zijn bepaalde groep uitgebreid besproken met de top van het toenmalig streekvervoer. Toen is uitgezocht dat het niet aan de leefstijl van zijn bepaalde groep lag maar aan de arbeidsbelasting als buschauffeur. Al die directeuren daarna hebben (goed beloond) alles in het werk gesteld hun wettelijk verplichte zorgplicht te ontlopen. Er zijn weinig mensen die bewust voor een verkeerde leefstijl kiezen en daardoor zo ziek worden dat hun inzetbaarheid terug loopt. Gezondheid is een groot goed wat breed maatschappelijk gekoesterd wordt, ook door zijn personeel. Dus meestal is er een oorzaak van buiten die de inzetbaarheid aantast. 

In de afgelopen twintig jaar is de intensiteit opgevoerd, slecht verend materiaal aangeschaft, buffertijden weg geknabbeld, de werkdruk opgevoerd, tijdenronden aangescherpt, personeel geïntimideerd, eindpunt voorzieningen met toilet afgeschaft, een videocontrole systeem ingebouwd om vaste krachten via drogredenen met videobewijs op te ruimen en uitzendkrachten aan te nemen. Allemaal met veel betrokkenheid met het personeel en onder de noemer van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

De uitval in het openbaar vervoer is al 50 jaar zeer hoog te noemen en daardoor reden tot het schrijven van stapels onderzoeksrapporten over de arbeidsomstandigheden in het openbaar vervoer. De belangrijkste adviezen uit de rapporten zijn door de werkgevers in het OV genegeerd dus is met redelijkheid te zeggen dat de arbeidsomstandigheden in het OV centraal staan bij het ontwikkelen van een slechte inzetbaarheid bij het personeel die langdurig blootgesteld zijn aan die omstandigheden. SIKOSS denkt dat directeur CXX door zijn belang in de zaak, de kijker bewust op het verkeerde been zet met zijn suggestieve woordkeuze. Dat de directeur CXX deze zaak onheus naar zijn hand probeert te zetten en ook voorzitter is van het SPF pensioenfonds baart ons zorgen.


2014 busbaan41

 

Hans van Manen, een bekende Nederlands balletdanser, choreograaf en fotograaf zegt in 1984 tijdens een interview met Adriaan van Dis dat dikke mensen fantastische kunnen bewegen en heel soepel kunnen zijn. Van Manen, fotograaf, observator en specialist in menselijke bewegingen heeft het dan wel over dikke mensen die niet bloot hebben gestaan aan slechte arbeidsomstandigheden. Dikke buschauffeurs zijn vaak stram en bewegen zich pijnlijk vermoeid en hebben vaak even tijd nodig om achter het stuur vandaag te komen, niet omdat ze dik zijn maar omdat het skelet ernstige schade heeft opgelopen door immobiliteit en een overdosis trillingen en schokken. Het overgewicht van buschauffeurs, wat voor bewust ongeïnformeerde kortzichtige leidinggevende altijd duidelijk zichtbaar is, is dus niet als eerste oorzaak van verzuim maar het gevolg van een jarenlange mishandeling. Managers in het openbaar vervoer pogen zo de verantwoordelijkheid voor hun eigen criminele nalatigheid te ontlopen.   


 

CXX zorgt voor gezonde tussendoortjes en adviseert zijn (rijdend)personeel tot het gezamenlijk doen van wandelingetjes tussen de werkblokken door. Een debiel advies wat CXX in zijn het krappe dienstenpakket voor chauffeurs zelf onmogelijk uitvoerbaar maakt. In de twee keer 15 minuten voor toiletgebruik, eten en drinken en het kopen van kaartjes blijft weinig tijd over om samen even de benen te strekken. In een opwelling dat fruit gezond moet zijn heeft het landelijk management bedacht dat er fruit op tafel moest komen voor de kinderen, het en der in het land is dat voor één dag in de week ook geregeld. SIKOSS moet even navragen of dat in Almere nog gaande is? Mocht het fruit op zijn dan zijn er altijd gezonde tussendoortjes te krijgen in de kantines. 

 tussendoortje

Gezonde tussendoortjes in de personeelsruimte....


Bestuurlijke handhaving

De handhaving van de Arbowet is opgedragen aan de Arbeidsinspectie; artikel 24 juncto artikel 27 Arbowet. Het handhavingsbeleid van de Arbeidsinspectie is gericht op toezicht en opsporing van overtredingen. Daarnaast stimuleert de Arbeidsinspectie ondernemingen om de risico’s voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers terug te dringen. In 1998 werd de bestuurlijke boete in de Arbowet geïntroduceerd. De aanleiding om de bestuurlijke boete in de wet op te nemen, was, dat de mogelijkheden tot bestuurlijke handhaving tot dan toe tekort waren geschoten. Het sterk toegenomen beroep op het strafrechtelijk sanctiesysteem had er, onder andere, toe bijgedragen dat de bestuurlijke handhaving achtergebleven was. Het kernpunt van het nieuwe beleid is dan ook gericht op handhaving door versterking van de bestuurskracht. De beboetbare feiten staan vermeld in artikel 33 Arbowet en Beleidsregel 33. Artikel 16 lid 1 juncto artikel 16 lid 10 Arbowet verplicht de naleving van het Arbobesluit, waarin regels zijn gesteld aangaande de arbeidsomstandigheden van de werknemers. Ingevolge artikel 33 lid 2 Arbowet wordt als beboetbaar feit eveneens aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met artikel 16 lid 2 Arbowet. Op de werkgever rust de verplichting om een lijst bij te houden van arbeidsongevallen, die hebben plaatsgehad. Een arbeidsongeval dat ernstig letsel of de dood ten gevolge heeft, dient de werkgever op grond van artikel 9 Arbowet direct te melden aan de Arbeidsinspectie. Indien de toezichthouder vaststelt dat er een beboetbaar feit is gepleegd, maakt hij zo spoedig mogelijk een boeterapport op; artikel 36 Arbowet. Bij de constatering van overtreding van een ernstig beboetbaar feit is de inspecteur bevoegd tot stillegging van de werkzaamheden, indien naar zijn oordeel sprake is van een ernstig gevaar; artikel 28 Arbowet. Door de wetswijziging van de Arbowet in 2007 heeft de Arbeidsinspectie ook de mogelijkheid tot bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom. Deze laatste handhavingsinstrumenten zijn vooralsnog niet in de praktijk toegepast.

2014 busbaan57

Strafrechtelijke handhaving

Op een aantal punten blijft de handhaving van de Arbowet op het strafrecht aangewezen. Volgens de memorie van toelichting dient het strafrecht gereserveerd te worden voor ernstige inbreuken op de rechtsorde.

Strafrechtelijke afdoening is voorzien bij:

1. zeer ernstige risico’s. De Arbowet noemt twee misdrijven: het niet opvolgen van een bevel tot stillegging van het bedrijf; artikel 28 lid 7 Arbowet en het verbod handelingen te verrichten of na te laten die ernstige schade aan de gezondheid of levensgevaar van een of meer werknemers tot gevolg kunnen hebben; artikel 32 Arbowet;

2. delicten die letsel aan personen tot gevolg hebben gehad;

3. bepaalde gevallen van recidive van veronachtzaming van regels waaraan in eerste aanleg een bestuurlijke sanctie is verbonden. Artikel 33 lid 3 Arbowet bepaalt dat in geval van recidive de feiten genoemd in lid 1 en lid 2 strafbare feiten worden. Het begaan van een dergelijke strafbaar feit geldt als een overtreding; artikel 1 sub 3 Wet op de economische delicten.

Strafrecht en burgerlijke rechtsvordering

Het slachtoffer van een arbeidsongeval kan voor hetzelfde feit, dat reeds beboet is, een vordering voor schadevergoeding indienen in een civiele procedure. Indien er sprake is van een in kracht van gewijsde gegaan op tegenspraak gewezen strafrechtelijk vonnis vanwege schending van de arboregels, levert dat strafrechtelijke vonnis dwingend bewijs op van het onderhavige feit in een civiele procedure; artikel 161 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.27 In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn geen bijzondere voorschriften vastgelegd over de bewijskracht van vonnissen van de burgerlijke rechter of uitspraken van de bestuursrechter. De waardering van die bewijsmiddelen wordt aan het oordeel van de rechter overgelaten; artikel 152 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Strafrecht en bestuurlijke handhaving

Uit artikel 33 lid 4 Arbowet volgt dat hetzelfde feit niet zowel strafrechtelijk vervolgd alsook bestuurlijk gesanctioneerd kan worden. Een dubbele veroordeling voor het zelfde feit zou immers in strijd zijn met het ne bis in idem-beginsel volgens welk men niet nog een keer gestraft mag worden voor hetzelfde delict als waar men reeds voor veroordeeld is. Het is wel mogelijk dat naast een strafrechtelijke sanctie voor overtreding van het ene feit, een ander feit bestuurlijk beboet wordt. 

Bron:
Masterscriptie Arbeidsrecht - Faculteit der Rechtsgeleerdheid - Universiteit van Amsterdam
Scriptiebegeleidster: Mevr. mr. J.M. Gaarthuis - Damiaan van Eeten 6 april 2010 - Reg.nr. 9006427


 2007 furca express

Vroeger was het al een zware baan met een hoog ziekteverzuim en uitval...dit is de postkoets op de Furka-pas.

 


 

De OR CXX OV.

Is het enige wettelijke het orgaan dat verantwoordelijk is voor de toezicht op Arbo bij CXX. Volgens de Wet op de Ondernemingsraden, is dat een van de belangrijkste pijlers van hun functionele aanwezigheid als medezeggenschapsorgaan. In een mogelijk geval van ondeskundigheid op het gebied van Arbo hebben ze ruime gelegenheid zich te informeren of om deze deskundigheid in te kopen.

 

De intentieverklaring.

De OR CXX OV heeft samen met de werkgever een intentieverklaring getekend waarin ze hebben afgesproken dat ze in afwijking van de regels van de Abowet (Artikel 14 lid 1) en het CAO OV het arbeidsgezondheid onderzoek ten behoeve van de RI&E los koppelen van de verzuimbegeleiding.

Artikel 14 lid 9b maakt dit mogelijk,

9. De organisatie van de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, kan, met inachtneming van het tweede lid, plaatsvinden bij: collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, of regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.

Artikel 14 lid 10 zegt weer dat als er strijd ontstaat dat regeling a van toepassing is,

10. Indien zowel een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling als bedoeld in het negende lid, onderdeel a, als een regeling als bedoeld in het negende lid, onderdeel b, gelden, zijn de in die overeenkomst en regelingen gegeven bepalingen naast elkaar van toepassing. In geval van strijd zijn de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst of de regeling, bedoeld in het negende lid, onderdeel a, van toepassing.

Als blijkt dat het personeel niet geholpen is door het aangaan van de intentieverklaring maar benadeeld, is het tekenen van een voor het personeel negatieve afspraak een overtreding van Artikel 28 -1 van de WOR.

Artikel 28. Speciale taken van de OR

  1. De ondernemingsraad bevordert zoveel als in zijn vermogen ligt de naleving van de voor de onderneming geldende voorschriften op het gebied van de arbeidsvoorwaarden, alsmede van de voorschriften op het gebied van de arbeidsomstandigheden en arbeids- en rusttijden van de in de onderneming werkzame personen.

Als er in de ondernemingsraad een strijd ontstaat naar aanleiding van meningsverschillen over dit punt vervalt de intentieverklaring.

Deze CXX intentieverklaring is eigenlijk een totaal overbodige afspraak, het is immers niet nodig een derde partij in te huren voor het doen van de RI&E ronde omdat Achmea naast haar verzuimdienst ook over een afdeling beschikt die gecertificeerd is tot het doen van een arbeidsgezondheidsonderzoek ten behoeve van de RI&E. Als er twijfels zijn over de expertise van Achmea op het gebied van hun onderzoeken, waarom dan niet geheel overschakelen naar een andere Arbo-dienst. Juist het samenwerken maakt het mogelijk ongezonde arbeidsomstandigheden op te sporen.

Wettelijk en via de CAO is het goed omschreven hoe het aangepakt dient te worden. Waarom dan toch een intentieverklaring tekenen waar ze (tegen de goed functionerende wettelijke regels in), ineens afspreken deze samenwerking te scheiden. Zijn die OR jongens nu zo ongeïnteresseerd in Arbo zaken, zijn ze niet genoeg opgeleid of richten ze hun aandacht op onbelangrijke zaken of zijn ze bezig hun werkgever te pleasen. In elk geval mist de grootste groep het inzicht, waardoor hun werkgever een perfect toneelstuk kan schrijven dat het onderzoek naar de relatie van gezondheidsklachten en arbeidsomstandigheden (beroepsziekten) kan corrumperen.

Het differentiëren van de Arbo taken via concurrerende bedrijven is een handige manier om oorzaak en gevolg van de slechte arbeidsomstandigheden in het openbaar busvervoer te scheiden van de registratie/verzuimdienst. Door alle taken elders onder te brengen ontlast je elke partij op zich, van hun verantwoordelijkheid tot het doen van ordentelijk onderzoek naar schadelijke arbeidsomstandigheden. In 2009 is bij de overgang van de Arbo-unie naar Achmea het complete medische dossier van het personeel verloren gegaan omdat de Arbo-unie dit zonder vergoeding niet zomaar over wilde dragen. Het blijkt nu grotendeels vernietigt te zijn! Komt dat even goed uit?

De intentieverklaring: er zijn niet veel van dit soort stukken te vinden waar in zoveel onzinnige informatie prachtig gecombineerd is met loze beloftes en afspraken zonder duidelijk tijdspad, met beslissingen die genomen dienen te worden op gebeurtenissen die waarschijnlijk nooit plaats gaan vinden. Een soort Legio Lease/Dexia verhaal.

In de intentieverklaring is afgesproken om de RI&E van de besloten busvervoer te gebruiken.

De Medibus - geschreven door  S T I C H T I N G  B E D R I J F S G E Z O N D H E I D S Z O R G   V O O R  H E T  B E S L O T E N  B U S V E R V O E R  Spui 188, Den Haag  Het was kennelijk te veel moeite of ongewenst om een vragenlijst speciaal voor de stad en streekvervoer te maken. Het besloten busvervoer is 3% van het totale personeelsbestand.

 

 

Vraag 1 begint al slecht,   -  De werkgever organiseert het werk zo dat de werknemers veilig en gezond kunnen werken - . dat zou een laatste vraag kunnen zijn maar zeker niet de eerste. De vragenlijst is verder vaag en/of slecht te controleren en er zijn wel erg weinig vragen over de bekende arbeidsrisico's voor 95 % van het personeel. Er staan een paar vragen in die nader bekeken dienen te worden.  

Module A Algemeen vraag   5. - Er is een preventiemedewerker aangewezen?  ja   alleen niemand krijgt die bij CXX te spreken.

Module A Algemeen vraag 25. - Tijdens het werkoverleg komen arbeidsomstandigheden aan de orde.  ja het komt altijd aan de orde en op elke vraag is het nee, nee, nee, nee, nee, gaan we niet doen.

Module A Algemeen vraag 30. - Bedrijfsongevallen worden (zo nodig (niet) geregistreerd.  Blijkt dus niet te gebeuren....

Module A Algemeen vraag 44. - Persoonlijke beschermingsmiddelen worden kosteloos verstrekt aan betrokken medewerkers.. Chauffeurs krijgen geen schoenen meer.

Module A Algemeen vraag 70. - Bij de aanschaf van materieel en materiaal wordt altijd aandacht besteed aan arbeidsomstandigheden (inkoopbeleid). Deuren die tochten en vanzelf weer opengaan, lawaai van defroster motor, reflectie in voorruit, verblindende binnenverlichting, stoelen die niet lekker zitten, rammelende separatieruiten?

Module B Algemeen vraag 26. - Het klimaat is comfortabel instelbaar op de bestuurdersplaats?  Werktemperatuur van -10 tot 40 graden?

Module B Algemeen vraag 55. - Bij aankoop worden ergonomische aspecten van een voertuig in de beslissing meegenomen?  Ja  De trillingen, het lawaai, het rammelen, de temperatuur en de goedkope stoel krijgen we er allemaal gratis bij.

2014 busbaan40

 

Minister Asscher van SZW wil de OR instemmingsrecht geven op de keuze en positie van de preventiemedewerker. Ook wil hij de positie van de bedrijfsarts versterken, onder meer door hem recht te geven op overleg met de OR. Maar daar blijft het niet bij: de minister wil de Arbowet op tal van andere punten wijzigen.

Werkgevers en werknemers moeten meer betrokken zijn bij de arbodienstverlening, vindt het kabinet. Daarom gaat de Arbowet op de schop. 

Voorgestelde wijzigingen van de Arbowet op een rij

De voorgestelde wijzigingen in de Arbowet (pdf) moeten de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening vergroten en de positie van de bedrijfsarts versterken. Concreet gaat het om:

  1. OR krijgt instemmingsrecht op de keuze  voor de preventiemedewerker en zijn plek in de organisatie;
  2. Versterking van de positie van de preventiemedewerker en de samenwerking met arbodienstverleners;
  3. Bedrijfsarts krijgt wettelijk de ruimte voor overleg met de OR;
  4. De adviserende rol van de bedrijfsarts wordt concreter;
  5. Elke werknemer moet bij de bedrijfsarts terechtkunnen voor consultatie;
  6. Er komen minimumeisen voor het basiscontract met een arbodienst wat ten goede moet komen aan de kwaliteit van de arbodienstverlening.
  7. De Inspectie SZW krijgt meer mogelijkheden voor handhaving en toezicht.

Bron 

Minister Asscher van SZW heeft maanden later gereageerd op een brandbrief over de OV Fraude maar verwijst daarin door naar de arbeidsinspectie.

 

2014 busbaan46


De Preventiemedewerker.

De preventiemedewerker als verplicht onderdeel van de Arbo-wetgeving binnen onze organisatie.


Algemene kennis en vaardigheden van de preventiemedewerker.
De preventiemedewerker moet over voldoende kennis en vaardigheden beschikken, dit moet de werkgever ontlenen aan de RI&E, zegt de wetgever.  In algemene zin moet de preventiemedewerker kennis hebben van arbeidsomstandigheden en arbowetgeving. Daarnaast moet hij inzicht hebben in managementsystemen en beleidsprocessen. Sociale vaardigheden zijn heel belangrijk, hij/zij zal vaak mensen moeten overtuigen van “anders” werken. Afhankelijk van de aard van het bedrijf zal de preventiemedewerker op bepaalde gebieden over meer diepgaande kennis moeten beschikken. Dit vraagt maatwerk.

Algemene taken van de preventiemedewerker.
Het tot stand komen en uitvoeren van de RI&E. Het verzorgen van voorlichting en onderricht. Het registreren en onderzoeken van bedrijfsongevallen. Samenwerken met veiligheidsdeskundigen Arbo coördinator en adviseren van de werkgever, OR en werknemers.  De vraagbaak op het gebied van arbeidsomstandigheden. Coördineren van acties van Arbo deskundigen en andere deskundigen die voor de organisatie werken. De plaats in een organisatie voor de preventie medewerker moet zo onafhankelijk mogelijk zijn.  Analoog aan de OR leden mag hij niet worden benadeeld of ontslagen worden op grond van zijn functioneren. Door de onafhankelijkheid krijgt de preventiemedewerker een grotere objectiviteit binnen de organisatie en geeft dat de functie ook een economische meerwaarde.

 

Specifieke taken en kennis binnen onze organisatie.

De preventiemedewerker moet rechtstreeks de zowel eindverantwoordelijke, als de verantwoordelijke uitvoerende, de OR en Arbo-dienst kunnen benaderen om adviezen te vragen en geven.  Naast kennis van de RI&E en Arbowetgeving, moet de preventiemedewerker in staat zijn om op alle niveau’s mee te kunnen denken en bewegen. In onze bedrijfstak dus van chauffeur tot directeur. Ook zal hij de nodige contacten onderhouden met de vakorganisaties. De preventiemedewerker moet de vaardigheid bezitten om de signalen vanaf de werkvloer om te zetten in werkbare adviezen. De preventiemedewerker zal veel aanwezig moeten zijn op de werkvloer, in wisselende arbeidstijden i.v.m. specifieke wisselende arbeidsomstandigheden. De preventiemedewerker moet in onze branche ook over een meer dan gemiddelde verkeerskennis en inzicht beschikken.  In het bezit van de nodige rijbewijzen. Naast zijn aanwezigheid zal hij veel moeten praten met de medewerkers, tevens is het van belang dat de werknemers snel antwoord krijgen, dan blijven ze de preventiemedewerker voeden. Dit vereist naast sociale vaardigheid ook enige didactische en andragogische kennis. De bevindingen, adviezen en rapportage gaan rechtstreeks naar directieleden en OR.

Een uitvraag naar een preventiemedewerker bij Veolia om inzicht te krijgen naar de eisen en beloning.

De OR en de preventiemedewerker.
Het aantal preventiemedewerkers en de invulling van taken, opleiding en geschied door overeenstemming met de OR en directie, de RI&E dient hierbij als basis te dienen en in de RI&E moeten dit zijn opgenomen. De preventiemedewerker moet bekend staan als vraagbaak.
Dagelijks lopen werknemers in de organisatie tegen problemen aan, oplossingen hiervoor zijn belangrijk om ongevallen en verzuim te voorkomen. Het werkoverleg in de rayons hebben in onze organisatie hier in al een niet te verwaarlozen rol, de preventiemedewerker kan ook voor hen een belangrijke rol als vraagbaak zijn en organisatiebreed coördineren.

De preventie medewerker is bij CXX, tegen de wet in, jaren even niet te vinden. Na drie jaar wat heen en weer gesteggel bleek het in juni 2014 hoofd personeelszaken te zijn, die deze taak naast nog wat andere taken uitvoerde. Een overbeladen functie als bunker. De RC Almere buiten heeft diverse keren contact aangevraagd, uiteindelijk is de preventiemedewerker (hoofd personeelszaken) voordien,  vervangen door iemand die er nog niet is. In een belangrijke periode om aan wettelijke regelgeving te voldoen, met de externe deskundige in huis t.b.v. de RI&E verdwijnt de op de hoogte zijnde preventiemedewerker plotseling van het toneel? Ook in de RI&E intentieverklaring is er (hoe raar ook) geen taak voor de preventiemedewerker terug te vinden?

Ook in de laatste RI&E van 2015 is de centrale rol van de preventiemedewerker onvindbaar?

 

 2014 busbaan11


De Kerndeskundigen en de RI&E ronde.

 

Voorheen waren er vier kerndeskundigen nodig om een RI&E te toetsen, na 2005 mag het door één deskundige gebeuren waardoor er kennisgebieden uitvallen.

Arbeids- en organisatiedeskundige
Arbeids- en organisatiedeskundigen zijn gespecialiseerd in organisatie, communicatie, arbeids- en organisatiepsychologie, bedrijfskunde, personeelsbeleid en de verschillende manieren van leidinggeven. Zij adviseren vanuit die expertise bij de ontwikkeling, invoering en bijstelling van beleid. De kennis en ervaring van de A&O-deskundige komt van pas bij interne reorganisaties, omscholing en bijscholing, coaching, loopbaanbegeleiding en outplacement. Daarnaast kunnen ze ingrijpen bij uiteenlopende problemen, zoals (arbeids)conflicten of verstoorde werkverhoudingen.


Arbeidshygiënist
De arbeidshygiënist houdt zich bezig met belastende factoren (chemisch, fysisch, biologisch etc) in werk en werkomgeving. Hij probeert deze factoren op te sporen, te evalueren en te beheersen. Dat houdt in dat de arbeidshygiënist bezig is met het:

• inventariseren van potentiële blootstelling aan schadelijke factoren op de werkplek;
• karakteriseren van de blootstelling aan schadelijke factoren met behulp van betrouwbare meetmethoden;
• interpreteren van meetresultaten door evaluatie van de mogelijke gezondheidsrisico’s van de blootstelling aan schadelijke factoren en door analyse van de oorzaken van de blootstelling;
• initiëren, begeleiden en evalueren van technische en organisatorische verbeteringen in de arbeidssituatie met als doel het arbeidshygiënisch probleem op te lossen;
• rapporteren en presenteren van bevindingen en voorstellen aan personen op alle niveaus in de organisatie;
• informeren, adviseren en trainen van personen op alle niveaus in de organisatie over onderwerpen met betrekking tot de arbeidshygiëne.

Bedrijfsarts
De bedrijfsarts is de specialist voor gezond werken. Zijn belangrijkste taak is het bevorderen en beschermen van de gezondheid van werknemers, voor zover die samenhangt met het werk. Dus houdt hij zich onder meer bezig met het:

• voorkomen en verminderen van gezondheidsbedreigende werksituaties. Dit wordt onder meer gerealiseerd via de risico-inventarisatie en -evaluatie, maar ook door adviezen te geven over arbeidsomstandigheden die de gezondheid kunnen schaden, zoals het omgaan met chemische stoffen, lawaai, werkhouding, werkafwisseling;
• bewaken van en adviseren over een goede balans tussen belasting en belastbaarheid voor de werknemers;
• bevorderen van de gezondheid door gezondheidsvoorlichting;
• vaststellen of gezondheidsklachten geheel of gedeeltelijk met het werk samenhangen en bijdragen aan de behandeling van die klachten;
• adviseren en begeleiden van werknemers die door gezondheidsklachten het werk niet goed (meer) kunnen doen, met het doel hen te laten terugkeren in eigen werk of zo nodig ander werk.

Veiligheidskundige
De belangrijkste taak van de veiligheidskundige is het bevorderen van de veiligheid in het werk en de werkomgeving. Hij helpt ondernemingen bij het formuleren en uitvoeren van het arbobeleid. Dat betekent bijvoorbeeld hulp bij het opstellen van de risico-inventarisatie en -evaluatie; het formuleren van richtlijnen, regelingen en procedures op het gebied van arbeidsomstandigheden; voorlichting en instructie aan alle werknemers over veilig werken en het maken van ongeval- en risicoanalyses.

Zijn adviezen kunnen onder meer betrekking hebben op:
• de inrichting van werkplekken (ergonomie, klimaat, veiligheid, welzijn);
• ongevalsmelding en registratie;
• het opzetten van de bedrijfshulpverlening;
• calamiteiten- en ontruimingsplannen;
• persoonlijke beschermingsmiddelen;
• brandveiligheid (preventie en repressie).

 

De bedrijfsarts is als kerndeskundige met kennis over gezondheid bedreigende werksituaties door de intentieverklaring hoe onbegrijpelijk ook, als interne verantwoordelijke niet ingeschakeld voor de jongste RI&E ronde. De trillingen hebben daardoor bij lange na niet de aandacht gekregen die ze hadden moeten krijgen. De OR heeft de directie enkel op hun blauwe ogen vertrouwt terwijl ze op hun vingers hadden na kunnen tellen dat er een slinkse bedrijfsjurist de misleidende intentieverklaring gedicteerd moet hebben.

De extern ingehuurde Arbeidshygiënist van de Arbo-unie, de heer A.Winkes. (nr. 36917) is met zijn arbeidsdeskundig onderzoek t.b.v. van RI&E door het bedrijf gevlogen. De visite van de heer A.W. was in Almere zo laat doorgegeven, dat twee RC leden, er jammer genoeg toevallig nog bij konden zijn. De slechte communicatie was per ongeluk ontstaan volgens de rayonleiding. De lijst met schouwingsafspraken zal wel ergens in een prullenbak hebben gelegen. In de meeste vestigingen zijn RC leden pas op de hoogte gebracht, nadat de heer A.Winkes. samen met een OR lid en stalknecht de ronde op de vestiging, reeds hadden gelopen. Ze waren vast bang voor de ter zake doende vragen van de medezeggenschap over de arbeidsomstandigheden. 

In Almere stond de heer Winkes niet open voor argumenten en aanwijzingen van het RC leden over het negatieve trillingrapport van zijn eigen Arbo Unie, het rapport werd door hem gedateerd genoemd terwijl de bussen (allemaal nog in dienst) en vijf jaar ouder zijn dan het rapport. Een van te voren ingekleurde mening over wat belangrijk is en was. Het niet reageren op geluiden van de werkvloer paste blijkbaar beter in zijn onderzoeksmethodiek en bij de richtlijnen die hij van zijn opdrachtgever had meegekregen. Deze Arbeidshygiënist was duidelijk niet op de hoogte van de jongste Multidisciplinaire Richtlijn Vermindering van blootstelling aan lichaamstrillingen om rugklachten te voorkómen.

Als opgeleid Arboman van het rayon Almere Buiten, bezig met het behartigen van de belangen van het rijdend personeel voelde de starre ontoegankelijkheid van de heer Winkes niet goed. Zijn uiteindelijk besluit om in zijn eindrapportage (ondanks klachten van de RC op trillingen) geen verdiepend onderzoek naar trillingen voor te stellen is schadelijk voor zijn imago. Daar het niet valide is een subjectieve schatting (Blz 20) te maken van de sterkte van aangeboden lichaamstrillingen is nader onderzoek naar de richtlijnen geboden. Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar op ‘evidence’ en consensus gebaseerde aanbevelingen waaraan betreffende professionals moeten voldoen om kwalitatief goede advisering en zorg te verlenen. (Blz 9).

 

De RI&E 2015 CXX is er.

 

Opvallend is dat een CXX directeur het hoge ziekteverzuim en uitstroom naar de WIA wel aankaart in de media maar dat dit in deze RI&E geen reden is om diepgaande onderzoeken op te starten naar een mogelijke oorzaak van dit verzuim. Wellicht staan CXX belangen niet toe dat wetenschappelijk aangetoond wordt dat de algehele arbeidsomstandigheden in het openbaar vervoer een doorslaggevende invloed heeft op de levensstijl van zijn werknemers.

Er zijn een paar landelijke punten die wel opvallen.

  1. De hygiëne is landelijk niet in orde, vuilnis slingert rond, wasstraten en eindpunt voorzieningen/omgevingen zijn smerig.
  2. Toiletten zijn vaak smerig en keukenblokken vaak versleten.
  3. Overal staan ongekeurde zelf meegebrachte waterkokers en magnetrons die niet worden schoongemaakt.
  4. De adviezen uit het ingebrachte trillingsonderzoek uit 2008 zijn niet terug te vinden in de RI&E.
  5. ook is dat onderzoek geen reden diepgenoeg
  6. Er wordt in verband met veiligheid veel op protocollen gewezen die vaak door de werkgever zelf worden genegeerd.
  7.    

Er zijn geen verdiepende onderzoeken voorgesteld. Er zijn geen verantwoordelijke aangewezen om de adviezen vorm te geven. Er is geen datum opgegeven wanneer knelpunten moeten zijn opgelost  

 

 

 2014 busbaan27 


De Arbo-dienst/arts en de gezondheidsmonitor.

 

De Arbodienst van Achmea heeft het arbeid deskundig onderzoek op de werkplek t.b.v. de RI&E niet gedaan en is daardoor niet op de hoogte van de inhoud van de onderzoeksresultaten, de eindconclusie van het RI&E rapport van de Arbo-unie vertelt immers dat er geen diepgaande onderzoeken nodig zijn. De werkplek van de chauffeur is dus oké. Perfect, niets onderzocht, niets waargenomen en zo gaat het nu al jaren.

De personeel gezondheidsmonitor valt onder de verzuimdienst van Achmea en kan door het personeel desgewenst ingevuld worden bij de PAGO, meestal gecombineerd met een geneeskundig onderzoek t.b.v. het CBR waarbij voorop staat dat de vragen anoniem, vrijblijvend en vrijwillig kunnen worden ingevuld enkel als chauffeurs dat zelf heel erg graag willen.

De Achmea bedrijfsarts mag de, anonieme, goed ingevulde, wel ingeleverde, niet in de prullenbak gevallen positieve informatie bij elkaar optellen en een eind conclusie schrijven. Achteraf is niet te controleren, wie wat heeft ingeleverd. De uitslag zal ongeveer luiden, dat er een scala aan individuele problemen zijn op te noemen, met een gemene deler van gering tot zwaar overgewicht. De oplossing is dat werknemers, om beter inzetbaar te zijn, meer moeten gaan sporten.

De PAGO een soort beperkt Preventief Medisch Onderzoek (zoals die te vinden is bij het KNMG).

De Arbodienst CXX ontkent tot nu toe alle arbeidsgerelateerde gezondheidsrisico's omdat ze;

A: Zelf geen onderzoek hebben gedaan naar de risico's op de werkplek.

B: De RI&E ze niet meld omdat de werkgever geen verdiepende onderzoeken doet naar de al reeds bekende risicofactoren op de werkplek.

Dus hoe kan je nu zelf als werknemer preventief zoeken naar risicofactoren voor je eigen gezondheid in combinatie met je werkplek.

  1. Als die risicofactoren altijd zijn verzwegen.
  2. Nooit allemaal afdoende diepgaand zijn onderzocht.
  3. Onderzoeksresultaten worden weggemoffeld.
  4. Er officieel dus helemaal niet zijn.

En wat is er preventief aan een PAGO of PMO als je werkgever de gegeven adviezen niet opvolgt waardoor je gewoon jarenlang bloot wordt gesteld aan ongezonde arbeidsomstandigheden. In de meest positieve manier zouden PAGO's (als alle gegevens jarenlang worden bewaard) in de loop van de jaren kunnen laten zien wanneer het fout ging. In 2009 gingen bij CXX jammer genoeg alle PAGO gegevens verloren tijdens een overstap van de Arbo-Unie naar Achmea. Op dit moment vallen tientallen chauffeurs uit met ongeveer de zelfde klachten als 35 jaar geleden, maar de bedrijfsarts rept met geen woord over een beroepsziekte tegen de tientallen slachtoffers.

 

De personeel gezondheidsmonitor.

Binnen de OR is de aandacht plotseling verschoven van de wettelijk verplichte RI&E naar de door CXX heilig verklaarde personeel gezondheidsmonitor. De RI&E ronde is door de Arbo-unie onder tafel afgeraffeld zonder enig signaal dat er verder onderzoek gedaan moet worden op arbeidsbelasting op trillingen of arbeidsduurbelasting, op zich heel raar, omdat dit werk tot over de grenzen, als zeer belastend wordt omschreven.

De inhoud van zo'n vragenlijst blijft in de regel binnenkamers en wordt zelden aan externe arbeidsdeskundigen getoond. Is er eigenlijk wel toezicht op de samenstelling van de vragen. Hoe onduidelijk is het of de vragenlijst van de personeel gezondheidsmonitor gemaakt is door arbeidsdeskundigen of door creatieve jongens. En wie is er verantwoordelijk voor als belangrijke vragen ontbreken en/of de verkeerde vragen worden gesteld. En of daar een instemmingsrecht van de OR van op toepassing is. Als de lijst door onkundige buitenstaanders met een dubbele agenda is aangeleverd via de werkgever, kan de bedrijfsarts zich voor de inhoud van die lijst in elk geval verontschuldigen, mocht het later met donderend geraas toch nog door de mand vallen.

 2014 busbaan47


Economische delict.

 

Een bijkomstigheid is dat door het overtreden van de Arbowet een economische delict wordt begaan en dat er op die gronden aandelen zijn verkocht aan Transdev met een lijk in de kast, door het economische delict door te berekenen in de jaarverslagen zijn er frauduleuze omstandigheden ontstaan door de verkoop van CXX.

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) bevat de algemene rechten en plichten voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandig ondernemers te bevorderen. Doel is om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen.

Bestuursrechtelijke versus straf rechterlijke handhaving

De Arbowet wordt grotendeels bestuursrechtelijk gehandhaafd. Op 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Stb. 2012, 462) in werking getreden. Het strafrecht is nog slechts gereserveerd voor ernstige overtredingen van de bepalingen van de Arbowet, die zijn aangewezen als economische delicten in de zin van de Wet op de economische delicten (Wed).  Het betreft zo ook een overtreding van art. 32 Arbowet (handelen of nalaten in strijd met de Arbowet indien daardoor mogelijk levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is).

Economische delicten

De strafrechtelijk te handhaven overtredingen van de Arbowet zijn aangewezen als economische delicten (art. 1 onder 1° Wed). Gelet op art. 2, eerste lid, Wed worden deze gedragingen gekwalificeerd als misdrijf voor zover de gedragingen opzettelijk zijn begaan en als overtredingen wanneer het geen misdrijven betreft. De maximale straf die hiervoor kan worden opgelegd is voor een Arbowet-misdrijf een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, taakstraf of geldboete van de vijfde categorie (art. 6, eerste lid, sub 1, Wed) en voor een Arbowet-overtreding zes maanden hechtenis of geldboete van de vierde categorie (art. 6, eerste lid, sub 4, Wed).

Economische delict is:

1°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens:

nationaal of nationaal recht worden aangemerkt als strategische goederen;

de Arbeidsomstandighedenwet, artikel 32, 

Het is de werkgever verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met deze wet of de daarop berustende bepalingen indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is.


Desinformatie.

In en Nieuwsuur uitzending op 9 02 2012 stelt directeur/ceo CXX van te voren al vast dat het frequent verzuim van een bepaalde groep chauffeurs te linken is met hun slechte levensstijl en hun overgewicht. Dat weet hij uit de informatie van bedrijfsartsen en zijn rayonmanagers. Geen onderzoek doen naar de arbeidsomstandigheden, maar wel het verzuim zonder bewijs, verwijten aan de slechte levensstijl van zijn werknemers.  De enige gemene deler in die slechte levensstijl is dat ze op jonge leeftijd buschauffeurs zijn geworden, voor de rest zijn dik en dun, groot en klein, maar wel allemaal de zelfde klachten.

Het rijdend personeel zonder inspraak op hun eigen arbeidsomstandigheden verantwoordelijk stellen voor de gevolgen van die arbeidsomstandigheden op hun inzetbaarheid staat in verhouding met het zelf verantwoordelijk stellen van een stier van het feit dat hij in het slachthuis om het leven komt.

Voor het onderzoek kon SIKOSS niet vermoeden dat er vragen op zouden borrelen over de integriteit en/of criminele insteek van bestuurders, beleidsmakers en enkele OR-leden. De zaak is op zich niet echt moeilijk maar door het specifieke doolhof van verborgen regelgeving en wetskennis lastig uit te pluizen. Deze zaak is helaas wel zo complex dat je niets mag uitbesteden aan mensen die niet op de hoogte zijn van alle regels.


Het pensioen.

Zoals ook in de werkelijke leven komt het pensioen hier even voor het einde aan bod. Uitvallen voor de pensioengerechtigde leeftijd heeft gevolgen voor de uiteindelijke hoogte van het pensioen. 70% afgekeurd worden betekend uiteindelijk ook een lager pensioen. 

Met de opbouw van het pensioen is iets aparts aan de hand. Het blijkt dat er aan het einde van de lijn een curve zit die op twee manieren invloed heeft op de eindresultaten. Om maximaal te genieten van zijn pensioen zal de werknemer tot zijn pensioengerechtigde leeftijd door moeten werken. Elk jaar dat de werknemer door werkt telt dat als een doorwerkbonus extra door naar het maximaal eindpensioen. Stop hij of zij eerder dan gaat dat onevenredig veel ten koste van de hoogte van het eindpensioen.  Als hij of zij door gezondheidsklachten eerder stopt wordt de pensioenpremie doorbetaald tot aan het eindpensioen voor het zelfde percentage waar hij of zij voor afgekeurd is. Vanaf 2010 wordt er meestal tot 70% afgekeurd waardoor 30% niet meer meetelt voor de eindcurve. 8 van de 9 chauffeurs halen hierdoor hun maximale eindpensioen dus niet. Meestal zijn dat werknemers met 33 tot 37 dienstjaren met ongeveer 29 tot 33 pensioenjaren. Iemand die instroomt op zijn 47ste en 20 dienstjaren heeft ontvangt door het afronden van de eindcurve een hoger pensioen dan zijn collega die de helft meer pensioenjaren heeft. Oudere binnenkomers pakken hierdoor een behoorlijk voordeel tegen minder inspanning. Leidinggevenden en kantoorwerknemers halen vaker hun maximaal eindpensioen (+/-85%) dan chauffeurs  (+/-10%). De chauffeurs dragen het meest bij in de pensioenpot en krijgen in verhouding het minste uitgekeerd. Weduwen van chauffeurs krijgen in de zelfde verhaal ook beduidend minder dan weduwen van leidinggevende. (eigen schatting).


De einduitslag 2015.

Na een klacht van 115 CXX buschauffeurs uit Almere heeft de inspectie SZW in 2014 vastgesteld dat de situatie bij CXX in strijd was met artikel 5, 4e lid en Artikel 5, 3e lid van de arbeidsomstandighedenwet. Een schokkende conclusie in het kwadraat omdat er al twintig jaar nog niet eerder aan de bel is getrokken, al twintig jaar niet eerder spontaan is gecontroleerd, de OR al twintig jaar kennis te kort komt en dat werkgevers daardoor al twintig jaar bewust onbekwaam werknemers kunnen mishandelen.

Het in gebreke zijn van de werkgever op Arbo gebied, geen geldige RI&E, (door Inspectie SZW vastgesteld) is alleen mogelijk als de ondernemingsraad die onder de vleugels van het dagelijks bestuur van de ondernemingsraad, soms zelf niet meer weet waar het allemaal om gaat, even niet oplet.  Het dagelijks bewind van de ondernemingsraad heeft door in 2010 de Almeerse RC bewust verkeerd te informeren de plaatselijke medezeggenschap gecastreerd. In de vergaderingen zijn ingebrachte plaatselijke problemen van de werkvloer voortdurend gebagatelliseerd en bij conflicten is op voorhand voor de werkgever gekozen. Dat de OR besloten heeft de gestelde vragen in een brief m.b.t. dit onderzoek niet te beantwoorden zal wel door de moeilijke vraagstelling gekomen zijn. Het is nooit leuk op de vingers getikt te worden en als dat uit het lastige Almere komt, al helemaal niet. Op een paar bikkels na kunnen die loverboys maar beter gewoon weer achter het stuur.

De OR CXX OV heeft buiten de gangbare regels van de Arbowet en het cao OV om, zijn instemming verleent om de verzuimbegeleiding te scheiden van het arbeidsdeskundigeonderzoek naar arbeidsomstandigheden ten behoeve van de RI&E. Hiermee heeft deze OR op een aparte manier, tegen afspraken uit de cao OV in, de werkgever geholpen om oorzaak en gevolg van de slechte arbeidsomstandigheden bij CXX te verdoezelen.

CXX heeft met een vage niets afsprekende intentieverklaring namelijk afgesproken om niet naar de regels van de RI&E vooraf onderzoek te doen naar gezondheidsschade veroorzakende omstandigheden maar om via de personeel gezondheidsmonitor achteraf te bekijken of ingrijpen noodzakelijk is naar aanleiding van de uitkomsten van vage gemanipuleerde vragenlijsten.

De wettelijke randvoorwaarden werken tegen. Zo is het niet mogelijk om als CXX werknemer de hele sector aan te klagen. Terwijl de oorsprong van het delict via kartelvorming in de sector is ontstaan, geregisseerd onder de vleugels van het KNV, dient elke vervoerder door een eigen werknemer verantwoordelijk te worden gesteld. Het goed afgeschermde financieel voordeel van de slechte arbeidsomstandigheden in het openbaar vervoer is zowel voor als na de verkoop geheel ten bate van de Haagse beleidsmedewerkers achter KNV.

Daar de concurrentie in de sector de zelfde slechte arbeidsomstandigheden aanbied zal deze strijd gewonnen worden door het ophogen van de tijdsdruk, inkrimpen van rijtijden en het wegfilteren van elke seconde waar de bus niet in beweging is.

maartoenveranderdedehelesituatie

Mogelijk heeft deze einduitslag persoonlijke gevolgen voor betrokkenen. Wie controleert de controleurs in dit geval. Er is met het onder water houden van de feiten waarschijnlijk zo veel geld gemoeid dat er flinke sommen beschikbaar zijn om specialisten ruim voor hun pensioen om te kopen.

1 - Door bewust niets te doen aan de ziekmakende arbeidsomstandigheden waar werknemers op de lange duur onherstelbare lichamelijke schade door oplopen maken openbaar vervoersbedrijven zich wettelijk schuldig aan mishandeling. Werknemers van openbaarvervoerbedrijven dienen zich bij onherstelbare lichamelijke gebreken te wenden tot de plaatselijke Officier van Justitie voor aangifte. 

2 - Als blijkt dat de extern ingehuurde arbeidsdeskundige van de Arbo-unie, de heer A.W. zijn titel heeft misbruikt om een onjuist positief arbeid deskundig onderzoeksrapport te schrijven kost dat zijn certificaat en mogelijk zijn werkplek.

3 - Als blijkt dat het dagelijks bestuur van de OR de werkgever heeft geholpen met het omzeilen van de Arbo-wet is dat een overtreding van artikel 28 van de WOR.

4 - De wet is redelijk duidelijk over de integriteit behorende bij de functie van bedrijfsarts en als blijkt dat die haar functie heeft gebruikt om de werkgever te helpen zijn wettelijk verplichtingen te verzaken, zal dat een aantekening opleveren in het BIG register.

5 - Door de verkoop van CXX in 2007 aan de Fransen begingen de aandeelhouders en de raad van bestuur een economisch delict. De positieve jaarcijfers zijn immers enkel tot stand gekomen door middel van een overtreding van de Arbowet, --> FIOD.

6 - In het jaarverslag 2007 meldt CXX dat het mogelijk is dat er directieleden zijn die zich niet aan de wet hebben gehouden en dat dit veel schade tot gevolg kan hebben. Een raar ongepast stukje in een jaarverslag van een onderneming net voor de verkoop. Het onder tekenen van een fraudeleus tot stand gekomen jaarverslag kan leiden tot vervolging van de accountant.

7 - Als CXX veroordeeld wordt en de directie een strafblad krijgt is het niet meer mogelijk, deel te nemen aan een aanbesteding. Daar dienen de inschrijvers een onbesproken lei voor te hebben, einde aanbesteding openbaar vervoer.

8 - Enkele leidinggevende OV zullen vanwege strafvervolging hun arbeidsplaats af moeten staan aan iemand met onbesproken gedrag.


 

De onderzoekers van SIKOSS kunnen zich niet voorstellen dat de hoofdrolspelers in bovenstaand verhaal, ieder op zich, als experts op hun eigen terrein, te goeder trouw waren, in dit geniale criminele pingpong spel van witte en blauwe jassen tegen witte boorden en zwarte toga's. Gebleken is dat de meeste gepensioneerden OV directeuren een OV adviesbureau beginnen om na hun dienstverband legaal inkomsten uit CXX te kunnen blijven ontvangen door het sturen van een fictieve rekening voor een fictief advies. 

 

 waterverf 2012 crea 6